35 149 EU-voorstel: Commissiemededeling inzake een investeringsplan voor Europa stand van zaken en volgende stappen COM(2018)7711

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 25 maart 2019

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 hebben kennisgenomen van de mededeling inzake een investeringsplan voor Europa: stand van zaken en volgende stappen3, die op 22 november 2018 is gepresenteerd door de Europese Commissie.

Naar aanleiding hiervan is op 22 februari 2019 een brief gestuurd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

De Minister heeft op 22 maart gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT/LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat

Den Haag, 22 februari 2019

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van de mededeling inzake een investeringsplan voor Europa: stand van zaken en volgende stappen4, die op 22 november 2018 is gepresenteerd door de Europese Commissie. De leden van de fracties van D66 en PvdA hebben naar aanleiding hiervan de volgende vragen en opmerkingen. De fractieleden van GroenLinks sluiten zich graag aan bij de vragen van de leden van de PvdA-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De Europese Commissie stelt dat de investeringen ondersteunend moeten zijn aan onder andere de overschakeling naar een koolstofarme economie. De leden van de D66-fractie vragen naar aanleiding hiervan om een toelichting op de subsidieverstrekking van 100 miljoen euro aan Biovet.5 Zij vragen u hoe deze subsidie een bijdrage levert aan het streven naar een koolstofarme economie.

De Commissie stelt dat de projecten die steun uit het Europese Investeringsfonds ontvangen marktfalen of suboptimale investeringssituaties moeten aanpakken. De leden van de D66-fractie vragen om een toelichting op deze twee begrippen en om een uitleg op welke wijze Biovet hieraan voldoet. Ook vragen deze leden naar uw reflectie op het feit dat Biovet middelen produceert die leiden tot onder andere «meer en zwaardere biggen per zeug». Door subsidie kunnen eindproducten – in dit geval vlees – goedkoper aan de consument worden aangeboden. Betekent dit nu, zo vragen deze leden, dat door marktfalen vlees afkomstig uit farm factories te duur zou zijn zonder subsidie uit het Europese Investeringsfonds? Zij vragen ook of de producten van Biovet een gezondheidsrisico kunnen opleveren door het bevorderen van resistentie tegen antibiotica.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid begrijpen niet goed dat de regering naar aanleiding van de Commissiemededeling inzake een investeringsplan voor Europa geen BNC-fiche heeft opgesteld. Zij hebben over deze mededeling de volgende vragen.

De investeringsquote in de Europese Unie bevindt zich momenteel nagenoeg op het gemiddelde van 21% over de periode van 1995–2004. Wat is in dit kader de urgentie van voortzetting van het ESFI, al dan niet in de vorm van InvestEU? Ziet u andere redenen voor voortzetting van het EFSI?

In InvestEU worden dertien bestaande financiële instrumenten samengevoegd. Welke zijn dit? Hoe verhouden deze zich tot het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds plus en het Cohesiefonds? Hoe schat u de voordelen in van samenbundeling van deze instrumenten en hoe schat u de nadelen (waaronder schaal- en afstemmingsnadelen elders) hiervan in?

Begrijpen deze leden het goed dat InvestEU onverkort een programma betreft, dat door de Europese Investeringsbankgroep ten uitvoer zal worden gebracht? Hoe ziet u de relatie tussen Invest-NL en InvestEU?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 22 maart 2019.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, A.M.V. Gerkens

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 maart 2019

Hierbij bied ik u de beantwoording aan van de door u gestelde vragen naar aanleiding van de Commissiemededeling inzake een investeringsplan voor Europa: stand van zaken en volgende stappen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De Europese Commissie stelt dat de investeringen ondersteunend moeten zijn aan onder andere de overschakeling naar een koolstofarme economie. De leden van de D66-fractie vragen naar aanleiding hiervan om een toelichting op de subsidieverstrekking van 100 miljoen euro aan Biovet. Zij vragen u hoe deze subsidie een bijdrage levert aan het streven naar een koolstofarme economie.

De Commissie stelt dat de projecten die steun uit het Europese Investeringsfonds ontvangen marktfalen of suboptimale investeringssituaties moeten aanpakken. De leden van de D66-fractie vragen om een toelichting op deze twee begrippen en om een uitleg op welke wijze Biovet hieraan voldoet. Ook vragen deze leden naar uw reflectie op het feit dat Biovet middelen produceert die leiden tot onder andere «meer en zwaardere biggen per zeug». Door subsidie kunnen eindproducten – in dit geval vlees – goedkoper aan de consument worden aangeboden. Betekent dit nu, zo vragen deze leden, dat door marktfalen vlees afkomstig uit farm factories te duur zou zijn zonder subsidie uit het Europese Investeringsfonds? Zij vragen ook of de producten van Biovet een gezondheidsrisico kunnen opleveren door het bevorderen van resistentie tegen antibiotica.

Het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) dient door middel van gerichte investeringen structurele economische groei in de EU te bevorderen. EFSI verstrekt leningen, waarbij een centrale rol is weggelegd voor de Europese Investeringsbank (EIB). De EIB beoordeelt aanvragen van leningen aan de hand van een driepilaarstructuur, bestaande uit 1) de kwaliteit en bijdrage aan duurzame groei en werkgelegenheid, 2) consistentie met en bijdrage aan EU- en EIB-beleid, 3) de bijdrage van de EIB aan het project. Specifiek onderzoekt de EIB onder de eerste pilaar of het project een neutraal of positief effect heeft op de nabije omgeving. Daarnaast gelden er voor projecten geselecteerd voor financiering uit EFSI specifieke eisen6, waaronder de bijdrage aan de EU-doelstelling op het gebied van duurzame groei. Alle projecten moeten aan deze voorwaarden voldoen om financiering uit EFSI te ontvangen.

Het EFSI dient te zorgen voor additionaliteit door te helpen om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken en nieuwe verrichtingen te ondersteunen. Er is sprake van marktfalen of suboptimale investeringssituaties wanneer projecten zonder steun uit het EFSI niet of niet in dezelfde mate door de EIB of het Europees Investeringsfonds (EIF), of onder bestaande financiële instrumenten van de Unie, hadden kunnen worden uitgevoerd gedurende de periode waarin de garantie die op grond van deze verordening is ingesteld (EU-garantie) kan worden benut. Hiertoe dient het EFSI zich met name toe te leggen op projecten met een hoger risicoprofiel dan projecten die in het kader van de normale EIB-verrichtingen worden ondersteund7. Het feit dat Biovet financiering uit EFSI heeft ontvangen, betekent dat er sprake was van marktfalen of suboptimale investeringssituaties. De EIB beoordeelt dit.

De diergeneesmiddelen die het bedrijf Biovet produceert, moeten voor gebruik in Bulgarije en in de EU een markttoelating hebben volgens de EU-regelgeving en worden hiervoor beoordeeld op werkzaamheid, veiligheid (inclusief milieubeoordeling) en kwaliteit. Deze beoordeling wordt uitgevoerd door de betrokken toelatingsautoriteit(en) van de lidsta(a)t(en), waar het bedrijf de diergeneesmiddelen op de markt wil zetten. De antibiotica van dit bedrijf zal net als die van alle andere in de EU gevestigde bedrijven moeten voldoen aan de hierboven genoemde eisen. Het is onwaarschijnlijk dat «meer en zwaardere biggen per zeug» een indicatie is voor diergeneesmiddelen op de Europese markt. Het verhoogde risico op antibioticaresistentie is een gevolg van verkeerd en teveel voorschrijven en gebruiken van antibiotica, niet van het produceren van antibiotica.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA- en GroenLinks-fractie

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid begrijpen niet goed dat de regering naar aanleiding van de Commissiemededeling inzake een investeringsplan voor Europa geen BNC-fiche heeft opgesteld. Zij hebben over deze mededeling de volgende vragen.

De investeringsquote in de Europese Unie bevindt zich momenteel nagenoeg op het gemiddelde van 21% over de periode van 1995–2004. Wat is in dit kader de urgentie van voortzetting van het ESFI, al dan niet in de vorm van InvestEU? Ziet u andere redenen voor voortzetting van het EFSI?

In InvestEU worden dertien bestaande financiële instrumenten samengevoegd. Welke zijn dit? Hoe verhouden deze zich tot het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds plus en het Cohesiefonds? Hoe schat u de voordelen in van samenbundeling van deze instrumenten en hoe schat u de nadelen (waaronder schaal- en afstemmingsnadelen elders) hiervan in?

Begrijpen deze leden het goed dat InvestEU onverkort een programma betreft, dat door de Europese Investeringsbankgroep ten uitvoer zal worden gebracht? Hoe ziet u de relatie tussen Invest-NL en InvestEU?

De Commissiemededeling over een investeringsplan voor Europa bevat geen nieuw beleid. Om die reden is er geen BNC-fiche geschreven en is het meegenomen in de brief over het Europees Semester (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1407). Het kabinet verwacht ook voor de komende periode dat private partijen zonder garanties niet voldoende investeren in bovengenoemde maatschappelijke thema’s, die bijdragen aan Europese doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, concurrentiekracht en economische groei. Het voorgestelde InvestEU-programma, als opvolger van EFSI, dient daarom via garanties deze private partijen alsnog te activeren. Een aanvullende reden om EFSI voor te zetten via InvestEU is dat dit programma inzet op voor Nederland belangrijke thema’s op Europees niveau, zoals duurzame infrastructuur, onder andere gericht op investeringen in de reductie van CO2-uitstoot, en verder onderzoek, innovatie en digitalisering, en toegang tot kapitaal voor het mkb. Voor nadere toelichting op de Nederlandse inzet ten aanzien van het InvestEU-programma verwijs ik u graag naar het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 2665).

De volgende bestaande instrumenten worden samengevoegd in het InvestEU-programma: Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI), CEF-schuldinstrument, CEF-eigenvermogensinstrument, COSME-leninggarantiefaciliteit, COSME-eigenvermogensfaciliteit voor groei, InnovFin-eigenvermogensfaciliteit, InnovFin-garantiefaciliteit voor het MKB, InnovFin-faciliteit voor O&I-leningen, Instrumenten voor particuliere financiering van energie-efficiëntie, Faciliteit voor de financiering van natuurlijk kapitaal, EaSI-investeringen in capaciteitsopbouw, EaSI-garanties voor microfinanciering en sociaal ondernemerschap, Garantiefaciliteit voor studentenleningen, Garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sectoren.

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), Europees Sociaal Fonds (ESF) en Cohesiefonds zijn Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI-fondsen) die zich richten op het verkleinen van welvaartsverschillen tussen regio’s en lidstaten, en het vergroten van het regionale concurrentievermogen. De ESI-fondsen worden uitgevoerd in gedeeld beheer tussen de Europese Commissie en de lidstaten, en betreffen zowel subsidies als financiële instrumenten. De doelstellingen van de ESI-fondsen zijn breder dan de doelstellingen van InvestEU. InvestEU richt zich uitsluitend op ondersteuning van kansrijke economische projecten op het gebied van innovatie, digitalisering, het mkb en vaardigheden. Onder het InvestEU-programma kunnen lidstaten, op vrijwillige basis, tot 5% van de voor de betreffende lidstaat beschikbare middelen vanuit het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) overhevelen naar een zogenaamd «lidstaat-compartiment» van het InvestEU-programma.

Het kabinet onderschrijft de impact assessment van de Commissie waarin wordt gesteld dat, gezien de ervaringen met de huidige financiële regelingen op EU-niveau en EFSI, er aanleiding is voor vereenvoudiging, stroomlijning en betere coördinatie. In de huidige praktijk overlappen de verschillende regelingen in bepaalde gevallen elkaar en stellen elk verschillende voorwaarden, wat kan leiden tot onduidelijkheid en inefficiëntie. Het InvestEU-programma zal leiden tot een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, onder meer door een meer eenduidige structuur, een naar verwachting grotere hefboomwerking en een efficiëntere toepassing van begrotingsmiddelen door gebruik te maken van één begrotingsgarantie. Ook leidt dit tot een vereenvoudigd aanbod van instrumenten, een eenduidige beheersstructuur, overzichtelijkere rapportages en monitoring. Schaal -en afstemmingsnadelen worden niet voorzien.

Met betrekking tot de uitvoering van het InvestEU-programma kiest de Commissie ervoor om geen exclusief uitvoeringsmandaat aan de EIB Groep te geven. De Commissie zoekt voor de uitvoering van het InvestEU-programma naast de EIB Groep nadrukkelijk samenwerking met gekwalificeerde nationale en regionale uitvoeringspartners zoals nationale stimuleringsbanken en -instellingen. Ook kan samenwerking plaatsvinden met andere instellingen die specifieke kennis, ervaring en deskundigheid van lokale marktomstandigheden kunnen inbrengen. Voor Nederland is het van groot belang dat er een effectieve en efficiënte samenwerking plaats gaat vinden met de nationale instellingen die gelijke doelen nastreven – zoals het voorziene Invest-NL in Nederland – als de «uitvoeringspartners» van dit InvestEU-programma.


X Noot
1

Zie dossier E190002 op www.europapoort.nl.

X Noot
2

Samenstelling:

Nagel (50PLUS) Ten Hoeve (OSF), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU),Schaap (VVD), Flierman (CDA), Ester (CU), Kok (PVV) (vice-voorzitter), Gerkens (SP) (voorzitter), Atsma (CDA), N.J.J. van Kesteren (CDA), Reuten (SP), Pijlman (D66), Van Rij (CDA), Schalk (SGP), Schnabel (D66), Verheijen (PvdA), Klip-Martin (VVD), Overbeek (SP), De Bruijn-Wezeman (VVD), Van der Sluijs (PVV), Van Zandbrink (PvdA), Fiers (PvdA), Aardema (PVV), Binnema (GL), Gout-van Sinderen (D66).

X Noot
3

COM(2018)771; E-dossier E190002, te raadplegen op https://www.eerstekamer.nl/eu/edossier/e190002_commissiemededeling_inzake.

X Noot
4

COM(2018)771; E-dossier E190002, te raadplegen op https://www.eerstekamer.nl/eu/edossier/e190002_commissiemededeling_inzake.

X Noot
5

Com(2018)771 NL, bladzijde 5.

X Noot
7

Verordening (EU) 2015/1017, art. I (26).

Naar boven