Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935030 nr. 12

35 030 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Invorderingswet 1990 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PbEU 2016, L 234/26) (Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID LEIJTEN

Ontvangen 9 november 2018

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel C, wordt artikel 13ab als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid vervalt.

2. Het elfde lid vervalt.

Toelichting

Het is de bedoeling van de eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking om te zorgen dat bedrijven niet via een gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (CFC’s) aan grondslag uitholling kunnen doen en te weinig winstbelasting betalen. Toch blijft in de implementatiewet een ontsnappingsroute open door zogenaamde gecontroleerde buitenlandse vennootschappen die een «wezenlijke economische activiteit» uitoefenen niet onder de CFC-regel te laten vallen. Indiener is van mening dat bedrijven simpelweg belasting moeten betalen, ongeacht of zij wezenlijke activiteiten ontplooien. Daarom wordt deze uitzondering geschrapt.

Leijten