Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-IV nr. 29

35 000 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2019

Nr. 29 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 november 2018

Inleiding

Met uw Kamer heb ik op 27 september 2018 in een Algemeen Overleg (Kamerstuk 35 000 IV, nr. 27) uitvoerig van gedachten gewisseld over de voortgang van de bestuurlijke, sociale en economische ontwikkelingen op Sint Eustatius na de bestuurlijke interventie op 7 februari 2018. Tijdens het algemeen overleg heb ik uw Kamer de volgende toezeggingen gedaan waar ik in deze voortgangsrapportage nader op in zal gaan:

  • In de eerstkomende voortgangsrapportage over Sint-Eustatius zal een overzicht opgenomen worden van alle projecten die in voorbereiding c.q. uitvoering zijn (zie bijlage)1;

  • In de voortgangsrapportage zal uitgebreid worden ingegaan op het vraagstuk van de verkiezingen;

  • In de voortgangsrapportage zal worden ingegaan op LNV-aspecten, dus landbouw, en op de lokale bouwactiviteiten door lokale werklieden.

  • In de voortgangsrapportage wordt ingegaan op de meest actuele informatie omtrent de aanpak van huiselijk geweld.

Het overleg heeft mij een goed inzicht geboden in de opvattingen van uw Kamer. Dat stelt mij in de gelegenheid om met deze voortgangsrapportage ook meer context en perspectief aan te reiken, zodat de beelden van uw Kamer, het kabinet en de regeringscommissaris op dezelfde leest geschoeid zijn en blijven.

Naast de redenen, genoemd in mijn brief van 31 mei 20182 aan uw Kamer, blijf ik dan ook regelmatig Sint Eustatius bezoeken, veelal samen met andere bewindspersonen. Minister Schouten, Minister van Nieuwenhuizen-Wijbenga en Staatssecretaris Van Ark hebben al aangegeven het eiland een bezoek te willen brengen. De contacten tussen de regeringscommissaris en «Den Haag» zijn intensief en adequaat, maar ik heb ondervonden dat het ervaren van de eilandelijke klank en kleur door er te zijn en met bewoners en bestuurders te praten het inzicht verbreedt en verdiept.

In deze brief schets ik eerst een algemeen beeld, waarbij ik duiding geef aan de opinies en verwachtingen die bij de bevolking op Sint Eustatius leven. Meer specifiek ga ik in op het thema verkiezingen, nu dat door de politieke groeperingen op het eiland als een belangrijk onderwerp wordt ervaren.

Vervolgens wordt de voortgang op de diverse domeinen beschreven: het bestuurlijke, het sociale en het fysieke domein.

Afgesloten wordt met de paragrafen over de economische structuur en de openbare orde en veiligheid.

Algemeen beeld

Opinies

De bevolking ziet de voortgang in de wederopbouw van woningen en inmiddels ook van andere bouwwerken die hersteld worden.

Boeren en vissers hebben ervaren dat de inventarisatie van de geleden schade ook daadwerkelijk is omgezet in bestellingen van materiaal om de schade te herstellen. In de toeristische sector hebben 24 bedrijven een tegemoetkoming ontvangen om het omzetverlies ten gevolge van Irma en Maria te compenseren. Deze zichtbare en merkbare activiteiten geven de bevolking het vertrouwen dat adequaat bestuurlijk handelen tot resultaten leidt.

Onder meer door middel van town hall meetings beoogt de regeringscommissaris -soms samen met departementale delegaties- de bevolking te informeren. Zo zijn er in september 2018 presentaties gegeven over de aanpak van de erosie en over de nieuwbouw van de luchthaventerminal en de verkeerstoren. Op 13 december 2018 volgt er een over het wegenplan.

In oktober 2018 heeft er een town hall meeting plaatsgevonden over een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de bouw van een hotel en villa’s (Guyeau Estate). Daar hebben de aanwezigen kunnen vaststellen dat de regeringscommissaris graag medewerking verleent aan deze economische impuls, maar ook oog heeft voor de effecten op het milieu en historische objecten.

De regeringscommissaris informeert de bevolking verder via Facebook, de website van het openbaar lichaam en in gesprekken die hij voert met de mensen bij evenementen en bijeenkomsten.

De kleinschaligheid van het eiland heeft het voordeel dat ontwikkelingen snel bij een breed deel van de bevolking bekend zijn. Ambtenaren, werknemers en ondernemers en de leden van de Maatschappelijke Raad van Advies en het Coöperative Platform dragen immers bij aan verspreiding van informatie die daarna haar weg via Facebook vervolgt. Sinds eind oktober worden de notulen van Maatschappelijke Raad van Advies gepubliceerd.

Het wekelijkse inloopspreekuur van de regeringscommissaris en zijn plaats-vervanger blijft druk bezocht. Het spreekuur valt qua thematiek te beschouwen als een functie waarbij wordt bemiddeld tussen publieke en/of private partijen, wordt verwezen naar de juiste instanties en klachten worden onderzocht. De regeringscommissaris onderzoekt hoe deze functie duurzaam kan worden ingericht op het eiland. De besluitenlijst wordt wekelijks gepubliceerd op de website www.statiagovernment.com onder het kopje «notices and services».

Ik wil niet onvermeld laten dat het huidige bestuur door haar handelen ook initiatieven bij de bevolking en daarbuiten losmaakt. Zo is er het initiatief van een kunstenaar met een Statiaanse achtergrond om een galerie annex atelier te openen. Daarmee beoogt hij de ontwikkeling van creatieve vaardigheden bij de bevolking te stimuleren.

De wederopbouw van de woningen heeft vrijwilligers er toe aangezet om in hun eigen tijd de buitenkant van herstelde woningen opnieuw in de verf te zetten voor bewoners die dat zelf niet kunnen op basis van leeftijd, gesteldheid of inkomen.

Deze uitingen van gemeenschapszin zijn in een kleine samenleving van groot belang.

Het is evenzeer opmerkelijk dat er meer vergunningen in de sfeer van kleine bedrijvigheid worden aangevraagd dan verwacht. Deels op basis van nieuwe initiatieven, deels omdat eerdere aanvragen niet tot adequate afhandeling en besluitvorming door het vorige bestuur hebben geleid.

Ook deze ontwikkelingen zie ik als een uiting van vertrouwen.

Anderzijds is niet iedereen ingenomen met de interventie. Drie voormalige eilandsraadsleden en de twee voormalige gedeputeerden hebben onlangs de Staat der Nederlanden gedaagd voor het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zij zijn van oordeel dat de Staat een onrechtmatige daad jegens hen heeft gepleegd en eisen daarom «schadevergoeding c.q. herstel van functie». Zij hebben een kort geding aangespannen om de regeringscommissaris en zijn plaatsvervanger «van het eiland te verwijderen».

Verwachtingen

Het groeiende vertrouwen in het bestuur en in de aanpak van de Nederlandse regering neemt niet weg dat de bevolking en woordvoerders als de Maatschappelijke Raad van Advies en het Coöperative Platform ook hun verwachtingen uitspreken over andere mogelijke verbeteringen, met name op het fysieke en sociale domein. Zo staat het uitbreiden en goedkoper worden van de verbindingen door de lucht en over het water hoog op ieders wensenlijst. De overheid kan en wil daarin faciliteren door de zeehaven te verbeteren, de luchthaventerminal en de verkeerstoren te renoveren, het veiligheidsniveau op beide plaatsen te waarborgen en waar nodig vergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen en exploitanten van veerverbindingen. Maar het daadwerkelijke commerciële risico om te investeren in lucht- en waterverbindingen is in beginsel aan marktpartijen, evenals de uiteindelijke prijsstelling. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt momenteel alle mogelijkheden om de connectiviteit via de lucht met Sint Eustatius te verbeteren. Begin 2019 wordt uw Kamer daarover geïnformeerd.

De bevolking kijkt evenzeer uit naar betere en goedkopere internetverbindingen, ook al heeft de overheidsnv Eutel daar voor de zomer van 2018 een stap in gezet. De schaalgrootte maakt scherpe prijzen evenwel niet goed mogelijk en datzelfde geldt voor de winkelprijzen die ten opzichte van de inkomenssituatie door velen als (te) hoog worden ervaren.

Op het fysieke domein wordt uitgekeken naar meer zichtbare resultaten waar het wegen, water, erosie en de haven betreft. Met uw Kamer ben ik van mening dat een onorthodoxe aanpak niet geschuwd hoeft te worden, met name als het gaat om het gunnen van opdrachten. Soms is het goed mogelijk om in deelprojecten de rol van opdrachtgever bij het lokale bestuur te beleggen. De recente offerteprocedure voor noodmaatregelen aan de eroderende klif is daar een goed voorbeeld van. Met dit voorbeeld voor ogen bezien het kabinet en de regeringscommissaris of ook in andere trajecten de snellere lokale offerteprocedure toegepast kan worden. Als opdrachtgever past de regeringscommissaris offerteprocedures toe teneinde een transparante marktwerking te verkrijgen, zowel aan de vraagzijde (meer partijen kunnen een offerte uitbrengen) als aan de aanbodzijde (concurrentie op prijs en kwaliteit).

Ik bespeur een zekere spanning tussen de wens om snelheid te maken en de wens om tegelijkertijd duurzame kwaliteit te leveren, zodat niet na enkele jaren de inspanningen en investeringen zijn verdampt in nieuwe verwaarlozing. Tegelijkertijd is er sprake van een aantal externe factoren dat het tempo beïnvloedt. Gaarne schets ik voor een beter begrip deze context.

Zo vereist de aanpak van de erosie en van de renovatie van de wegen en de zeehaven gedegen vooronderzoek, met name gericht op het beteugelen van eroderende effecten die de staat van de wegen, de zeehaven en de klif (mede) hebben bepaald. Bij de wegen speelt ook de samenloop van wegaanleg, het aanbrengen van ondergrondse leidingen en kabels, een betere afwatering en gerichte wateropvang een rol. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van de zeehaven, waar de aanpak van de erosie van de kuststrook bij de haven mee verbonden is.

Deze projecten en die van de wederopbouw zijn niet de enige. Departementen gaan met de inzet van het Rijksvastgoedbedrijf ook verder met hun projecten aan scholen, RCN-gebouwen en monumenten, zoals investeerders, lokale ondernemers en de bevolking dat ook doen. Door de kleinschaligheid van het eiland heeft dat tot een marktsituatie geleid waarbij de beschikbaarheidsgrens van aannemersbedrijven en lokale werknemers is genaderd. De expliciete wens van uw Kamer, het kabinet en de regeringscommissaris om zo veel mogelijk met lokale aannemers en werknemers te werken, wordt zo wel bewaarheid.

Er zijn ook weersomstandigheden (in het najaar) in de regio die beperkingen opleggen. (Dreigende) stormen of orkanen en met name perioden van langdurige hevige golfslag verhinderen de komst van schepen naar Sint Eustatius. Door de geringe capaciteit van de zeehaven duurt het dan enige tijd voordat de reguliere vervoersbewegingen weer op schema zijn. Daardoor komen bouwmaterialen later aan en kunnen af te voeren materieel en materiaal, zoals de autowrakken, niet volgens planning weg.

Zoals het kabinet deze context met u deelt, heb ik de regeringscommissaris verzocht dat eveneens te (blijven) doen met de bevolking en haar woordvoerders. Niettemin stellen de regeringscommissaris en het kabinet alles in het werk om voortgang te blijven maken. Leidraad blijft immers om de interventie zo kort als mogelijk te laten duren, maar zo lang als nodig.

Ook in het sociale domein is op het eiland sprake van expliciete verwachtingen. Het vaststellen van een sociaal minimum is een breed en diep gevoelde wens, ook op Saba en Bonaire en in uw Kamer. Op het eiland is er waardering voor de eerste stappen conform de kabinetsreactie op het rapport van Regioplan3, maar ik wil niet verhullen dat er ook sprake is van teleurstelling. Die eerste stappen zijn evenwel voorwaardelijk om een combinatie van maatregelen te kunnen treffen om de armoede aan te pakken, zowel aan de uitgaven- als aan de inkomstenkant.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uw Kamer voor volgend jaar een voortgangsrapportage toegezegd met betrekking tot de maatregelen uit de kabinetsreactie, voorafgaand aan de evaluatie die in 2020 wordt uitgevoerd. De in het kader van het debat (Handelingen II 2018/19, nr. 5, item 6) over de kabinetsreactie in uw Kamer aanvaarde motie van het lid van der Graaf c.s. vraagt om daarbij tevens aan te geven welke stappen nog moeten worden gezet om een norm voor het sociaal minimum te kunnen vaststellen.

Bij dezelfde gelegenheid is de motie van het lid Van den Berg c.s. (Kamerstuk 35 000 IV, nr. 5) aangenomen, die de regering verzoekt om per eiland een integraal meerjarig bestuursakkoord over minimaal een periode van vijf jaar te ontwikkelen. Daarin worden wederzijdse resultaatverplichtingen opgenomen, gericht op het terugdringen van armoede en verbetering van de leefomstandigheden. Naast het verder verbeteren van het sociale vangnet, het verhogen van zelfvoorzienende activiteiten als infrastructuur, landbouw en energie, gaat het om het bevorderen van goed bestuur, om goed financieel beheer en om de versterking van het ambtelijk apparaat door, onder meer, opleidingen.

Het bestuurlijke domein

De ambtelijke organisatie

Sinds 2014 zijn aanpassingen in de salarissen, de toelagen en vergoedingen van de ambtenaren vrijwel volledig achterwege gelaten. De regeringscommissaris heeft besloten een en ander in 2018 in twee tranches -september en december- recht te zetten. De twee tranches zijn gekozen om de medewerkers in de gelegenheid te stellen een verzoek om herziening in te dienen en de organisatie in staat te stellen om mogelijke correcties door te voeren.

De aanpassingen zijn door de vorige besturen telkenjare wel begroot, maar niet doorgevoerd. De doorwerking van de ene salarisverhoging op de ander was echter niet begroot waardoor de juiste berekeningen ontbreken, hetgeen leidt tot een onverwacht structureel beslag op de begrotingen voor 2019 en verder.

Eind augustus 2018 hebben er bijeenkomsten voor alle ambtenaren plaats-gevonden als kick-off voor het opleidingsprogramma met een «motivational speech» van een externe verandermanager.

Begin oktober 2018 zijn voor de alle ambtenaren verplichte trainingen ambtelijk vakmanschap gestart in het kader van het professionaliseringsprogramma Statia is my home: how to excel as a civil servant. De opzet is het bereiken van een situatie waarin medewerkers hun werkzaamheden gaan uitvoeren conform wet- en regelgeving, beleidsregels en heersende gedragscodes. Hierin wordt ook aandacht geschonken aan omgangsvormen, rechten en plichten. Uit het offertetraject is een bureau gekomen dat ruime ervaring heeft in het Caribisch gebied.

Er wordt gewerkt aan een meerjarig opleidingsprogramma, zowel op vak-inhoudelijk niveau als op het vlak van ambtelijk vakmanschap. Permanente opleiding vormt immers de sleutel tot een goed functionerend apparaat. Los van het programma volgen ambtenaren ook nu al opleidingen wanneer dat nodig is voor een betere vervulling van hun functie.

Inmiddels heeft de regeringscommissaris de contouren van een personeels- en reorganisatieplan geschetst, waarbinnen hij nadere keuzes wil maken om het ambtelijk apparaat her in te richten. Het doel is een efficiënter en effectiever ambtelijk apparaat met als uitgangspunt «de juiste functionaris op de juiste functie».

In het verlengde van deze activiteiten ontwikkelt de regeringscommissaris in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opleidingsprogramma Bouwen aan de Toekomst waarbij in gezamenlijke trainingssessies tussen ambtenaren en politici die in de toekomst tot het bestuur willen toetreden, thema’s worden behandeld als onderlinge rol- en taakverdeling, integer handelen, duiding van wettelijke kaders en dergelijke.

Met betrekking tot de bouw van een nieuw bestuurskantoor wordt op dit moment het bestaande programma van eisen aangepast aan de inzichten van nu, zoals bijvoorbeeld de inrichting van één fysiek loket. In het bestuurskantoor worden zowel de ambtenaren van het openbaar lichaam als die van het RCN gehuisvest. Daarmee wordt de samenwerking verder bevorderd.

Financieel beheer

In het voorjaar van 2018 hebben twee auditors van de Auditdienst Rijk (ADR) op verzoek van de regeringscommissaris onderzoek gedaan naar het financieel beheer bij het openbaar lichaam. Aanleiding waren de voortdurende geruchten dat er sprake zou zijn van malversaties, fraude en zelfverrijking. De regeringscommissaris heeft op 13 juni (voorlopige reactie) en 5 juli 2018 (definitieve reactie) aan mij gerapporteerd dat de onderzoekers geen directe aanwijzingen hebben gevonden om de veronderstellingen te staven. Wel hebben zij veel fouten, niet op elkaar aansluitende administraties, het ontbreken van checks and balances en onrechtmatigheden aangetroffen. Het financieel beheer is zo verwaarloosd dat zij hebben geadviseerd om de volledige financiële functie opnieuw in te richten en te digitaliseren. Door digitalisering wordt de kans op (keten)fouten, omissies in procedures, manipulatie, malversatie en fraude aanzienlijk gereduceerd. Met professioneel financieel beheer als ondergrond worden ook de planning- en controlcyclus en het budgetbeheer gemakkelijker uitvoerbaar en daarmee beter beheersbaar.

Inmiddels heeft de regeringscommissaris op 2 oktober 2018 zijn toegezegde Plan van Aanpak ingediend. Dat bevat naast het plan om te digitaliseren en de financiële werkzaamheden van het openbaar lichaam te centraliseren, bijna 90 actiepunten om het beheer op orde te brengen. Daartoe behoren ook acties om verordeningen aan te passen en medewerkers op te leiden.

In het Plan van Aanpak heeft de regeringscommissaris aangegeven tevens de budgettaire aspecten te willen verbeteren, zoals door op uitgavenniveau subsidies te verstrekken conform de juiste procedure en op basis van de juiste grondslag. Aan de inkomstenkant onderzoekt hij de noodzaak en de mogelijkheden om de tarieven van lokale belastingen, heffingen, retributies en leges aan te passen, nu dat in veel gevallen jarenlang niet is gebeurd. Eventuele aanpassingen zullen wel in een reeks van jaren moeten worden aangebracht, gelet op de draagkracht van de bevolking en de cumulatieve effecten.

Het realiseren van het Plan van Aanpak loopt door tot in het jaar 2021.

Eén van de redenen van wanordelijk financieel beheer betreft het ontbreken van toezicht op de rechtmatigheid van inkomsten en uitgaven. Hoewel in de WolBES de functie van een rekenkamer is voorzien, is deze voor de drie openbare lichamen nooit ingesteld. Deze situatie wil ik niet laten voortduren. Er is inmiddels overleg gaande met de Algemene Rekenkamer en met de Rekenkamer van Sint Maarten om te bezien hoe zij behulpzaam kunnen zijn met het inrichten van een rekenkamerfunctie. Halverwege 2019 moet duidelijk zijn hoe en wanneer de functie kan worden ingericht en of daar een wetswijziging voor nodig is.

De regeringscommissaris heeft op 17 augustus 2018 de tweede begrotings-wijziging en uitvoeringsrapportage geleverd. De begroting 2019 wordt conform de daarover gemaakte afspraak voor 15 november 2018 ingediend.

De unit Finance van het openbaar lichaam en de ondersteuning vanuit Nederland werken onder veel druk, ondanks de bijstand van een extern accountantskantoor. De medewerkers moeten nieuwe werkwijzen toepassen, de planning- en controlcyclus volgens afspraak realiseren, fouten herstellen, opleidingen volgen en het Plan van Aanpak gaan uitvoeren.

Versterken bestuurlijke structuur

Om een volgend bestuur van het openbaar lichaam beter in staat te stellen haar taken naar behoren uit te voeren, is de regeringscommissaris gestart met een aantal structuurversterkende activiteiten dat de ondergrond voor een bestuur verstevigt.

Het openbaar lichaam kent ruim honderd verordeningen en besluiten, waarvan een groot deel niet langer actueel is. Het blijkt dat een aantal kan worden ingetrokken, andere passen niet meer in het rechtskader (contra legem-bepalingen) of voldoen niet aan de huidige veiligheidseisen voor mens en milieu. Bij de aanpassingen wil de regeringscommissaris rekening houden met de mogelijke financiële effecten op de bevolking (zoals bij de Wegenverkeers-verordening) en ondernemers (zoals bij de Hinderverordening), door de aanpassingen in de tijd te faseren. Hij pleegt daartoe ook overleg met de Maatschappelijke Raad van Advies en met vertegenwoordigers van diverse sectoren. De planning is om voor 1 juli 2019 alle verordeningen en besluiten op orde te hebben.

Naast een rechtstekort is er sprake van handhavingstekorten. De politie leidt daarom een aantal medewerkers op tot Bijzondere Ambtenaren van Politie (BAVPol). Eventuele uitbreiding van het aantal toezichthouders en mogelijk BAVPollers binnen het openbaar lichaam wordt meegenomen in de herinrichting van het ambtelijk apparaat.

Dat wil niet zeggen dat er nu geen aandacht is voor de handhaving. Zo heeft het openbaar lichaam op 4 oktober 2019 een voorlichtingsbijeenkomst gehouden voor ondermeer de horeca- en supermarktsector over de eisen die de Warenwet BES stelt en aangegeven dat deze ook zullen worden gehandhaafd.

Het uitbesteden van taken aan andere overheidsdiensten is een goede mogelijkheid om de kwetsbaarheid van belangrijke administraties te verkleinen. De Belastingdienst Caribisch Nederland heeft de bereidheid uitgesproken om innings- en invorderingstaken voor het openbaar lichaam uit te voeren. Het is de bedoeling om de samenwerking uiterlijk per 1 januari 2020 te realiseren.

Ook de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens heeft de bereidheid uitgesproken om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de back-officetaken ten behoeve van de bevolkingsadministratie (PIVA) over te nemen. Een adequaat ingerichte bevolkingsadministratie is zowel voor het kiesregister als voor vele afnemende overheidsdiensten een administratie met een onmiskenbare spilfunctie. Op dit moment worden de akten van de burgerlijke stand gedigitaliseerd. Een deel verkeert in slechte staat; met budget van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden deze akten eerst door het Nationaal Archief gerestaureerd. Daarnaast wordt er in samenwerking tussen het openbaar lichaam en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gewerkt aan het zodanig opschonen van de huidige bevolkingsadministratie dat er voldoende duidelijkheid bestaat om het aantal stemgerechtigde ingezetenen te bepalen.

Ook het kadaster heeft een spilfunctie. Het onder de hoede nemen van de kadasterfunctie van de openbare lichamen door Kadaster Nederland is geregeld in het wetsvoorstel Kadasterwet BES dat op 15 juni 2018 voor advies naar de Raad van State is gestuurd.

Een agentschap4 van het Ministerie van Algemene Zaken heeft een nieuw format voor de verouderde website van het openbaar lichaam ontwikkeld en zal dat technisch gaan onderhouden. In oktober 2018 is een aantal medewerkers van het openbaar lichaam opgeleid tot webmaster. De komende tijd gaan zij de inhoudelijke informatie onderbrengen in de nieuwe rubrieken. Daarna is de website up-to-date.

Verkiezingen

Aan uw Kamer heb ik toegezegd om nader in te gaan op het onderwerp eilandsraadsverkiezingen. Wij hebben gezamenlijk niet lichtvaardig gekozen voor deze bestuurlijke interventie. In de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie van Wijzen van 5 februari 20185 concludeert het kabinet dat de situatie van wanorde in het belang van de bevolking niet langer kan worden toegestaan en dat een bestuurlijke interventie aan de hand van een Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius, ondanks het uitzonderlijke karakter, noodzakelijk en onvermijdelijk is.

Het kabinet heeft in haar kabinetsreactie ook aangegeven dat de voorgestelde ingreep ertoe moet leiden dat het bestuur van het eiland op orde komt en de voorwaarden worden vervuld voor een duurzame verbetering. Daartoe zullen in elk geval de financiën en het ambtelijk apparaat van Sint Eustatius op orde moeten worden gebracht. De commissie verwachtte dat de benodigde omslag op zijn minst twee jaar zou vergen. Het kabinet is van oordeel dat een dergelijke ingreep niet langer mag duren dan noodzakelijk en kon toen niet uitsluiten dat de benodigde omslag op zijn minst twee jaar zal vergen. Zoals ik in de eerste voortgangsrapportage heb geschreven is het op orde krijgen van alle domeinen en van het lokale ambtelijk apparaat een grote opgave waarbij het tijdsbeslag zeker twee jaar omvat. In het debat met uw Kamer over de Tijdelijke wet Taakverwaarlozing6 heb ik met u gewisseld dat het mijn ambitie is om zo snel als realistisch mogelijk de democratie op Sint Eustatius te herstellen met een bestuur dat in staat is de belangen van haar inwoners naar behoren te behartigen. De ingreep duurt wat mij betreft zo lang als nodig en zo kort als mogelijk.

Bij politieke groeperingen op Sint Eustatius bestaat de wens om zo snel mogelijk verkiezingen te houden. Met name nu de verwaarlozing nog ernstiger blijkt te zijn dan verwacht, is het niet realistisch dat het tijdelijke bestuur al binnen een jaar deze gewenste duurzame verbeteringen tot stand zou kunnen brengen. Ook mag niet uit het oog worden verloren dat de bevolking vooral vraagt om verbeteringen in de sociale en fysieke domeinen, maar dat voor een duurzame verbetering – ook in die domeinen – de basis ligt in het bestuurlijke domein. Het versterken van de bestuurlijke en ambtelijke structuur en het op orde brengen van de financiële functie zijn voorwaardelijk en tegelijkertijd het meest weerbarstig.

Een en ander neemt niet weg dat het belangrijk is om perspectief te bieden. Op dit moment acht ik het echter zaak om langs de lijnen van de kabinetsreactie van 5 februari 2018 een aantal criteria en een peildatum voor de toetsing vast te stellen. Op 1 september 2019 wil ik de stand van zaken toetsen aan de hand van de voortgang van de volgende criteria:

  • de bevolkingsadministratie is opgeschoond (inzicht in de status van ingezetenen: al dan niet stemgerechtigd);

  • administraties zoals de belastingadministratie en de kadasterfunctie worden hoogwaardig beheerd;

  • onjuiste en verouderde verordeningen zoals bijvoorbeeld de subsidieverordening, zijn aangepast;

  • het ambtelijk apparaat is gereorganiseerd en voorzien van de juiste procedures en werkinstructies;

  • de beleidskaders waarbinnen de taken van het openbaar lichaam worden uitgevoerd zijn beschreven;

  • Het toezichts-en handhavingsinstrumentarium op deze taken is op orde;

  • De ambtelijke organisatie is toegerust om het toezicht en de handhaving uit te voeren;

  • een meerjarig opleidingsprogramma voor ambtenaren en politici is ingevoerd;

  • de financiële processen zijn gedigitaliseerd en gecentraliseerd;

  • de inrichting van de planning- en controlcyclus verloopt conform de Wet FinBES;

  • de acties uit het Plan van Aanpak Financieel beheer zijn gereed;

  • de rekenkamerfunctie is ingesteld.

In de derde voortgangsrapportage zal ik nader ingaan op de stand van zaken met betrekking tot de voortgang en de criteria verder operationaliseren.

Op het moment dat er op 1 september 2019 zodanige voortgang is geboekt op de genoemde criteria en daarmee een situatie is ontstaan dat mag worden verwacht dat het bestuur van het openbaar lichaam zijn taken zelf duurzaam kan vervullen, kan er besloten worden om verkiezingen te houden

Vanuit uw Kamer zijn ook suggesties gedaan voor tijdelijke varianten op het herstel van de reguliere democratische verkiezings- en benoemingsprocedures in het kader van een overgangsperiode. Ik betrek dergelijke varianten in mijn overweging. Hiervoor geldt ook dat getoetst moet worden in hoeverre voldaan is aan genoemde criteria opdat in een dergelijke tussenvorm de bestuurlijke taken naar behoren kunnen worden vervuld. Ik merk daarbij op dat daarvoor wel aanpassing nodig is van de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius.

Het sociale domein

Armoedebestrijding is voor de ontwikkeling van Sint Eustatius medebepalend. Armoede is in zekere zin van generatie op generatie overdraagbaar geworden en dat proces moet tot stilstand komen. Met de maatregelen uit de eerdergenoemde kabinetsreactie met betrekking tot het sociaal minimum, het uiteindelijk vaststellen van normbedragen voor het sociale vangnet en de nog te sluiten bestuursakkoorden tussen het kabinet en de openbare lichamen wordt een keerpunt in de aanpak beoogd.

Een speerpunt is de watervoorziening. Het regelmatig rantsoeneren van leidingwater noopt mensen tot het kopen van duur bronwater en brengt het tot het hamsteren van leidingwater. De perioden van droogte doen oogsten in de land- en tuinbouw verschralen en mislukken door het gebrek aan voldoende en goed onderhouden wateropvangplaatsen.

Een eerste extra regenwateropslag ten behoeve van de land- en tuinbouw wordt bij het Solar Park gerealiseerd. Deze kan vanaf begin december 2018 gebruikt worden.

Door de kleinschaligheid kan het drinkwaterbedrijf niet kostendekkend zijn. De (bruto)tarieven zijn veel hoger dan in Europees Nederland: $ 20 per kuub versus ruim € 1 per kuub. Om drinkwater betaalbaar te houden stelt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat subsidie beschikbaar, waardoor het tarief netto $ 8 per kuub bedraagt. Niet alle inwoners kunnen zich een aansluiting permitteren (aansluitingpercentage 40–60) vanwege de maandelijkse lasten van circa $ 30 per maand. Het openbaar lichaam en de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doen nader onderzoek naar de drinkwatersituatie, waaronder ook naar de staat van de transportleiding en de noodzaak voor uitbreiding van wateropslagplaatsen. Na de orkanen Irma en Maria heeft de drinkwaterproductie enige tijd stilgelegen. Voor oplossingen van dat specifieke vraagstuk zijn middelen beschikbaar uit de wederopbouwgelden. Het structureel oplossen van het (drink)waterprobleem op het eiland is onderwerp van gesprek met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

De te kiezen oplossingen moeten financieel haalbaar zijn en passen bij lokale omstandigheden.

Om het water- en elektriciteitsbedrijf Stuco te ondersteunen zal vanuit Nederland een voordracht worden gedaan voor een lid van de Raad van Commissarissen met expertise op drinkwater.

De regeringscommissaris verbindt aan de wegen- en erosieprojecten een verbeterd afwateringsysteem, waarbij tegelijkertijd het afgevoerde water wordt behouden.

Door bemiddeling van de Maatschappelijke Alliantie worden instanties en/of experts die zich bezighouden met innovatie op het gebied van water gekoppeld aan het openbaar lichaam.

De staat van de sociale woningen is zorgwekkend; verbetering daarvan kan bijdragen aan armoedebestrijding. De Sint Eustatius Housing Foundation (SHF) die zo’n 100 woningen beheert, heeft ondanks een jaarlijkse tegemoetkoming van het openbaar lichaam, onvoldoende financiële middelen om het bestand te kunnen onderhouden en nieuwbouw te realiseren. Ook kampt SHF met gebrek aan expertise om de woningen adequaat (financieel) te beheren en kampt SHF met de effecten van het (niet-)handelen van vorige bestuurders, waardoor onder meer situaties van scheefwonen zijn ontstaan. Door het inkomensniveau van veel huurders kan SHF geen reële huurprijs vragen.

De Nederlandse woningcorporatie Woonlinie en het openbaar lichaam hebben recent gezamenlijk een voorstel ingediend. Momenteel worden hierover met betrokken partijen gesprekken gevoerd. Ik verwacht u hier in de volgende voortgangsrapportage over te kunnen informeren.

Armoedebestrijding is ook een van de onderdelen van het plan Integrale Aanpak Statia 2018–2019, dat in korte tijd tot stand is gekomen en door de regeringscommissaris op 24 augustus 2018 is vastgesteld met een totaalbudget over 2018 en 2019 van 2.179.000 USD. Naast armoedebestrijding behelst het plan activiteiten binnen de thema’s sport en bewegen, kinderopvang en arbeidsparticipatie. Het vijfde thema, maatschappelijk vastgoed, ondersteunt de vier andere thema’s, waarbij ook onderhoudskosten zijn mee begroot. De integrale aanpak past in het streven om het bestuur van het openbaar lichaam beter in staat te stellen haar taken te vervullen.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft met instemming van de regeringscommissaris de keuze gemaakt om activiteiten en kennis meer te bundelen bij of de zorguitvoerder, of het openbaar lichaam, waarbij de per 10-10-10 afgesproken taakverdeling niet perse meer leidend is. Zo worden per 1 januari 2019 voorzieningen als hulp in de huishouding, vervoer op maat, woonaanpassingen en maaltijdvoorziening van het Community Care Center overgebracht naar de Sint Eustatius Health Care Foundation.

Ook is de regeringscommissaris in overleg met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de uitvoering van taken van het openbaar lichaam op het onderwijsterrein. Het betreft met name de onderwijshuisvestingstaak, waarbij de bouw van scholen, het onderhoud ervan en de financiering integraal bekeken moeten worden.

Huiselijk geweld is op het eiland een hardnekkig vraagstuk. In 2017 heeft het openbaar lichaam een bestuursakkoord Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport afgesloten. De werkzaamheden zijn voortgezet conform de hierin gemaakte afspraken. Het openbaar lichaam heeft in 2017 een beleidscoördinator aangesteld en in de zomer van 2018 is een bewustwordings- en voorlichtingscampagne gelanceerd. Er is een website ontwikkeld https://safestatiaportal.com en een Facebookpagina Dare2Care- Stop Domestic Violence on Statia. Op zichtbare plekken zijn billboards geplaatst en posters opgehangen. In 2019 worden in samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid de mogelijkheden tot het inrichten van een meldpunt verkend en wordt er geïnvesteerd in het versterken van de keten en het ontwikkelen van samenwerkingsprotocollen.

Sint Eustatius kent twee overlegorganen voor huiselijk geweld en kinderrechten, het Multidisiciplinaire Overleg Statia (MDO) en het Safetynet overleg bestaande uit alle organisaties in de zorg- en veiligheidsketen, inclusief de scholen. Door casusoverleg wordt beoogd de informatie- en signaalfunctie te intensiveren zodat er sneller door de juiste instantie kan worden opgetreden, ingegrepen en behandeld.

Het wetsvoorstel waarmee het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt uitgebreid naar Caribisch Nederland zal ook van toepassing zijn op Sint Eustatius. Het wetsvoorstel ligt ter behandeling voor bij uw Kamer. Hoewel nog niet duidelijk is wanneer de wet in werking kan treden, zijn de voorbereidingen in volle gang. Zo worden in december 2018 de betaalde en vrijwillige medewerkers van het bureau Slachtofferhulp opgeleid om het doen van een aanvraag te begeleiden.

Het fysieke domein

Wederopbouw

Het eerste contract met een aannemer voor het herstel van woningen is op 24 november 2017 getekend door de voormalige wnd. gezaghebber. Net iets langer dan een jaar later zullen, naar het zich laat aanzien, 138 woningen zijn hersteld. Zo’n 30 aannemers van het eiland zijn daarbij betrokken geweest. Naar verwachting zijn rond de jaarwisseling 2018–2019 de herstelwerkzaamheden aan de toren van de voormalige kerk, de zes publieke begraafplaatsen, de ruïne aan het Synagogepad en het hek van het bestuurskantoor afgerond. De materialen voor de boeren en vissers worden waarschijnlijk in december 2018 gedistribueerd, de eerder genoemde extra regenwateropvang bij het Solar Park zal eind november-begin december 2018 gereed zijn. Deze wederopbouwwerkzaamheden worden uitgevoerd door het openbaar lichaam. Dat geldt ook voor de aanleg van wegen in de nu onverharde wijk Cherry Tree.

Onder regie van het Rijksvastgoedbedrijf worden ook scholen en RCN-gebouwen hersteld. De verwachting is dat deze herstelwerkzaamheden nog in 2018 worden afgerond.

De beheerder van het National Park, Stenapa, heeft in het kader van de wederopbouw de opdracht gekregen om ten behoeve van het openbaar lichaam het herstel van koraal, van boeien- en afmeersystemen, van het hek van de botanische tuin en de muur achter het eigen kantoor uit te voeren. Ook de herbebossing door middel van kweek en teelt, het herstel van de broed van zeeschildpadden en van de leguanenpopulatie worden door Stenapa uitgevoerd. Met de meeste projecten is de stichting in september en oktober 2018 gestart. Stenapa rapporteert periodiek aan de regeringscommissaris over de voortgang en de financiële uitputting van deze wederopbouwgelden

Er zijn ook wederopbouwmiddelen beschikbaar voor het oplossen van de erosieproblematiek, het herstel van de zeehaven en voor het afvalbeheer. De voortgang daarvan wordt later in deze paragraaf beschreven.

Wegen en wrakken

De planvorming voor de aanleg en herstel van wegen is op 20 september 2018 afgerond na consultatie van de Maatschappelijke Raad van Advies over de beste volgorde. De eerste offerte uitvraag heeft op 5 oktober 2018 plaatsgevonden ten behoeve van de aanleg van wegen in de onverharde wijk Cherry Tree. Op 19 november wordt het project daadwerkelijk gestart. Naar verwachting zal het gereed zijn in juli 2019. Het project maakt deel uit van de eerste fase, waarin ook de renovatie van twee andere wegen is voorzien.

De tweede fase kent de renovatie van nog twee wegen, waaronder de hoofdroute van de zeehaven naar de luchthaven. Het herstel van deze weg start in ieder geval pas na het herstel van de erosieschade aan de kuststrook, de zeehaven en de klif. Daarmee wordt voorkomen dat deze herstelwerkzaamheden door gebruik van zwaar materieel en materiaal een nieuwe weg beschadigen.

In het plan is voorzien in het tegelijkertijd aanbrengen van diverse ondergrondse kabels en leidingen, alsmede in een verbeterde drainage en hemelwaterafvoer, zo mogelijk gecombineerd met de aanleg van publieke waterbekkens. Door de Europese Unie is in het kader van het 11e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) een budget beschikbaar gesteld van de 2,45 miljoen euro voor een deel van de ondergrondse bekabeling van elektriciteitsvoorzieningen. De verwachting is dat de eerste drie fases daarvan gereed zijn in december 2018.

Het plan biedt een doorkijkje naar een mogelijke fase drie en stipt aan dat daarnaast circa een derde deel van het wegennet onverhard is.

Als structuurversterkende maatregel ten behoeve van toekomstige besturen wordt inkoopbeleid geformuleerd, waarbij de standaard Conditions of Contract for Small Works van de Wereldbank wordt gehanteerd. Daarmee kunnen zowel lokale, regionale als internationale marktpartijen uit de voeten, ook bedrijven die andere diensten aanbieden dan infrastructurele.

De afvoer van de eerste tranche autowrakken is vertraagd door een onvoorziene periode van hevige golfslag en tegenslag bij het op orde krijgen van het schip. De verwachting is dat de wrakken in november 2018 worden afgevoerd. De offerteuitvraag voor de volgende tranche is voorzien in januari 2019. Het project loopt door tot het begin van het tweede kwartaal van 2019. Het structureel afvoeren van autowrakken wordt meegenomen in het afvalbeheerplan.

Zeehaven, luchthaven en erosie

Met financiële middelen uit het 10e EOF en van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een project gestart om de erosie bij de zeehaven letterlijk in te dammen. Daardoor wordt tevens de opstelplaats voor containers uitgebreid. De aanbesteding is in de zomer van 2018 afgerond; naar verwachting is het project gereed in de zomer van 2019.

Het verdere herstel en mogelijke uitbreiding van de zeehaven vereist een integrale aanpak met de maatregelen om de erosie aan de kuststrook in Lower Town te beteugelen. De aanpak van deze erosie moet in samenhang worden bezien: de kuststrook in Lower Town, de klif en de zeezijde van de start- en landingsbaan, gecombineerd met de wegenaanpak en de drainage en opvang van hemelwater. Met een geïntegreerde oplossing zijn efficiëntie- en synergievoordelen te behalen.

De regeringscommissaris heeft aangegeven dat de erosiemaatregelen bij de zeehaven en de kuststrook de mogelijkheid moeten bieden voor het eventueel aanleggen van een jachthaven en van een boulevard, zodat het ontwerp past in het door hem aangereikte kuststrookplan. Met dit plan wordt beoogd om de maatregelen ter bestrijding van de erosie aan de kuststrook als drager te gebruiken voor het versterken van de economische bedrijvigheid in Lower Town en tegelijkertijd het culturele erfgoed daar en in de Northern Hills veilig te stellen. Dat laatste aspect kan dan op zijn beurt voor nog meer bedrijvigheid zorgen. Ook op het terrein van het behoud van cultureel erfgoed heeft de Maatschappelijke Alliantie haar bemiddeling aangeboden.

De integrale aanpak betekent niet dat er ook sprake moet zijn van één project. Zo zijn de voorbereidende handelingen gestart voor de aanbesteding van de stabilisatie van de klif en Fort Oranje en daaronder (hotels). De werkzaamheden zullen ongeveer een jaar in beslag nemen. Gelet op de acute dreiging voor Fort Oranje en een hotel -tropische regenbuien hollen de cascades uit- is het openbaar lichaam gestart met het nemen van noodmaatregelen. Naast het afwateringsvraagstuk wordt ook de opvang van regenwater meegenomen. Om de maatregelen niet illusoir te laten zijn, heeft de regeringscommissaris opdracht gegeven de al bestaande regelgeving met betrekking tot loslopend vee aldaar strikter te handhaven.

De planvorming voor een nieuwe luchthaventerminal en verkeerstoren is in oktober 2018 afgerond. Rijkswaterstaat is bezig de aanbesteding, inclusief de erosiemaatregelen nabij de start- en landingsbaan in te plannen, zodat alle werkzaamheden in de eerste helft van 2020 kunnen zijn afgerond. In 2016 zijn de start- en landingsbaan, de taxibanen en het platform, inclusief de lichtinstallaties, al gerenoveerd. De luchthaven is ook voorzien van nieuwe security hekwerken.

Daarnaast heeft de regeringscommissaris na een inspectie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) opdracht gegeven alle maatregelen te nemen in het luchthavenmanagement die de ILT al jarenlang nodig acht om ook op dat vlak de veiligheid te waarborgen. Het plan daarvoor is op 15 augustus 2018 gereed gekomen en naar de ILT gezonden. De inspectie heeft op 13 september 2018 aangegeven dat een aantal maatregelen nog verdere uitwerking en verscherpte aandacht behoeft. De eerste opleidingen voor de medewerkers zijn al van start gegaan.

Afvalbeheer

Na aanbesteding heeft het vorige bestuur het afvalbeheer overgedragen aan een professioneel afvalbedrijf. Dit bedrijf heeft in korte tijd goede resultaten bereikt met het beheer van de stortplaats en een aantal recyclingactiviteiten.

Het bedrijf en het openbaar lichaam hebben samen een eilandbrede opruimactie georganiseerd in de week van 3 september 2018 in het kader van de veiligheid in het orkaanseizoen en als bewustwordingscampagne. Door het enthousiasme van de bevolking heeft een tweede actie plaatsgevonden in de week van 8 oktober 2018.

Een afvalbeheerplan voor 2019 is in voorbereiding met als uitgangspunt in ieder geval het storten (trede één op de ladder van Lansink7) te voorkomen. Voor de uitvoering van het plan is een wederopbouwbudget van ruim 1 miljoen euro beschikbaar gesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De uitvoering is voorzien vanaf 1 januari 2019. Daarnaast wordt een project opgezet om de illegale stortplaatsen op te ruimen, waarbij ook het vereiste toezicht om illegale stort te voorkomen wordt meegenomen.

Op 30 oktober 2016 zijn de geactualiseerde versies vastgesteld van de Afval-stoffenverordening en de Verordening afvalstoffenheffing. Deze zijn op 2 november 2018 gepubliceerd.

De Wereldbank heeft van het kabinet de opdracht gekregen om oplossingen aan te reiken voor een afdoende afvalbeheer op Sint Maarten, Saint Martin, Saba en Sint Eustatius. Een regionale aanpak kan de kleinschaligheidsvraagstukken van de afzonderlijke eilanden beter oplossen.

De economische structuur

Volledige uitvoering van het kuststrookplan levert minimaal 50 structurele arbeidsplaatsen op, zowel voor werknemers als voor ondernemers. Zeker die laatste mogelijkheid maakt het ook voor Statianen die elders zijn opgeleid aantrekkelijk om terug te keren naar hun eiland.

Langs de weg naar de Botanische Tuin wil een investeerder een hotel en een aantal villa’s bouwen (Guyeau Estate). De bouw en de exploitatie zorgen voor een economische impuls, waaronder werkgelegenheid, op het eiland.

Het plan Integrale Aanpak Statia 2018–2019 heeft als neveneffect dat een aantal arbeidsplaatsen wordt behouden en in een enkel geval wellicht wordt uitgebreid (kinderopvang). Alle bouw- en infrastructurele projecten zorgen evenzeer voor werkgelegenheid, zij het dat deze per definitie tijdelijk is. De regerings-commissaris heeft aangegeven dat er op het eiland zeker mogelijkheden zijn om de werkgelegenheid blijvend op een hoger niveau te brengen, maar dat daar meer voor nodig is dan incidentele impulsen. Onderzocht worden de mogelijkheden tot een (commerciële) doorstart van het project Made in Statia dat halverwege 2019 stopt. Er is ruimte voor behoud van dit landbouwbedrijf, zowel in fysieke zin als qua afzetmarkt. Er is ook noodzaak om meer eigen groenteteelt te stimuleren om lagere prijzen voor gezond eten tot stand te brengen. Er vinden verkennende gesprekken plaats om de mogelijkheden te onderzoeken om de landbouwsector onder een coöperatief samenwerkingsverband te brengen.

Meer in het algemeen is structurele budgettaire ruimte voor onderhoud van de infrastructuur, gebouwen en voorzieningen niet alleen van belang om nieuwe verwaarlozing te voorkomen, maar ook om de werkgelegenheid te vergroten. Er is een begin gemaakt met deze aanpak door de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik ben bereid binnen het kabinet naar mogelijkheden te zoeken om deze ontwikkeling verder uit te bouwen, mede tegen de achtergrond van de recente beleidswijziging om bij investeringen ook zorg te dragen voor het daaruit voortvloeiende beheer en onderhoud. Deze ontwikkeling is tevens van belang voor het bieden van betere omstandigheden voor toekomstige besturen van het openbaar lichaam.

Begin 2018 is er naast Winair en ander luchtvaartbedrijf (SXM Airways) actief geworden met vluchten tussen Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, waarmee de connectiviteit tussen de eilanden is toegenomen. Een en ander heeft (nog) niet geleid tot andere tariefstellingen.

Openbare orde en veiligheid

Op verzoek van de regeringscommissaris heeft in het voorjaar van 2018 een medewerker van het Urban Search And Rescue Team (USAR.NL) een verkenning uitgevoerd naar de stand van de crisis- en rampenbeheersing en de noodzaak tot verbetering. Aan de hand daarvan verleent het Ministerie van Defensie tussen 1 september en 1 december 2018 technische bijstand. Inmiddels zijn de hoofdplannen geactualiseerd en vanaf 1 december geldt dat ook voor de deelplannen (in samenwerking met andere hulpdiensten). Het totale beheer, inclusief een schema van trainingen en oefeningen en de beschrijving van de operationele structuur, is dan per 1 januari 2019 actueel tot 2021.

Met de door het Ministerie van Justitie en Veiligheid over een aantal jaren (niet-gebruikte) toegekende budgetten voor crisis- en rampenbeheersing is met de instemming van dat ministerie ook gestart met de verbouw en inrichting van een Emergency Operations Centre (EOC). Naar verwachting is het EOC voor 1 januari 2019 operationeel.

Op het terrein van de openbare orde doen zich geen grote problemen voor. Wel hebben de gezaghebbers van de openbare lichamen de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 16 oktober 2017 verzocht om toekenning van een aantal bevoegdheden om de openbare orde nog doeltreffender te kunnen handhaven. Zij noemen onder meer het opleggen van een gebieds- en groepsverbod, van een tijdelijk huisverbod (bij huiselijk geweld), van een bestuurlijke boete in de horecasector bij het overtreden van de vergunningsvoorwaarden, het actualiseren van de wetgeving ten aanzien van de opvang voor mensen met psychische problemen en gedwongen zorg en een BES variant van de Wet BIBOB. In het voorjaar van 2018 is de plaatsvervangend regeringscommissaris op Bonaire aanwezig geweest op een bijeenkomst waar de eilanden en medewerkers van beide ministeries overleg hebben gevoerd over de (on)mogelijkheden. De openbare lichamen, de twee ministeries en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werken samen om de verzoeken nader te concretiseren en uit te werken.

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft in het kader van de staatkundige hervorming in 2010 de opdracht gekregen detentiecapaciteit te realiseren op de bovenwindse eilanden. Sindsdien wordt er gewerkt aan het realiseren van detentiecapaciteit op Sint Eustatius in de vorm van twaalf plekken in 8 cellen, naast het politiebureau. Het project bevindt zich in de fase van de wijziging van het bestemmingsplan. De voorgenomen bestemmingswijziging is door het vorige bestuurscollege op 29 januari 2018 gepubliceerd. Er zijn bezwaren ingediend. Op verzoek van de regeringscommissaris zullen de betrokken partijen waaronder de Dienst Justitiële Inrichtingen, tijdens een town hall meeting een nadere toelichting geven en vragen van de bevolking beantwoorden. Op basis hiervan zal de regeringscommissaris een besluit nemen.

Tot slot

Het verheugt mij dat de regeringscommissaris door middel van het inloop-spreekuur, town hall meetings, Facebook, het frequent bezoeken van evenementen en de regelmatige contacten met de Maatschappelijke Raad van Advies en het Coöperative Platform de verbinding met de bevolking tot stand heeft gebracht. De informatielijnen tussen de bevolking en het bestuur zijn daardoor wederzijds kort.

De regeringscommissaris heeft in 9 maanden tijd de mate van verwaarlozing goed in kaart gebracht. Veelal in samenwerking met de Nederlandse ministeries is de planvorming op het fysieke domein vergevorderd en zijn de eerste resultaten zichtbaar en merkbaar. Ook de wederopbouwwerkzaamheden zijn voortvarend ter hand genomen.

Het versterken van de bestuurlijke, sociale en economische structuur vraagt nog veel van onze gezamenlijke aandacht en inspanningen. De uitvoering van plannen en voornemens op deze domeinen vergen per definitie een langdurige inzet en een lange adem.

Het kabinet en de regeringscommissaris voelen zich sterk verbonden aan de opdracht om de verwaarlozing op Sint Eustatius om te zetten in een situatie waarbinnen toekomstige lokale besturen hun functie weer zelf naar behoren kunnen vervullen. Ik heb er vertrouwen in dat onze gezamenlijke aanpak er toe leidt dat wij uw Kamer in september 2019 zodanig over de stand van zaken kunnen informeren dat het perspectief op het moment van herstel van de democratische verkiezings- en benoemingsprocedures vorm en inhoud kan krijgen.

Voortvarendheid en slagvaardigheid zijn geboden, maar ik benadruk dat wij ons laten leiden door het uitgangspunt dat de bestuurlijke interventie zo kort als mogelijk moet duren, maar zo lang als nodig.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Kamerstuk 34 775 IV, nr. 41.

X Noot
3

Kamerstuk 34 775 IV, nr. 45.

X Noot
4

Dienst publiek en communicatie.

X Noot
5

Kamerstuk 31 568, nr. 196.

X Noot
6

Kamerstuk 34 877, nr.6.

X Noot
7

De ladder van Lansink verbeeldt in zes treden de ontwikkeling van afvalbeheer: storten, verbranden, omzetten in energie, recyclen, hergebruiken en preventie.