Hierbij stuur ik u mijn antwoord op de vraag gesteld door het lid Dessing van de fractie
van Forum voor Democratie. De vraag werd gesteld op 22 juni 2021 tijdens de plenaire
behandeling van het wetsvoorstel dat strekt tot wijziging van de Wet windenergie op
zee voor het ondersteunen van de opgave voor windenergie op zee.
Tevens geef ik hierbij uitvoering aan mijn toezegging tijdens de wetsbehandeling om
schriftelijk te reageren op de voorgestelde motie van het lid Dessing c.s. (Kamerstuk
35 092, nr. H).
Ik vertrouw erop hiermee voldoende informatie te hebben verstrekt ten behoeve van
de stemming door de Eerste Kamer der Staten-Generaal over dit wetsvoorstel op dinsdag
29 juni a.s.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat – Klimaat & Energie, D. Yeşilgöz-Zegerius
Vraag
Is de Staatssecretaris bekend met het Everest-project van Tata Steel? Het idee is
om CO2-opslag in lege gasvelden op de Noordzee in combinatie aan te gaan met het produceren
van waterstof op de Noordzee bij IJmuiden. In hoeverre is het Everest-project van
Tata Steel een voorbode voor grootschalige productie van synthetische kerosine?
Antwoord
Tata Steel Nederland staat voor een grote verduurzamingsopgave, zowel op het gebied
van CO2-reductie als op het gebied van milieu en overlast voor de omgeving. Op deze opgaves
is ingegaan in de Kamerbrief van 30 maart 2021 (Kamerstuk 32 813, nr. 677).
Het project Everest van Tata Steel is erop gericht om restgassen uit het hoogovenproces
af te vangen en te splitsen. De CO2 die hiermee wordt afgevangen zal worden opgeslagen. De koolmonoxide, die uit de splitsing
overblijft, kan worden gebruikt als grondstof voor de chemische industrie of voor
de productie van blauwe waterstof. Dit is waterstofproductie uit fossiele brandstoffen
waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen. Zowel koolmonoxide als waterstof zijn belangrijke
bouwstenen voor een breed scala van chemische producten waaronder synthetische kerosine.
Op dit moment onderzoekt Tata Steel – samen met potentiële partners – wat de haalbaarheid
is van de verschillende opties. Het is in dit stadium nog niet mogelijk om te zeggen
in hoeverre het project een voorbode is voor grootschalige productie van synthetische
kerosine.
Reactie op de voorgestelde motie van het lid Dessing c.s.
Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel dat strekt tot wijziging van
de Wet windenergie op zee voor het ondersteunen van de opgave windenergie op zee van
22 juni 2021 heeft het lid Dessing een motie voorgesteld over subsidie voor groene
waterstof (Kamerstuk 35 092, nr. H).
De motie stelt in de overweging dat subsidiëring van groene waterstofproductie vanuit
de Europese Unie niet is toegestaan. Dit is onjuist. Het verlenen van publieke steun
aan private projecten is onder voorwaarden toegestaan in de Europese staatssteunkaders.
De Europese Commissie kan projecten die het milieu verbeteren toetsen aan de «Richtsnoeren
voor staatssteun voor milieubescherming en energie» (MESK, C(2014) 2322/3). Bijvoorbeeld
steun aan elektrolyseprojecten voor het maken van groene waterstof is wel degelijk
toegestaan, mits er gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare elektriciteit als grondstof.
Momenteel worden deze «Richtsnoeren voor staatssteun voor milieubescherming en energie»»
herzien en deze zomer publiceert de Europese Commissie een voorstel voor herziening
van de hernieuwbare energierichtlijn (RED II).
In de kabinetsvisie waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 653) is het kabinet ingegaan op het belang van de ontwikkeling van een CO2-vrije waterstofketen. Het kabinet ziet waterstof als een systeemmolecuul voor het
toekomstige CO2-vrije energiehuishouden dat kan worden ingezet als grondstof in o.a. de industrie,
als brandstof in moeilijk te verduurzamen sectoren, en dat ook op termijn kan bijdragen
aan het voorzien in flexibel regelbaar vermogen in de elektriciteitssector. Centrale
uitdaging is het op gang brengen van een CO2-vrije waterstofketen. Dit is een complex vraagstuk. Vraag, aanbod, opslag en infrastructuur
moeten zich alle ontwikkelen en daartussen zijn grote afhankelijkheden. Er ligt een
publieke rol voor de ontwikkeling van deze keten en zeker in de ontwikkelfase moet
en wil het kabinet de regie nemen.
Het kan zijn dat op termijn ook op zee waterstof gaat worden geproduceerd. Dit kan
nodig zijn om het toekomstig aanbod van hernieuwbare energie uit wind op zee efficiënt
te ontsluiten. Hiermee kan Nederland in de toekomst ook zelf voorzien in brandstoffen
en grondstoffen voor de binnenlandse industrie en de transportsector.
Op dit moment kennen we alleen een gereguleerd elektriciteitsnet op zee dat de hernieuwbare
energie aan land brengt. Als het in de toekomst door de toename van windenergie op
zee, o.a. in verder gelegen gebieden, goedkoper is om de hernieuwbare energie als
moleculen in de vorm van waterstof aan land te brengen, zal ik onderzoeken welke stappen
hiertoe gewenst zijn. Uitgangspunt is om tegen de laagst mogelijke maatschappelijk
kosten en efficiënt ruimtegebruik de energie aan land te brengen.
Gelet op het voorgaande ontraad ik deze motie.