Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935111 nr. 2

35 111 Voordracht ter vervulling van twee vacatures in de Commissie van Toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTivd)

Nr. 2 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juni 2019

Naar aanleiding van de brief van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 19 december 2018 (Kamerstuk 35 111, nr. 1), die door u in handen van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken is gesteld, bericht de commissie u als volgt. Genoemde brief bevat het verzoek om een voordracht op te stellen ten einde te voorzien in de vacatures die ontstaan door het vertrek van de heer mr. H.N. Brouwer, voorzitter tevens lid van de Commissie van Toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD) en de heer A.J. Meijboom, lid van de CTIVD, per 1 januari 2020.

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft in haar vergadering van 17 januari 2019 besloten een Benoemingscommissie (BC) uit haar midden samen te stellen bestaande uit de leden Van Raak (voorzitter), Den Boer, Van Gent, Van der Molen en Özütok.

De BC heeft zich op 7 februari en op 16 mei 2019, verstaan met de Commissie van Aanbeveling (CvA) bestaande uit de vice-President van de Raad van State, de President van de Hoge Raad en de Nationale ombudsman. In het eerste gesprek zijn de profielschetsen en de wervingsprocedure besproken en in het tweede gesprek zijn de wervingsactiviteiten van de CvA en de aanbevelingslijst die zij op basis daarvan heeft opgesteld, besproken. In de aanbevelingslijst heeft de CvA de personen gepresenteerd die zij gekwalificeerd acht voor de vervulling van het voorzitterschap dan wel het lidmaatschap van de CTIVD. De CvA heeft de BC volledig inzicht gegeven welke personen op haar wervingsactiviteiten hebben gereageerd.

De BC spreekt haar waardering uit voor de wijze waarop de CvA haar wettelijke taak heeft uitgevoerd en daarbij een vruchtbare samenwerking, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, heeft mogelijk gemaakt.

In het kader van haar taak heeft de BC op 22 mei 2019 een gesprek gevoerd met de twee leden van de CTIVD die in functie blijven en met de secretaris van de CTIVD, teneinde zich te laten informeren over het huidige functioneren van de CTIVD en de rol die de (vertrekkend) voorzitter en het (vertrekkend) lid daarin vervullen.

De BC heeft vervolgens met alle personen die door de CvA benoembaar worden geacht een gesprek gevoerd. Op basis van deze gesprekken en gelet op de overwegingen van de CvA ten aanzien van de onderscheiden kandidaten heeft de BC de onderstaande voordrachten kunnen opstellen.

Bij deze voordrachten passen enkele kanttekeningen.

In de eerste plaats heeft de BC terdege acht geslagen op de vereisten voor benoembaarheid zoals deze in Hoofdstuk 7 art. 97 e.v. van de WIV 2017 zijn vastgelegd. Alle kandidaten die de BC nu voordraagt voldoen haars inziens aan de wettelijke vereisten.

In de tweede plaats heeft de BC gemeend niet slechts acht te moeten slaan op de wettelijke en kwalitatieve vereisten voor het voorzitterschap en lidmaatschap van de commissie. Alle door de CvA aanbevolen kandidaten voldoen aan de kwalitatieve eisen die aan de leden van genoemde commissie mogen worden gesteld. Door ook acht te slaan op ervaring, kundigheden en persoonlijke stijl van de kandidaten, heeft de BC gepoogd om tot een voordracht te komen die de gerechtvaardigde verwachting biedt dat de CTIVD ononderbroken optimaal zal kunnen functioneren.

Vanuit die overweging hecht de BC zeer aan de volgorde van kandidaten die zij in haar onderscheiden voordrachten heeft aangebracht.

De voordrachten1:

Voorzitter CTIVD

  • 1. Dhr. prof. dr. N. A. N. M. van Eijk

  • 2. --------------

  • 3. --------------

Lid CTIVD

  • 1. Dhr. H. G. Trip

  • 2. Mw. drs. A. M. C. Eijsink

  • 3. Dhr. A. J. M. de Bruijn RE RA

De vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken is in haar vergadering van donderdag 6 juni 2019 door de BC vertrouwelijk geïnformeerd over bovenstaande voordrachten. De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft vervolgens met de voordrachten ingestemd.

Twee kandidaten hebben, nadat zij waren geïnformeerd over de door de commissie Binnenlandse Zaken geaccordeerde voordracht, besloten hun sollicitatie in te trekken. Naar aanleiding daarvan is de voordracht in die zin aangepast dat de namen van betrokkenen zijn verwijderd maar dat de voordracht verder ongewijzigd is gebleven. De commissie Binnenlandse Zaken heeft met deze handelwijze ingestemd indien voorgedragen kandidaten zich, na het akkoord van de commissie, zouden terugtrekken.

Op grond hiervan moge ik u namens de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken verzoeken deze voordrachten aan de Kamer ter goedkeuring voor te leggen.

De voorzitter van de commissie, Ziengs

De griffier van de commissie, Roovers


X Noot
1

De sollicitatiebrieven, het curriculum vitae van de kandidaten en de brief van de CvA zijn ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. De CvA heeft het een van de kandidaten toegestaan aan de procedure deel te nemen op basis van uitsluitend een curriculum vitae. Betrokken kandidaat was op dat moment niet in de mogelijkheid een sollicitatiebrief in te zenden.