Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-VIII nr. 61

35 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2019

Nr. 61 MOTIE VAN HET LID FUTSELAAR

Voorgesteld 1 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat (zeer) kleine opleidingen voor universiteiten en hogescholen niet rendabel zijn er daarom geen financiële prikkel bestaat om ze in stand te houden;

constaterende dat kleine opleidingen echter een groot belang kunnen hebben: doordat zij uniek zijn in Nederland, en/of een bijzondere wetenschappelijke, economische of culturele waarde hebben;

constaterende dat de afgelopen jaren een aantal unieke kleine opleidingen is verdwenen, zoals bijvoorbeeld Portugees, ondanks het feit dat Portugeessprekend Brazilië de achtste economie van de wereld is;

constaterende dat er in de jaren negentig een apart kleine letterenfonds bestond dat echter is opgegaan in de lumpsumfinanciering;

verzoekt de regering, te onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is om te komen tot een beperkt fonds apart van de lumpsum voor ondersteuning van zeer kleine opleidingen met een unieke waarde in het gehele hoger onderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

Futselaar