Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035083 nr. 13

35 083 Regels betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten (Plantgezondheidswet)

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID VON MARTELS

Ontvangen 11 november 2019

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel 31, onderdeel B, vervalt in het voorgestelde artikel 20a het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» in het eerste lid.

Toelichting

Het voorgestelde verbod op het leveren van gewasbeschermingsmiddelen, die voor een ander gewas zijn toegelaten dan de professionele gebruiker teelt, criminaliseert het handelen van leveranciers. De indiener kan zich vinden in het doel van het voorgestelde verbod te weten het voorkomen van onrechtmatig gebruik, maar is van mening dat het voorgestelde verbod disproportioneel is omdat de leverancier niet met zekerheid kan vaststellen of de teler, die bij hem een bestelling plaatst, het gewas, bij welke het betreffende middel gebruikt mag worden, ook daadwerkelijk teelt. Dat een leverancier zonder zekerheid daarover te kunnen verkrijgen een misdrijf kan begaan door dit verbod te overtreden ziet de indiener als disproportioneel. Bovendien zijn leveringen die niet gerelateerd zijn aan een teelt uitgezonderd van het voorgestelde verbod waarmee ongeveer een derde van de leveranties van gewasbeschermingsmiddelen buiten de reikwijdte van het verbod valt. Mogelijke gevolgen van dit onderscheid tussen leveranties acht de indiener onwenselijk. Overigens zijn leveranciers reeds verplicht om leveringen van gewasbeschermingsmiddelen te registreren (artikel 67, verordening (EG) nr. 1107/2009). De indiener stelt om bovenstaande redenen voor om dit verbod te schrappen.

Von Martels