35 154 Goedkeuring van de op 30 oktober 2016 te Brussel tot stand gekomen Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2017, 13)

N MOTIE VAN HET LID PRAST C.S.

Voorgesteld 11 juli 2022

De Kamer,

constaterende dat volgens artikel 8.10.3 in CETA de verdragscomités de bevoegdheid krijgen om de definitie van «eerlijke en billijke behandeling» uit te breiden, wat als gevolg kan hebben dat de investeringsbescherming toeneemt;

verzoekt de regering in EU-verband te bevorderen dat uitbreiding van de bescherming van investeringen in CETA of in andere handelsverdragen altijd wordt voorgelegd aan de nationale parlementen;

Verzoekt de regering, als dit niet in EU-verband lukt, vast te leggen dat besluiten tot wijziging van de bescherming van investeringen altijd aan het Nederlandse parlement worden voorgelegd.

en gaat over tot de orde van de dag.

Prast

Karimi

Beukering

Van Apeldoorn

Faber-Van de Klashorst

Naar boven