Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834997 nr. 2

34 997 Regels inzake een uniform experiment met teelt en verkoop van hennep en hasjiesj voor recreatief gebruik in een gesloten coffeeshopketen (Wet experiment gesloten coffeeshopketen)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om te voorzien in wet- en regelgeving ten behoeve van een uniform experiment met het telen van hennep en hasjiesj voor recreatief gebruik met als doel om te bezien of en hoe op kwaliteit gecontroleerde hennep en hasjiesj gedecriminaliseerd aan de coffeeshops in een gesloten coffeeshopketen kunnen worden afgeleverd en wat de effecten daarvan zijn;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

hennep:

hennep als bedoeld op lijst II bij de Opiumwet;

hasjiesj:

hasjiesj als bedoeld op lijst II bij de Opiumwet;

coffeeshop:

alcoholvrije horecagelegenheid waar handel in of gebruik van hennep of hasjiesj plaatsvindt;

gesloten coffeeshopketen:

een keten waarin de teelt van hennep of hasjiesj voor recreatief gebruik en de aflevering aan en verkoop daarvan in een coffeeshop, dan wel enige andere in dat verband verrichte handeling, bedoeld in artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet, plaatsvindt;

Onze Ministers:

Onze Minister voor Medische Zorg en Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

Artikel 2

Er vindt een experiment plaats met op kwaliteit gecontroleerde teelt van hennep en hasjiesj voor recreatief gebruik en de aflevering aan en verkoop daarvan in een coffeeshop in een gesloten coffeeshopketen, overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gestelde regels, met als doel om te bezien of en hoe hennep en hasjiesj gedecriminaliseerd aan de coffeeshops kunnen worden afgeleverd en wat de effecten daarvan zijn.

Artikel 3

  • 1. Ten aanzien van de handelingen, bedoeld in artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet, geldt het in die artikelonderdelen omschreven verbod niet, voor zover die handelingen worden verricht in het kader van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment en in overeenstemming met de eisen die aan die handelingen bij of krachtens artikel 6 of 7 van deze wet worden gesteld.

  • 2. Artikel 13b van de Opiumwet is niet van toepassing voor zover de in het eerste lid van dat artikel genoemde handelingen worden verricht in het kader van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment.

Artikel 4

  • 1. De uitvoering van het experiment vangt aan op een bij besluit van Onze Ministers vastgesteld tijdstip en heeft een looptijd van vier jaar na de aanvangsdatum van de uitvoering van het experiment, waarna het experiment binnen ten hoogste zes maanden wordt afgebouwd, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald.

  • 2. Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 5

  • 1. In het kader en voor de duur van het experiment kunnen Onze Ministers op aanvraag een of meer telers aanwijzen die ten behoeve van het experiment hennep of hasjiesj telen.

  • 2. Onze Ministers kunnen aan een aanwijzing of aan een verleende aanwijzing voorschriften verbinden. Een voorschrift kan worden gewijzigd of worden ingetrokken.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

    • a. de criteria en procedure voor het selecteren en aanwijzen van de telers;

    • b. de aan een aanwijzing te verbinden voorschriften;

    • c. de gronden voor afwijzing van een aanvraag;

    • d. de gronden voor intrekking van een aanwijzing.

Artikel 6

  • 1. De aflevering aan en verkoop in coffeeshops van hennep of hasjiesj vindt in het kader en voor de duur van het experiment plaats in maximaal tien bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gemeenten.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin de uitvoering van het experiment in een gemeente tijdelijk kan worden gestaakt of worden beëindigd.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald ten aanzien van welke eisen de burgemeester van een gemeente bevoegd is tot het stellen van nadere regels over de uitvoering van het experiment in die gemeente.

Artikel 7

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het experiment. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. eisen aan:

      • 1°. het telen van hennep of hasjiesj, het afleveren en het verkopen daarvan aan coffeeshops in de gemeenten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, dan wel enige andere in dat verband verrichte handeling, bedoeld in artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet, de bedrijfsvoering, productinformatie en de veiligheid en kwaliteit van de geteelde hennep of hasjiesj;

      • 2°. de houders van een coffeeshop in de gemeenten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, waaronder eisen aan de deelname aan het experiment, bedrijfsvoering, het verkopen van hennep of hasjiesj, dan wel enige andere in dat verband verrichte handeling, bedoeld in artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet, dan wel aan het niet-deelnemen aan het experiment;

      • 3°. de gemeenten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, over de verstrekking van gegevens aan Onze Ministers.

    • b. de ten behoeve van de evaluatie te registreren gegevens;

    • c. de afbouw van het experiment, waarbij kan worden bepaald in welke gevallen de afbouw eerder plaatsvindt dan het tijdstip, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van het experiment.

Artikel 8

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 6 of 7 van deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Ministers aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 9

Onze Ministers zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 6 of 7 van deze wet en de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.

Artikel 10

De burgemeester van een gemeente, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de eisen die bij of krachtens artikel 6, derde lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, sub 2°, onder c en tweede lid, van deze wet gelden.

Artikel 11

  • 1. Er is een Begeleidings- en evaluatiecommissie experiment gesloten coffeeshopketen, die tot taak heeft het experiment te volgen en te evalueren en daarover verslag te doen aan Onze Ministers.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld aan het volgen en de evaluatie, in het bijzonder teneinde de onafhankelijkheid en wetenschappelijke kwaliteit daarvan te waarborgen.

  • 3. Uiterlijk acht maanden voor het tijdstip waarop de uitvoering van het experiment eindigt, rondt de commissie de evaluatie af met een verslag en zendt dit aan Onze Ministers.

Artikel 12

Onze Ministers zenden binnen vier maanden na de ontvangst van het evaluatieverslag, het kabinetsstandpunt over dat verslag en de gevolgen die het daaraan wenst te verbinden, alsmede het verslag, aan de Staten-Generaal. Artikel 24 van de Kaderwet adviescolleges is niet van toepassing.

Artikel 13

De voordracht voor een krachtens artikel 5, derde lid, 6, 7, eerste lid, of 11, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 14

In artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 15° door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • 16°. artikel 5 van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen.

Artikel 15

  • 1. Indien het bij koninklijke boodschap van 4 september 2017 ingediende voorstel van wet tot wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de Wet toetreding zorgaanbieders (Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders; 34 768) tot wet is of wordt verheven en artikel V van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt in artikel 14 van deze wet «onderdeel 15°» vervangen door «onderdeel 16°» en wordt het in te voegen onderdeel genummerd 17°.

  • 2. Indien het bij koninklijke boodschap van 4 september 2017 ingediende voorstel van wet tot wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de Wet toetreding zorgaanbieders (Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders; 34 768) tot wet is of wordt verheven en artikel V van die wet later in werking treedt dan deze wet, wordt in artikel V, onderdeel A, van die wet «onderdeel 15°» vervangen door «onderdeel 16°» en wordt het in te voegen onderdeel genummerd 17°.

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Wet experiment gesloten coffeeshopketen.

Artikel 17

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vier jaar en zes maanden na het tijdstip, bedoeld in artikel 4, eerste lid, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Medische Zorg,

De Minister van Justitie en Veiligheid,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,