Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934986 nr. 10

34 986 Aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet)

Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID VAN EIJS

Ontvangen 19 februari 2019

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel 1.1, onderdeel GE, komt te luiden;

GE

Artikel 16.55 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt «een bouwactiviteit of een afwijkactiviteit» vervangen door: een omgevingsplanactiviteit.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan worden gedaan.

Toelichting

De omgevingswet zorgt voor een nodige versnelling van vergunningsverlening op het gebied van de fysieke leefomgeving en legt veel verantwoordelijkheid neer bij gemeenten.

De balans van beschermen en benutten kan hiermee in het geding komen. Om deze balans te waarborgen en tegelijkertijd onnodige regeldruk te voorkomen is het belangrijk om burgerparticipatie aan de voorkant sterker te verankeren in de Omgevingswet.

Het amendement creëert een grondslag voor burgerparticipatie, waardoor gemeenten burgerparticipatie daadwerkelijk kunnen meewegen in het vergunningsverleningsproces.

Ter illustratie, een gemeenteraad kan straks aangeven in haar omgevingsplan (voor welke gebieden en) voor welke activiteiten er burgerparticipatie moet plaatsvinden in het vergunningsverleningsproces.

Op basis van de wettelijke grondslag kan de gemeenteraad bepaalde activiteiten aanwijzen waarbij participatie verplicht is. Indien niet wordt voldaan aan de eis van participatie, is de aanvraag niet compleet. De initiatiefnemer kan dan door het bevoegd gezag in de gelegenheid worden gesteld om dit verzuim te herstellen. Daarna kan het bevoegd gezag besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat niet is voldaan aan de vereisten voor de aanvraag.

Van Eijs