Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934986 nr. 56

34 986 Aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet)

Nr. 56 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN EIJS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 46

Ontvangen 7 maart 2019

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 1.1, onderdeel GE, komt te luiden;

GE

Artikel 16.55 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt «een bouwactiviteit of een afwijkactiviteit» vervangen door: een omgevingsplanactiviteit.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.

Toelichting

De omgevingswet zorgt voor een nodige versnelling van vergunningverlening op het gebied van de fysieke leefomgeving en legt veel verantwoordelijkheid neer bij gemeenten.

De balans van beschermen en benutten kan hiermee in het geding komen. Om deze balans te waarborgen en tegelijkertijd onnodige regeldruk te voorkomen is het belangrijk om burgerparticipatie aan de voorkant sterker te verankeren in de Omgevingswet.

Het amendement creëert een grondslag voor burgerparticipatie, waardoor gemeenten burgerparticipatie daadwerkelijk kunnen meewegen in het vergunningsverleningsproces.

Ter illustratie, een gemeenteraad kan straks aangeven (voor welke gebieden en) voor welke activiteiten er burgerparticipatie moet plaatsvinden in het vergunningsverleningsproces.

Op basis van de wettelijke grondslag kan de gemeenteraad bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij participatie verplicht is. Het gaat hierbij overigens alleen om activiteiten waarin het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is voor het verlenen van de vergunning. Voor die gevallen waarin de participatie is verplicht, wijzen de indieners erop dat de aanvrager moet aantonen dat hij participatie heeft gedaan. Dit regelt daarmee alleen zijn kant van de participatie, waardoor niet is gezegd dat er ook daadwerkelijk belanghebbenden gereageerd moeten hebben.

Van Eijs Ronnes Smeulders