Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935056 nr. 4

35 056 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 teneinde te voorzien in een wettelijke basis voor de staandehouding, overbrenging en ophouding met het oog op inbewaringstelling van Dublinclaimanten en vreemdelingen aan wie tijdens een verblijfsprocedure rechtmatig verblijf wordt toegekend

Nr. 4 VERSLAG

Vastgesteld 2 november 2018

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.

I. ALGEMEEN

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel en onderschrijven het belang van het vaststellen van uitvoeringsmaatregelen in de nationale wetgeving voor de staande houding, overbrenging en ophouding van Dublinclaimanten en van vreemdelingen in afwachting van een beslissing op een verblijfsaanvraag. Zij hebben nog enkel de vraag welke werkwijze de ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen nu hanteren tot de inwerkingtreding van deze wet en wat de gevolgen zijn van deze werkwijze.

De leden van de PVV-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij zien de noodzaak van het voorkomen van de opheffing van vreemdelingenbewaring bij de in het wetsvoorstel genoemde categorieën vreemdelingen.

Deze leden wijzen hierbij op de voortdurende overlast die asielzoekers uit veilige landen veroorzaken in plaatsen als Ter Apel, Rotterdam, Weert en Kampen. Voornoemde leden vragen in dit kader hoeveel overlast gevende asielzoekers in beeld zijn en welk percentage daarvan als Dublinclaimant is aangemerkt. Voorts willen zij weten hoeveel Dublinclaimanten dit jaar in vreemdelingenbewaring zitten c.q. hebben gezeten en of inbewaringstelling van deze categorie vreemdelingen is gecontinueerd na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 mei 2018 (zaak nrs. 201801240/1/ en 201801240/1/V3). Als dat laatste het geval is willen de aan het woord zijnde leden graag weten welk aantal het betreft.

De leden van de PVV-fractie betreuren het, dat vreemdelingenbewaring vaak niet mogelijk is c.q. moeizaam kan worden toegepast door de EU-regels. Zij vragen of dit met dit wetsvoorstel in ieder geval wordt opgelost ten aanzien van criminelen en overlastgevers. In het verlengde hiervan vragen voornoemde leden of alle overlastgevers die nu actief zijn in bijvoorbeeld Ter Apel en Kampen na de beoogde wijziging van de wet direct van straat gehaald kunnen worden en vastgezet kunnen worden. Vanzelfsprekend is voorkomen beter dan genezen en daarom blijven deze leden pleiten voor een volledige asielstop.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.

Kan de regering aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de onderhandelingen over het verruimen van de mogelijkheden van bewaring? Deze leden vragen of de regering uitputtend kan aangeven welke punten zij bij de onderhandelingen inbrengen en dan niet enkel voor zover het Dublinzaken betreft. Acht de regering het wenselijk dat risicogroepen de dagen en nachten voor hun uitzetting zonder bewaring of toezicht doorbrengen? Deelt de regering de opvatting dat in ieder geval artikel 28, eerste lid, van de Dublinverordening te absoluut is gesteld en dat er ten behoeve van een snelle en doeltreffende uitvoering van de verordening altijd een bepaalde tijdspanne moet zijn waarin bewaring en toezicht met het oog op de overdracht als een van de legitieme middelen worden beschouwd. Tot slot vragen deze leden of de regering van mening is dat de bewijslast voor de EU-lidstaten te hoog is, namelijk een aannemelijk maken van een significant risico op onderduiken.

II. ARTIKELGEWIJS

Artikel II

De leden van de SGP-fractie vragen waarop de aantallen uren in het wetsvoorstel gebaseerd zijn en in hoeverre de beperkte aantallen uren in de praktijk tot problemen kunnen leiden.

De voorzitter van de commissie, Van Meenen

Adjunct-griffier van de commissie, Tielens-Tripels