Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935084 nr. 2

35 084 Wijziging van enige wetten en het treffen van voorzieningen in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (Verzamelwet Brexit)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ter voorbereiding op de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie het wenselijk is wijzigingen in een aantal wetten door te voeren en enkele wettelijke voorzieningen te treffen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. MINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE WET OP DE FORMEEL BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN

Na artikel 11 van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a

Ten aanzien van vennootschappen afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk die op het tijdstip van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU voldoen aan de omschrijving van artikel 1 geldt:

  • a. de opgave ter inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2, vindt plaats binnen drie maanden na het tijdstip van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU;

  • b. de verplichting tot het opmaken van een jaarrekening en een bestuursverslag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en artikel 6 zijn van toepassing ten aanzien van jaarrekeningen en jaarverslagen betreffende boekjaren die aanvangen op of na het tijdstip van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU;

  • c. artikel 4, tweede lid wordt eerst drie maanden na het tijdstip van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU toepasselijk.

HOOFDSTUK 2. MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

ARTIKEL II WIJZIGING VAN DE WEGENVERKEERSWET 1994

Na artikel 186a van de Wegenverkeerswet 1994 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 186b

Rijbewijzen, getuigschriften van vakbekwaamheid, getuigschriften van nascholing, nationale certificaten als bedoeld in artikel 151c, vierde lid, onderdeel b, en certificaten aantonende dat de bestuurder de basiskwalificatie heeft behaald, de nascholing heeft afgerond, of een aantal uren nascholing heeft gevolgd, maar nog niet heeft afgerond, die vóór het tijdstip van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk in het kader van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU 2006, L 403) of Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad (PbEU 2003, L 226) worden ten behoeve van de uitvoering of handhaving van bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde bepalingen met ingang van dat tijdstip niet langer aangemerkt als documenten die zijn afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie.

HOOFDSTUK 3 MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAATBELEID

ARTIKEL III WIJZIGING VAN DE ELEKTRICITEITSWET 1998

Aan artikel 10Aa van de Elektriciteitswet 1998 wordt het volgende lid toegevoegd:

  • 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de werking en exploitatie van een landsgrensoverschrijdend net dat de grens met een derde land overschrijdt en de beheerder van dat net, voor zover deze regels nodig zijn voor het functioneren en de exploitatie van dat net of voor het functioneren van die beheerder.

ARTIKEL IV WIJZIGING VAN DE GASWET

Aan artikel 2b van de Gaswet wordt het volgende lid toegevoegd:

  • 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de werking en exploitatie van een landsgrensoverschrijdend net dat de grens met een derde land overschrijdt en de beheerder van dat net, voor zover deze regels nodig zijn voor het functioneren en de exploitatie van dat net of voor het functioneren van die beheerder.

ARTIKEL V WIJZIGING VAN DE WET GOEDKEURING EN UITVOERING MARKHAM-OVEREENKOMST

Aan het eind van artikel 4, tweede lid, van de Wet goedkeuring en uitvoering Markham-overeenkomst wordt toegevoegd: «of EU-regelgeving».

ARTIKEL VI WIJZIGING VAN DE WET BESCHERMING OORSPRONKELIJKE TOPOGRAFIEËN VAN HALFGELEIDERPRODUKTEN

Aan artikel 27 van de Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten wordt het volgende lid toegevoegd:

  • 3. Voor oorspronkelijke topografieën die vóór de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op grond van deze wet beschermd werden, wordt onder «een van de lid-Staten van de Europese Gemeenschappen» in artikel 26 voor de duur van de bescherming mede verstaan: het Verenigd Koninkrijk.

HOOFDSTUK 4. MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

ARTIKEL VII TIJDELIJKE DELEGATIEGRONDSLAG MET BETREKKING TOT SOCIALEZEKERHEIDSWETTEN

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kan in de Algemene Kinderbijslagwet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Werkloosheidswet, de Wet arbeid en zorg, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet kinderopvang, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Ziektewet worden bepaald dat het Verenigd Koninkrijk na de terugtrekking uit de Europese Unie voor de toepassing van die wetten gedurende een daarbij aangegeven periode nog als EU-lidstaat wordt aangemerkt, en kan in die wetten overgangsrecht worden opgenomen voor de situatie na de terugtrekking of na afloop van die periode ter voorkoming van onevenredig nadeel voor uitkeringsgerechtigden in het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

  • 2. Zo spoedig mogelijk na de totstandkoming van de algemene maatregel van bestuur, maar uiterlijk binnen acht weken, wordt een voorstel van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers van de Staten-Generaal tot het niet-aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken en wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden dat er toe strekt de bij de algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijzigingen ongedaan te maken.

HOOFDSTUK 5. MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

ARTIKEL VIII WIJZIGING WET LANGDURIGE ZORG

Aan artikel 6.1.2 van de Wet langdurige zorg wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel l door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • m. de verstrekking van de vergoedingen, bedoeld in artikel 69c van de Zorgverzekeringswet.

ARTIKEL IX WIJZIGING ZORGVERZEKERINGSWET

De Zorgverzekeringswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 39, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. de vergoedingen, bedoeld in artikel 69c;.

B

Na artikel 69b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 69c

  • 1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het CAK aan de persoon, bedoeld in artikel 69, eerste lid, die in het Verenigd Koninkrijk woont op de dag voorafgaande aan de datum van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zonder akkoord over de voorwaarden, een vergoeding kan verstrekken voor kosten van zorg indien:

    • a. de persoon op die dag voldaan heeft aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 69;

    • b. op die dag met toepassing van een Verordening van Raad van de Europese Gemeenschappen of toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte een recht op de zorg of vergoeding van de zorg bestond;

    • c. de zorg is verleend buiten het Verenigd Koninkrijk in een lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland;

    • d. de verlening van de zorg op of voor die dag is begonnen; en

    • e. de zorg is verleend in de periode tot uiterlijk zes maanden na de datum, bedoeld in het eerste lid.

  • 2. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld over:

    • a. de zorg waarvoor de vergoeding wordt verstrekt;

    • b. de voorwaarden voor het verkrijgen van de vergoeding;

    • c. de hoogte van de vergoeding;

    • d. de wijze van verstrekking van de vergoeding;

    • e. de aan de vergoeding verbonden verplichtingen.

  • 3. Het CAK gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de persoon, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. Het CAK is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, van de persoon, bedoeld in eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit artikel.

  • 5. Het CAK is de verwerkingsverantwoordelijke, voor de verwerking, bedoeld in het vierde lid.

HOOFDSTUK 6. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

ARTIKEL X REGELGEVENDE BEVOEGDHEDEN TEN BEHOEVE VAN OVERGANGSSITUATIES

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling van Onze Minister wie het aangaat kunnen tot een jaar na de datum van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, voorzieningen worden getroffen met het oog op een goed verloop van deze terugtrekking.

  • 2. Bij een algemene maatregel van bestuur of, indien dit noodzakelijk is in verband met de spoedeisendheid van de voorziening, bij ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de wet, voor zover dit nodig is voor een goede tenuitvoerlegging van een bindende EU-rechtshandeling met betrekking tot de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk, of ter voorkoming van onaanvaardbare gevolgen daarvan.

  • 3. Indien een voorziening als bedoeld in het tweede lid een structurele afwijking van de wet betreft, wordt zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel ingediend dat ertoe strekt de wet zodanig te wijzigen dat de voorziening niet langer noodzakelijk is. Indien een voorziening die bij ministeriële regeling is getroffen een structurele afwijking van een algemene maatregel van bestuur betreft, wordt zo spoedig mogelijk een ontwerpbesluit in procedure gebracht die ertoe strekt de algemene maatregel van bestuur zodanig te wijzigen dat de voorziening bij ministeriële regeling niet langer noodzakelijk is.

  • 4. Indien het derde lid geen toepassing vindt ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling waarbij wordt afgeweken van de wet, wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de ministeriële regeling bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de Kamers der Staten-Generaal tot het niet-aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de ministeriële regeling onverwijld ingetrokken.

ARTIKEL XI INWERKINGTREDING

  • 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2. In het koninklijk besluit kan worden bepaald dat deze wet of onderdelen daarvan terugwerken tot en met 30 maart 2019.

  • 3. Aan besluiten die worden gebaseerd op een onderdeel van deze wet waaraan ingevolge het tweede lid terugwerkende kracht is verleend, kan terugwerkende kracht worden verleend tot en met dezelfde datum.

ARTIKEL XII CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet Brexit.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Buitenlandse Zaken,