Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934967 nr. 11

34 967 Wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het geboorteverlof en het aanvullend geboorteverlof teneinde bij te dragen aan de ontwikkeling van de band tussen de partner van de moeder en het kind en tevens de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten alsmede uitbreiding van het adoptie- en pleegzorgverlof (Wet invoering extra geboorteverlof)

Nr. 11 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID JASPER VAN DIJK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9

Ontvangen 26 september 2018

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel D, worden aan artikel 4:2b, derde lid, twee zinnen toegevoegd, luidende: Indien de werknemer ten gevolge van de uitkering, bedoeld in de eerste zin, per week of een veelvoud van een week minder inkomen zou genieten dan het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, ontvangt hij per week of een veelvoud van een week als uitkering het genoemde minimumloon. Artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is van overeenkomstige toepassing.

Toelichting

Dit amendement regelt dat op het moment dat 70% van het loon van de werknemer minder is dan het minimumloon, deze werknemer het minimumloon ontvangt. In andere woorden, de groep van circa 4.000 mensen die onder het sociaal minimum dreigen te komen wanneer zij kiezen voor het opnemen van het extra geboorteverlof van 5 weken, zullen door het voorgestelde amendement op het sociaal minimum terechtkomen.

De kosten voor het amendement bedragen € 13 miljoen euro en kan worden gevonden in het verlagen van het lage inkomensvoordeel (LIV).

J. van Dijk