Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035219 nr. 11

35 219 Wijziging van de Jeugdwet in verband met de verduidelijking van het woonplaatsbeginsel (Wet wijziging woonplaatsbeginsel)

Nr. 11 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID WESTERVELD TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 8

Voorgesteld 28 januari 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jeugdigen van wie de woonplaats wijzigt door de inwerkingtreding van deze wet, slechts recht houden op maximaal een jaar hulp met dezelfde voorwaarden en tarieven als waar de vorige gemeente mee had ingestemd;

constaterende dat de nieuw verantwoordelijke gemeente door deze wet na een jaar een nieuwe afweging mag maken wat betreft de jeugdhulp, tarieven en voorwaarden;

overwegende dat continuïteit in hulp voor kinderen in de jeugdzorg van essentieel belang is en een onderbreking in de hulp op deze manier hoogst onwenselijk is;

overwegende dat de Minister wél een uitzondering maakt voor kinderen in de pleegzorg en daar geen beperkte periode stelt aan het overgangsrecht;

verzoekt de regering, afspraken te maken met de VNG en gemeenten die ervoor zorgen dat gemeenten na de overgangstermijn van een jaar de door een andere gemeente toegekende jeugdhulp die nog niet is afgerond voortzetten tenzij er zorginhoudelijke redenen zijn om die jeugdhulp te wijzigen of te stoppen

en gaat over tot de orde van de dag.

Westerveld