De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat de vrije mededinging van de interne markt in haar uitwerking kan
botsen met publieke belangen;
overwegende, dat de WRR in haar rapport «Europese variaties» benadrukt dat de interne
markt geen doel op zichzelf is, maar ten dienste staat aan de sociale markteconomie;
overwegende, dat de regering in haar reactie op het WRR rapport stelt dat de benadering
in het rapport goed aansluit bij de huidige kabinetsinzet voor de toekomst van de
interne markt;
overwegende, dat de interne markt daarmee in haar uitwerking in een aantal domeinen
te strikt kan zijn en dat er, in lijn met het rapport van de WRR, behoefte is aan
meer variatie, welke meer ruimte laat aan lidstaten en lokale overheden om hun eigen
afwegingen te maken;
overwegende, dat met een dergelijke variatie economische belangen en publieke belangen
in een beter evenwicht gebracht zouden kunnen worden dan het geval is met de huidige
one-size-fits-all benadering;
overwegende, dat bijvoorbeeld in de werking van de Europese aanbestedingsrichtlijn,
dit goede evenwicht in een aantal domeinen ontbreekt en de eigen beleidsruimte wordt
beperkt;
constaterende, dat onder meer de zorg in het sociale domein, met name de jeugd- en
thuiszorg, tegen veel belemmeringen aanloopt als gevolg van de Europese aanbestedingsregels
en dat de regering de zorg hierover deelt;
overwegende, dat er ook in andere domeinen sprake is van een te strikte, uniformerende
interne markt,
verzoekt de regering met een verkennende analyse te komen over hoe de Europese marktordening
zo aangepast kan worden dat geconstateerde belemmeringen ten aanzien van het dienen
van publieke belangen weggenomen kunnen worden, en daarmee een grotere variatie in
de interne markt te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Apeldoorn
Kuiper
Teunissen
D.J.H. van Dijk
Reuten