Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-XIV nr. D

35 000 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2019

D MOTIE VAN HET LID KOFFEMAN C.S.

Voorgesteld 11 december 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vijf diersoorten – haas, konijn, wilde eend, fazant en houtduif – worden bejaagd zonder dat daarvoor getoetst wordt op maatschappelijk(e) nut of noodzaak,

overwegende, dat de wettelijke erkenning van de intrinsieke waarde van dieren op gespannen voet staat met het zonder nut of noodzaak doden van die dieren,

verzoekt de regering de wildlijst van vrij bejaagbare dieren terug te brengen tot nul soorten en afschot alleen toe te staan in gevallen van gevaar voor de volksgezondheid, aanzienlijke schade of aantoonbare probleemsituaties binnen de populatie of voor flora en/of fauna die niet op een minder ingrijpende wijze op te lossen is,

en gaat over tot de orde van de dag.

Koffeman

Van Leeuwen

Reuten

Overbeek

Köhler