34 972 Algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid)

Nr. 52 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 december 2020

Tijdens de plenaire behandeling van de Wet Digitale Overheid op 5 februari 20201is een aantal moties ingediend over de ontwikkeling richting een publiek-privaat stelsel voor digitale toegang zoals beschreven in deze wet.2In mijn brief van 12 oktober 2020 heb ik u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot mijn reactie daarop, en toegezegd u in december nader te informeren over de uitvoering van de motie van het lid Van der Molen van uw Kamer.3 Deze motie verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze een publiek middel kan worden verschaft als bedrijfs- en organisatiemiddel, dan wel hoe de elD-ontwikkeling aangegrepen kan worden om een geïntegreerd burger- en bedrijfs- en organisatiemiddel tot stand te brengen.

Ter uitvoering van deze motie heb ik een extern en onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoeksrapport is begin december opgeleverd. Samen met de betrokken partijen wil ik het rapport goed bestuderen, voordat ik het u, voorzien van een waardering, aanbied. Ik verwacht u het rapport en mijn reactie begin 2021 toe te kunnen sturen.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

Handelingen II, 2019–2020, nr. 50, item 3

X Noot
2

Kamerstuk 34 972, nrs. 28, 29, 30, 31, 32 en 33

X Noot
3

Kamerstuk 34 972 nr. 32

Naar boven