Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-VII nr. 52

35 000 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2019)

Nr. 52 MOTIE VAN HET LID RONNES C.S.

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 12 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er de komende jaren behoefte is aan een forse uitbreiding van de woningvoorraad en dat in het kader van het klimaatakkoord afspraken worden gemaakt over het verduurzamen en aardgasvrij maken van de (bestaande) woningvoorraad;

overwegende dat door de schaarste op de woningmarkt kwetsbare doelgroepen moeilijker aan bod komen;

overwegende dat er behoefte is aan flexibele woonvormen die bijvoorbeeld via transformatie van niet-woongebouwen tot stand kunnen komen;

overwegende dat een groot deel van de opgave door woningcorporaties zal moeten worden opgepakt, gezien haar belangrijke positie op de woningmarkt;

overwegende dat de totale financiële slagkracht van de corporatiesector in balans moet zijn met de maatschappelijke opgaven, en dat er in verschillende woningmarktregio's sprake lijkt te zijn van een mismatch tussen de financiële slagracht en maatschappelijke opgaven;

overwegende dat deze financiële slagkracht afhankelijk is van onder andere de ontwikkeling van de verhuurderheffing en andere fiscale lasten en de mogelijkheid tot verkoop van corporatiewoningen door corporaties;

verzoekt de regering, om te onderzoeken hoe, gegeven de financiële positie van corporaties en haar maatschappelijke opgaven, op de korte en lange termijn bereikt kan worden dat de volgende maatschappelijke opgaven in voldoende mate worden opgepakt:

  • investeringen in woningen geschikt voor ouderenhuisvesting;

  • het voorzien in de behoefte aan goedkope huurwoningen voor mensen die uitstromen uit daklozen-, vrouwen- en ggz-opvang en beschermd wonen;

  • het voorzien in behoefte aan woonvormen;

  • het voorzien in voldoende huisvesting voor jongeren en studenten;

  • de verduurzaming van de gebouwde omgeving;

  • de opgave in krimpgebieden;

  • het voorzien van voldoende huisvesting voor statushouders en arbeidsmigranten zonder verdringing van andere woningzoekenden;

verzoekt de regering tevens, hierbij te betrekken de mogelijke rol van prikkels in de verhuurderheffing, andere vormen van financiële prikkels en mogelijkheden om ook regionaal tot een goede balans te komen tussen de financiële mogelijkheden en maatschappelijke opgaven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ronnes

Koerhuis

Van Eijs

Dik-Faber