Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201935089 nr. B

35 089 Wijziging van enige wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT/ALGEMENE ZAKEN EN HUIS VAN DE KONING1 EN VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP2

Vastgesteld 8 juli 2019

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Het voorliggend wetsvoorstel hangt samen met de aanpassingswetgeving die voortvloeit uit de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). De Wnra kan door dit wetsvoorstel in werking treden voor de onderwijssector. De leden van de VVD-fractie zijn voorstander van het in werking treden van de Wnra, hetgeen door dit wetsvoorstel kan worden bewerkstelligd. Personeel dat in het openbaar onderwijs werkzaam is, en wel de sectoren primair en voortgezet onderwijs, universiteiten, onderzoeksinstellingen en universitaire medische centra, vallen onder het wetsvoorstel. TNO valt er niet onder.

De Eerste Kamer heeft op 8 november 2016 ingestemd met de Wnra. De bedoeling is dat de Wnra op 1 januari 2020 in werking treedt. De rechtspositie van het onderwijspersoneel zal worden bepaald door het Burgerlijk Wetboek. Er is alleen nog plaats voor specifieke, op het onderwijspersoneel betrekking hebbende wetgeving als daarvoor een voldoende draagkrachtige motivering is. In het wetsvoorstel wordt een aantal voorschriften gehandhaafd zónder dat er zo’n motivering is. De leden van de VVD-fractie vragen de regering daar waar wordt afgeweken van het burgerlijk recht een motivering te geven, waarbij eveneens een antwoord wordt gegeven hoe een en ander zich verhoudt tot de in het civiele recht bestaande contractsvrijheid.

De leden van de VVD-fractie vragen de regering ook een antwoord te geven op de vraag waarom er expliciet regels worden opgenomen in de wet daar waar een en ander reeds is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Bij het voorgaande gaat het in het bijzonder om de volgende bepalingen waar in het (gewijzigde) amendement-Van Meenen ook al (deels) aan gerefereerd werd, namelijk «de bepaling dat over de in dat kader te treffen regelingen en over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, door of namens het bevoegd gezag overleg wordt gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze».3 De leden van de VVD-fractie vragen de regering op welke wijze het overleg zal worden gevoerd en wat de gevolgen zijn als er geen overeenkomst met de sociale partners wordt bereikt. Mag de onderwijsinstelling dan eenzijdig arbeidsvoorwaarden opleggen en ziet de regering daar dan (ook) inhoudelijk op toe?

De commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar de memorie van antwoord en ontvangt deze graag voor het einde van het zomerreces van de Kamer.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, Dittrich

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bikker

De griffier van deze commissies, Bergman


X Noot
1

Samenstelling Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis van de Koning:

Kox (SP), Koffeman (PvdD), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA). Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Wever (VVD), Bezaan (VVD), Van der Burg (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (FVD), Gerbrandy (OSF), Van der Linden (FvD), Meijer (VVD), Nanninga (FVD), Nicolaï (PvdD) (vice-voorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), Verkerk (CU).

X Noot
2

Samenstelling Onderwijs, Cultuur en Wetenschap:

Essers (CDA), Backer (D66), Ganzevoort (GL), Sent (PvdA), Van Strien (PVV), Bruijn (VVD), Van Apeldoorn (SP), Atsma (CDA), Nooren (PvdA), Pijlman (D66) (vice-voorzitter), Schalk (SGP), Bikker (CU) (voorzitter), Klip-Martin (VVD), De Bruijn-Wezeman(VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), Cliteur (FVD), Dessing (FvD), Doornhof (CDA), Gerbrandy (OSF), Nanninga (FVD), Nicolaï (PvdD), Pouw-Verweij (FVD), Veldhoen (GL), Vendrik (GL).

X Noot
3

Kamerstukken II 2018/19, 35 089, nr. 10.