Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-XIII nr. 64

35 000 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2019

Nr. 64 MOTIE VAN HET LID ÖZTÜRK

Voorgesteld 8 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland ca. 400.000 arbeidsmigranten uit Oost-Europa werkzaam zijn, onder andere in de land- en tuinbouw, die volgens onderzoeksbureau SEO voor 11 miljard euro bijdragen aan ons bbp;

overwegende dat deze arbeidsmigranten fysiek zwaar werk doen, nachtdiensten draaien, bekendstaan als harde en flexibele werkers en dat er geen sprake is van verdringing;

overwegende dat desondanks het imago van deze groep arbeidsmigranten slecht is;

overwegende dat we de arbeidsmigranten nodig hebben om een aantal belangrijke sectoren goed te laten draaien;

overwegende dat we deze arbeidsmigranten ook de komende jaren nodig

zullen blijven hebben en hier niet snel verandering in zal komen;

overwegende dat het daarom van belang is om, net als bij expats, een gunstig vestigingsklimaat te creëren, onder andere op het gebied van huisvesting en imago, zodat deze mensen hier ook zullen willen blijven komen;

verzoekt de regering, om in haar communicatie er zorg voor te dragen dat de beeldvorming rond Oost-Europese migranten wordt verbeterd en te bezien wat hieraan gedaan kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Öztürk