35 059 Initiatiefnota van het lid Van den Bosch over een ambitieus reservistenbeleid

Nr. 9 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 oktober 2019

Op 22 januari jl. heb ik u, mede namens de Minister, onze reactie (Kamerstuk 35 059, nr. 4) op de initiatiefnota «Een ambitieus reservistenbeleid» (Kamerstuk 35 059, nr. 2) van het lid Van den Bosch (VVD) toegestuurd. Tijdens het notaoverleg op 11 februari jl. hebben wij over deze nota gesproken. Zowel in de reactie op de initiatiefnota als in het notaoverleg heb ik toezeggingen gedaan ten aanzien van het onderwerp reservisten. Daarnaast zijn drie moties van uw Kamer aangaande dit onderwerp aangenomen. In de bijlage bij deze brief geef ik u, mede namens de Minister, de stand van zaken.

Nadat Defensie in 2017 en 2018 heeft ingezet op toename van de inzet en de verbreding van taken van reservisten, wordt nu ook ingezet op toename van de omvang van het reservistenbestand. In de personeelsrapportage van 17 september jl. (Kamerstuk 35 300 X, nr. 4) heb ik u geïnformeerd over de actuele aantallen: medio 2019 is het reservistenbestand ten opzichte van 2018 met 6% toegenomen en is het aantal uitbetaalde uren opnieuw met 14% toegenomen. Hoewel de instroom van reservisten achterblijft bij de behoefte, zijn deze ontwikkelingen positief. De maatregelen om het wervings- en selectieproces te verbeteren hebben dus, gelet op de procentuele toename van het reservistenbestand en het aantal uitbetaalde uren, een positief effect.

Ook zetten we ons in om de samenwerking met bedrijven, overheids- en onderwijsinstellingen te versterken en nieuwe vormen van samenwerking te zoeken. Daarnaast zet Defensie stappen om de rechtspositie van de reservist gelijk te stellen aan die van de beroepsmilitair. Voor deze en de overige maatregelen verwijs ik u naar de bijlage bij deze brief1.

De Staatssecretaris van Defensie, B. Visser


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven