34 985 Wijziging van de Omgevingswet en enkele andere wetten in verband met de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet (Aanvullingswet natuur Omgevingswet)

K MOTIE VAN HET LID RIETKERK C.S.

Voorgesteld 30 juni 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de regering het van belang acht dat de evaluatie van de Omgevingswet onafhankelijk is maar hier geen wettelijke waarborgen voor wil creëren,

constaterende, dat er vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie van de werking van de Omgevingswet in de praktijk wordt uitgevoerd,

overwegende, dat de Omgevingswet een complex en omvangrijk wetgevingsproject is en daarmee een opgave voor overheden als het gaat om cultuurverandering, implementatie en bestuurlijke samenwerking,

overwegende, dat een jaarlijkse rapportage wenselijk is omdat het kan bijdragen aan een optimale uitvoering en monitoring van de Omgevingswet,

overwegende, dat het, ongeacht de eerste ervaringen met de wet, van belang is dat de evaluatie onafhankelijk is,

verzoekt de regering om een onafhankelijke evaluatiecommissie in te stellen die gedurende vijf jaar jaarlijks rapporteert aan de Staten-Generaal over de uitvoering,

en gaat over tot de orde van de dag.

Rietkerk

Van Dijk

Kluit

Klip-Martin

Dessing

Recourt

Gerbrandy

Teunissen

Moonen

Huizinga-Heringa

Janssen

Naar boven