Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-XII nr. 68

35 000 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2019

Nr. 68 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 december 2018

In het kader van het vlootvervangingsprogramma van de Rijksrederij is door Rijkswaterstaat opdracht gegeven tot het bouwen van drie identieke multi-purpose vessels (MPV-30). Dit zijn multifunctionele werkschepen die tot 30 zeemijl uit de Nederlandse kust mogen varen. De MPV-30 is een schip dat voor een groot deel in opdracht van Rijkswaterstaat zal worden ingezet voor de drijvende vaarwegmarkering in de Zeeuwse wateren, de Waddenzee en het IJsselmeer.

Bij de aanbesteding is de markt uitgedaagd om sterk in te zetten op duurzaamheid en innovatie ten aanzien van de multifunctionele inzetbaarheid van de schepen. Dit leidt zowel in de aanbesteding als bij het ontwerp tot extra complexiteit.

Gedurende de bouw van deze schepen is aan het licht gekomen dat zonder aanpassing aan de schepen niet meer volledig wordt voldaan aan de eisen die bij de aanbesteding gesteld zijn. Dit komt mede door wijzigingen die aan het oorspronkelijke ontwerp zijn toegevoegd, die vervolgens grotere consequenties hebben dan verwacht. Deze consequenties hebben te maken met zichtlijnen en diepgang van het schip.

Op dit moment bevindt het project zich in de opleverfase, wat betekent dat deze schepen nog niet geaccepteerd zijn door de Rijksrederij. De schepen zijn wel te water gelaten als onderdeel van de opleverfase. Rijkswaterstaat is in overleg met de scheepswerf om te bezien welke scenario’s c.q. oplossingen er zijn.

MPV-30

Het gaat om een tweetal issues;

  • Zichtlijnen: Bij de nadere uitwerking van de benodigde kraan zijn er aanpassingen gedaan die een negatief effect bleken te hebben op de zichtlijnen.

  • Diepgang: Bij de nadere uitdetaillering van het ontwerp en toevoegingen aan het schip blijkt het schip dieper te liggen dan geëist. Dit heeft consequenties voor onder andere de inzetbaarheid van het schip, de hoeveelheid lading die kan worden meegenomen en de locatie van de slaapvertrekken.

Zeker is dat de oplevering van de schepen is vertraagd. Parallel aan het onderzoek naar mogelijke oplossingen voor de issues wordt ook de aansprakelijkheid uitgezocht.

Vlootvervangingsprogramma

Binnen het lopende vlootvervangingsprogramma wordt door de Rijksrederij opdracht gegeven voor de bouw van diverse andere schepen.

Rijkswaterstaat heeft besloten om in het vlootvervangingsprogramma een pas op de plaats te maken en zeker te stellen dat de schepen bij oplevering voldoen aan de gestelde eisen.

De vlootvervangingen die nog in voorbereiding zijn maar nog niet gegund, worden daarom eerst kritisch tegen het licht gehouden, alvorens te starten met de aanbesteding. Reden voor deze pas op de plaats zijn de eerdere ervaringen met de rigid hull inflatable boats (RHIB’s), de recente ervaringen bij de bouw van drie MPV-30 schepen, alsmede het feit dat het onderzoek van de ADR naar de problemen bij de RHIB’s nog op zich laat wachten.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga