Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934976 nr. 7

34 976 Wijziging van onder meer het Wetboek van Strafvordering BES in verband met aanpassing van de regeling van de bijzondere opsporingsbevoegdheden

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 februari 2019

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift komt te luiden: Wijziging van onder meer het Wetboek van Strafvordering BES in verband met aanpassing van de regeling van de bijzondere opsporingsbevoegdheden en enkele andere wijzigingen.

B

De considerans komt te luiden: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is het Wetboek van Strafvordering BES, het Wetboek van Strafrecht BES en de Wet politiegegevens te wijzigen in verband met aanpassing van de regeling van de bijzondere opsporingsbevoegdheden en de mogelijkheid van videoconferentie, aanpassing van de verwerking van politiegegevens in Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en enkele andere wijzigingen;.

C

1. In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

aA

Voor artikel 6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

1. Waar in dit wetboek de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen, verhoren of ondervragen van personen, wordt daaronder, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, mede begrepen horen, verhoren of ondervragen per videoconferentie, waarbij een directe beeld- of geluidsverbinding tot stand komt tussen de betrokken personen.

2. De voorzitter van het college, de rechter, de rechter-commissaris of de ambtenaar die met de leiding over het horen, verhoren of ondervragen is belast, beslist of van videoconferentie gebruik gemaakt wordt, waarbij het belang van het onderzoek in aanmerking wordt genomen. Alvorens te beslissen wordt de te horen persoon of diens raadsman en in voorkomende gevallen de officier van justitie, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over de toepassing van videoconferentie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hierover nadere regels worden gesteld.

3. Tegen de beslissing om van videoconferentie gebruik te maken staat geen afzonderlijk rechtsmiddel open.

4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:

  • a. de eisen waaraan de techniek van videoconferentie dient te voldoen, onder meer met het oog op de onschendbaarheid van vastgelegde waarneming;

  • b. de controle op de naleving van de eisen, bedoeld onder a.

2. Na onderdeel W wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

X

Voor artikel 564 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 563a

1. De rechter-commissaris kan, op vordering van de officier van justitie uitvoering geven aan een verzoek tot verhoor per videoconferentie door bevoegde buitenlandse autoriteiten, onder zijn leiding, van een getuige of deskundige. Indien een toepasselijk verdrag daarin voorziet kan tevens uitvoering worden gegeven aan een verzoek om, in het kader van de opsporing en vervolging van strafbare feiten, een verdachte per videoconferentie te verhoren.

2. Tenzij een toepasselijk verdrag anders bepaalt, zijn de bepalingen in dit wetboek inzake een verzoek tot verhoor van een verdachte, getuige of deskundige door de rechter-commissaris van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van het verzoek tot verhoor per videoconferentie.

D

Artikel II komt te luiden:

Artikel II

Het Wetboek van Strafrecht BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. De leden worden genummerd.

2. Het eerste lid komt te luiden:

1. Alle besluiten op grond van de artikelen 18 tot en met 18b worden genomen door Onze Minister voor Rechtsbescherming, gehoord de reclasseringsinstelling en het gevangenisbestuur. Het gevangenisbestuur kan Onze Minister voor Rechtsbescherming voorstellen te besluiten tot voorwaardelijke invrijheidstelling. Onze Minister voor Rechtsbescherming kan de bevoegdheden, bedoeld in de eerste volzin, mandateren aan het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen.

3. In het tweede lid wordt «Onze Minister van Justitie» vervangen door «Onze Minister voor Rechtsbescherming».

B

In de artikelen 145a en 145c wordt «Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002» vervangen door «Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017».

C

In de artikelen 249 en 253, eerste lid, wordt na «in staat van bewusteloosheid» telkens ingevoegd «, verminderd bewustzijn».

D

In artikel 325 vervalt de laatste zin.

E

In artikel 342 wordt «bedreigt» vervangen door «bedriegt».

F

In artikel 352 wordt «begaan geeft» vervangen door «begaan heeft».

G

In artikel 355, onder 3°, wordt «niet is volstaan» vervangen door «niet is voldaan».

H

In artikel 433, onder 2°, wordt «het punt tijdstip» vervangen door «het tijdstip».

I

In artikel 493 wordt «hechtenis van de eerste categorie» vervangen door «geldboete van de eerste categorie».

Toelichting

A en B

Met deze onderdelen worden het opschrift van het wetsvoorstel respectievelijk de considerans in overeenstemming gebracht met de inhoud van het wetsvoorstel. Nu met deze nota van wijziging een aantal wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht BES worden toegevoegd, geven het oorspronkelijke opschrift en de oorspronkelijke considerans de inhoud van het wetsvoorstel niet meer goed weer.

C

Artikel I, onderdelen aA en X

In artikel 80a van het Wetboek van Strafrecht BES is een regeling opgenomen die het mogelijk maakt om gebruik te maken van het instrument videoconferentie. De bedoeling van die bepaling is, zo blijkt uit de memorie van toelichting, om videoconferentie toe te kunnen passen in alle situaties waarin de strafwetgeving spreekt over het horen, verhoren of ondervragen van personen. Vanwege het feit dat artikel 80a van het Wetboek van Strafrecht BES spreekt over «Waar in dit wetboek de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen, verhoren of ondervragen van personen» is die bepaling echter beperkt tot situaties genoemd in het Wetboek van Strafrecht. Om duidelijk te maken dat het instrument videoconferentie uiteraard ook kan worden toegepast in de situaties van horen, verhoren of ondervragen als bedoeld in het Wetboek van Strafvordering, wordt in de onderdelen aA en X de artikelen 5a en 563a ingevoegd in het Wetboek van Strafvordering BES. Deze bepalingen komen inhoudelijk overeen met de artikelen die worden voorgesteld in de nieuwe concept Wetboeken van Strafvordering voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten (in die wetboeken de artikelen 5a en 563). In artikel 5a Wetboek van Strafvordering BES is een gelijke tekst opgenomen als in artikel 80a Wetboek van Strafrecht BES. In artikel 563a Wetboek van Strafvordering BES is de mogelijkheid voor het verhoor middels videoconferentie geregeld.

D

Artikel II, onderdeel A

Dit onderdeel strekt ertoe in het wetsvoorstel een wijziging op te nemen van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling in het Wetboek van Strafrecht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. In onderdeel A van Artikel II wordt daartoe artikel 19, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES gewijzigd. Aanleiding voor deze wijziging is een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 26 januari 2015 (zaaknummer BES 120/13/B H 232/2014). In deze uitspraak bepaalde het Gemeenschappelijk Hof dat de aan de Minister toegekende bevoegdheid om te beslissen over de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: v.i.) van veroordeelden tot gevangenisstraf (artikel 19) niet kan worden gemandateerd, omdat de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. De voorgestelde wijziging strekt ertoe een expliciete wettelijke basis te verschaffen zodat de bevoegdheid inzake v.i.-beslissingen wel door de Minister kan worden gemandateerd aan de hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Dit is conform de uitvoeringspraktijk op het terrein van sanctie-uitvoering binnen DJI. Individuele beslissingen die zien op de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf, zoals verlof, zijn bij DJI neergelegd. Het ligt (dan ook) voor de hand deze manier van werken van overeenkomstige toepassing te laten zijn bij de v.i.-beslissingen.

Artikel II, onderdeel B

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 is ingetrokken en vervangen door de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.

Artikel II, onderdeel C

Door toevoeging van de onderdelen A en B aan Artikel II wordt de wijziging van de artikelen 249 en 253, eerste lid, die inhoudelijk ongewijzigd blijft, verplaatst naar onderdeel C.

Artikel II, onderdelen D tot en met I

Deze onderdelen betreffen het herstel van kennelijke verschrijvingen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus