Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934979 nr. 5

34 979 Wijziging van de Wet luchtvaart ter implementatie van Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PbEU 2014, L 122)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 28 september 2018

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen. Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng is geleverd.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Blz.

   

Inleiding

1

Algemeen

2

Orgaan voor cultuur van billijkheid

2

Overig

3

Artikelsgewijs

3

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake de wijziging van de Wet luchtvaart ter implementatie van Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (hierna: het wetsvoorstel), maar hebben hierover verder geen vragen of opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben evenwel nog enige vragen.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en de bijbehorende stukken.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel, inclusief het advies van de Raad van State. Zij hebben daarover nog enkele kritische vragen en opmerkingen.

Algemeen

De leden van de CDA-fractie vernemen graag welke EU-lidstaten een lage meldingsbereidheid kennen en in welke landen ontoereikende rechtsbeschermingsmogelijkheden zijn naar de visie van de regering.

De leden van de GroenLinks-fractie zijn ervan overtuigd dat een veilige luchtvaart alleen mogelijk is als iedereen in de keten doordrongen is van het feit dat het nemen van individuele verantwoordelijkheid onmisbaar is. Dat het soms moed vergt om slecht nieuws te brengen, om tegen de bedrijfscultuur of ingesleten mores in te handelen, is een feit en maakt bescherming en ondersteuning noodzakelijk. De leden van de GroenLinks-fractie kunnen zich dan ook vinden in het vastleggen van Europese afspraken die het melden van misstanden tot een plicht maken voor iedereen in de sector en tegelijkertijd bescherming bieden aan iedereen die dit ook doet.

Orgaan voor cultuur van billijkheid

De leden van de CDA-fractie zien dat de opmerkingen die door de Raad van State zijn gemaakt niet geheel worden weerlegd. Het betreft onder andere de aanwijzing van het Huis voor klokkenluiders als orgaan voor «cultuur en billijkheid». Het is volgens deze leden zeer de vraag in hoeverre met de door de regering gedane verwijzing daadwerkelijk wordt voldaan aan de bepaling in de verordening. Graag ontvangen zij een nadere motivatie.

Met name de bescherming van klokkenluiders moet wat de leden van de GroenLinks-fractie betreft goed worden geregeld. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat een melding, die enerzijds mensenlevens kan redden en anderzijds het bedrijfsbelang kan schaden, geen persoonlijke gevolgen heeft. De leden van de GroenLinks-fractie achten het zeer wenselijk dat het advies van de Raad van State op dit punt wordt meegenomen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie delen de zorgen over de belangenafwegingen van Schiphol die deze zomer bij de piloten te horen waren. Ondanks de adviezen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) verkiest Schiphol volgens veel piloten nog altijd groei boven veiligheid (zie: https://www.trouw.nl/samenleving/piloten-schiphol-ziet-veiligheid-nog-altijd-als-sluitpost~a1c6310e/). Kan de regering uiteenzetten op welke wijze met de voorliggende wetswijziging de concrete zorgen van zowel piloten als de OVV worden weggenomen?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de Raad van State adviseerde om het wetsvoorstel c.q. de memorie op twee punten aan te vullen, waarvan slechts één advies is opgevolgd. Kan de regering een toelichting geven op de keuze om geen gevolg te geven aan het advies van de Raad van State om een Huis voor klokkenluiders als orgaan voor «cultuur en billijkheid» aan te wijzen? Waarom is een goede klokkenluidersregeling voor deze regering niet belangrijk? Is de regering van mening dat er voldoende voorzieningen zijn getroffen om te waarborgen dat het Huis de bevoegde autoriteiten kan adviseren over regelgeving met betrekking tot herstelmaatregelen of sancties bij inbreuken op de verordening? Zo ja, kan de regering dat toelichten? Waarom laat de regering bewust grote vraagtekens bestaan over de bescherming van klokkenluiders in de luchtvaartsector, een sector die alles behalve vrij is van veiligheidsincidenten?

Overig

De leden van de CDA-fractie vernemen graag of dit wetsvoorstel een relatie heeft met het voornemen om in Nederland te komen tot de herindeling van het luchtruim. Zo ja, welke?

De leden van de CDA-fractie vernemen graag wat de relatie is met het rapport Veiligheid vliegverkeer Schiphol van de OVV, dat gepubliceerd werd op 6 april 2017. Deze leden vragen of het wetsvoorstel gaat bijdragen aan een veiliger Schiphol. Zo ja, hoe dan?

De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de Kamervoorzitter de Minister-President op 31 januari 2018 heeft verzocht in de ministerraad de wenselijkheid te bespreken om bij ieder wetsvoorstel in de memorie van toelichting expliciet stil te staan bij constitutionele aspecten ervan. In het geval van dit wetsvoorstel is daaraan geen gehoor gegeven.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen aandacht voor de recente berichtgeving in het NRC Handelsblad waaruit blijkt dat het bestaan van bepaalde ganzenpopulaties rond Schiphol buiten een onderzoek gehouden zou zijn (zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/03/ambtenaren-hebben-het-laatste-woord-a1615173). Is de regering ook van mening dat deze opmerkelijke gang van zaken zowel de vliegveiligheid als de veiligheid van de ganzenpopulaties in gevaar brengt? Zo nee, waarom niet? Hoe lang blijft de regering de groei van de luchtvaartsector nog verkiezen boven de gezondheid en veiligheid van mens en dier? Is de regering van mening dat de voorliggende wetswijziging enige verbetering aanbrengt inzake incidenten zoals het wegmoffelen van bestaande ganzenpopulaties? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, wat is de inzet van de regering om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen?

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel F

De leden van de CDA-fractie vragen of de hoogte van de voorgestelde maximale bestuurlijke boete voor het niet melden van voorvallen wellicht te laag is. Graag vernemen zij waarom voor de gekozen bedragen gekozen is en of de proportionaliteit tussen overtreding en boete juist is. Daarbij vernemen zij tevens graag of en hoe met recidive wordt omgegaan en welke consequenties dat heeft voor betrokken bedrijven.

Wat het voorgestelde boetestelsel betreft zijn de leden van de GroenLinks-fractie van mening dat de ernst van het verzwegene en de rol van de verzwijgende partij in de verantwoordingsketen zwaar moeten meewegen. In dat opzicht is een maximale boete voor personen ten opzichte van die voor organisaties wel erg scheef. Een organisatie die voorvallen verzwijgt die van belang zijn voor de veiligheid, kan dit veel zwaarder worden aangerekend.

Onderdeel G

De leden van de CDA-fractie lezen dat het wetsvoorstel het instellen van procedures tegen melders verbiedt vanwege onopzettelijke overtredingen die uitsluitend bekend zijn vanwege een melding. Graag zien zij dit nader gemotiveerd, omdat voorkomen zou moeten worden dat melders uit angst voor bestraffing afzien van meldingen, maar dat onterechte meldingen eveneens voorkomen dienen te worden.

De voorzitter van de commissie, Agnes Mulder

De adjunct-griffier van de commissie, Koerselman