Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201934979 nr. A

34 979 Wijziging van de Wet luchtvaart ter implementatie van Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PbEU 2014, L 122)

A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

21 maart 2019

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de Wet luchtvaart wordt aangepast ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PbEU 2014, L 122);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het begrip «voorval» komt te vervallen.

2. In de alfabetische rangschikking van begrippen wordt een begrip ingevoegd, luidende:

verordening voorvallen:

Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PbEU 2014, L 122);.

B

Artikel 7.1 komt te luiden:

Artikel 7.1

  • 1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de inrichting en de werking van een systeem ten behoeve van het verplicht melden van voorvallen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de verordening voorvallen;

    • b. de inrichting en de werking van een systeem ten behoeve van het vrijwillig melden van voorvallen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de verordening voorvallen;

    • c. de inrichting en werking van een mechanisme voor het onafhankelijk verrichten van de verzameling, beoordeling, verwerking, analyse en opslag van de bijzonderheden over de overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de verordening voorvallen gemelde voorvallen.

  • 2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen overeenkomstig artikel 5, zevende lid, van de verordening voorvallen regels worden gesteld voor het verzamelen en verwerken van veiligheidsinformatie, teneinde bijzonderheden over voorvallen te verzamelen die mogelijkerwijs niet worden opgenomen in de meldingssystemen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening voorvallen.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de verordening voorvallen op voorvallen en andere veiligheid gerelateerde informatie met betrekking tot luchtvaartuigen waarop de basisverordening niet van toepassing is.

  • 4. Gegevens die op grond van de artikelen 4, 5 en 10 van de verordening voorvallen zijn ontvangen of verzameld door of namens bestuursorganen, zijn niet openbaar.

C

Artikel 7.2 komt te luiden:

Artikel 7.2

Het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Huis voor Klokkenluiders wordt aangewezen als het orgaan, bedoeld in artikel 16, twaalfde lid, van de verordening voorvallen, voor zover het betreft de uitvoering van de orgaantaken, bedoeld in de leden negen, elf en twaalf, van het laatstgenoemde artikel.

D

In artikel 11.1, tweede lid, wordt «11°» vervangen door: 12°.

E

Aan artikel 11.15, onderdeel b, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 11° een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • 12°. de verordening voorvallen.

F

Artikel 11.16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. artikel 4, zesde, achtste en negende lid, en artikel 13, vierde en vijfde lid, van de verordening voorvallen;.

2. In het derde lid, onderdeel b, wordt na «onderdeel b» ingevoegd: , voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de verordening voorvallen.

3. Aan het derde lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. 2.000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, achtste en negende lid, en de rapportageplicht bedoeld in artikel 13, vierde en vijfde lid, van de verordening voorvallen.

G

Artikel 11.25 komt te luiden:

Artikel 11.25

Naar aanleiding van een onopzettelijke of uit onachtzaamheid begane overtreding van een wettelijk voorschrift stelt de Staat geen rechtsvordering in, indien van deze overtreding uitsluitend kennis is verkregen door een melding als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de verordening voorvallen, tenzij sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 16, tiende lid, van de verordening voorvallen.

H

In artikel 11.26 wordt «artikel 7.1» vervangen door: de artikelen 4 en 5 van de verordening voorvallen.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,