35 083 Regels betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten (Plantgezondheidswet)

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 11 oktober 2018 en het nader rapport d.d. 12 november 2018, aangeboden aan de Koning door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 12 juli 2018, nr. 2018001275, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 11 oktober 2018, nr. W11.18.0194/IV, bied ik U hierbij aan.

Hieronder zijn opgenomen het voornoemde advies, in cursief weergegeven, en de reactie van het Kabinet daarop.

Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2018, no. 2018001275, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten (Plantgezondheidswet), met memorie van toelichting.

De aanleiding voor het wetsvoorstel betreft Verordening 2016/2031, waarin regels voor de bescherming van planten tegen de binnenkomst en verspreiding van voor planten schadelijke organismen zijn gesteld.2 Verordening 2016/2031 zal met ingang van 14 december 2019 rechtstreeks van toepassing zijn in de lidstaten van de Europese Unie. Met ingang van die datum moet de nationale regelgeving in overeenstemming zijn met deze verordening. Het wetsvoorstel strekt hiertoe en het leidt tot een volledige herziening en vernieuwing van de Plantenziektenwet van 5 april 1951.

Tevens wordt uitvoering gegeven aan Controleverordening 2017/625, die voorschriften geeft voor de uitvoering van officiële controles. Deze worden geregeld in de Landbouw kwaliteitswet, de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de Plantgezondheidswet.3

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de Europese verplichting een coördinerende instantie aan te wijzen. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.

1. Bevoegde en coördinerende autoriteit

Het doel van de Europese regelgeving is het beschermen van het grondgebied van de Europese Unie tegen het binnenbrengen, vestigen en verspreiden van schadelijke organismen voor planten en plantaardige producten.4 Plantgezondheid is belangrijk voor de duurzaamheid, biodiversiteit en ecosystemen en voor de economische positie van land-, tuin- en bosbouw.5

Wanneer een lidstaat de verantwoordelijkheid voor de organisatie of uitvoering van officiële controles of andere officiële activiteiten voor hetzelfde gebied aan meer dan één bevoegde autoriteit op nationaal, regionaal of plaatselijk niveau opdraagt, bepaalt Controleverordening 2017/625 dat de lidstaat één instantie moet aanwijzen, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de samenwerking en de contact en met de Commissie en met de andere lidstaten.6

Het voorstel bevat geen regeling voor de aanwijzing van de coördinerende autoriteit, hoewel de toelichting wel op de rol van deze autoriteit ingaat. Gegeven de Europese verplichting daartoe, adviseert de Afdeling dit als nog te regelen.

Naar aanleiding van het advies is in artikel 2 van het wetsvoorstel een (nieuw) tweede lid ingevoegd, waarin de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt aangewezen als de coördinerende instantie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van verordening 2017/625.

2. Redactionele bijlage

De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn overgenomen.

3. Overig

Van de gelegenheid gebruik gemaakt om de toelichting op een aantal punten te verduidelijken.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.

De vice-president van de Raad van State,

J.P.H. Donner

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no. W11.18.0194/IV

  • De toelichting op onderdelen aanpassen aan de wetstekst, zoals in paragraaf 5 als het gaat om het bij ministeriele regeling regelen beboetbaar maken van overtredingen en in de artikelsgewijze toelichting op artikel 21, waar wordt verwezen naar onjuiste of niet in het wetsvoorstel voorziene onderdelen.

  • transponeringstabel geeft per bepaling en artikellid aan hoe uitvoering is gegeven aan de verordeningen. De kolommen die vermelden of er beleidsruimte is en de toelichting bij de keuze van de invulling daarvan zijn summier ingevuld, bijvoorbeeld artikel 5, ter uitvoering van artikel 15, tweede lid, van Verordening 2016/2031. De transponeringstabel aanvullen met de redenen voor het toekennen van de beleidsruimte.

  • De toelichting bevat geen transponeringstabel voor Controleverordening 2017/625, De toelichting aanvullen met een transponeringstabel voor zover het wetsvoorstel dient ter uitvoering van deze verordening.


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228 /213, (EU) nr. 652 /2014 en (EU) nr. 1143 /2014 van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van de Richtlijnen 69 /464 /EEFG, 74 /467 /EEG, 93/85/EEG, 98 /57/EG, 2000/29/EG, 2006 /91/EG en 2007/33 /EG van de Raad (PbEU 2016, L 317).

X Noot
3

Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396 /2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151 /2012, (EU) nr. 652 /2014, (EU) 2016 /429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099 / 2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG: 2008/119/EG en 2008 /120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/ EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95).

X Noot
4

Dit betreft eveneens de doelstelling van Richtlijn 2000/29/EG (Fytorichtlijn), die ten grondslag ligt aan de verordeningen en nationale regelgeving.

X Noot
5

Memorie van toelichting, paragraaf 2. Implementatiewetgeving.

X Noot
6

Artikel 4, tweede lid, van de Controleverordening 2017/625.

Naar boven