34 964 EU-voorstellen: Besluiten van de Raad betreffende de Global Compact over gedeelde verantwoordelijkheid voor vluchtelingen (GCR) en de Global Compact over gereguleerde, ordelijke en veilige migratie (GCM)1

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 22 juni 2018

De leden van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad2 bespraken op 29 mei jl. tijdens de rondvraag kort de stand van zaken van de Global Compact over gedeelde verantwoordelijkheid voor vluchtelingen (GCR) en de Global Compact over gereguleerde, ordelijke en veilige migratie (GCM) en constateerden dat de onderhandelingen over beide Compacts al een aantal maanden gaande zijn. Naar aanleiding hiervan hebben zij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 31 mei 2018 verzocht de formele standpunten van de EU betreffende de Global Compact over gedeelde verantwoordelijkheid voor vluchtelingen (GCR) en de Global Compact over gereguleerde, ordelijke en veilige migratie (GCM) de Kamer te doen toekomen.

De Staatssecretaris heeft op 20 juni 2018 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad, Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL/JBZ-RAAD

Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 31 mei 2018

De leden van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad bespraken op 29 mei jl. tijdens de rondvraag kort de stand van zaken van de Global Compact over gedeelde verantwoordelijkheid voor vluchtelingen (GCR) en de Global Compact over gereguleerde, ordelijke en veilige migratie (GCM) en constateerden dat de onderhandelingen over beide Compacts al een aantal maanden gaande zijn.

Deze leden verzoeken u de formele standpunten van de EU betreffende de Global Compact over gedeelde verantwoordelijkheid voor vluchtelingen (GCR) en de Global Compact over gereguleerde, ordelijke en veilige migratie (GCM) de Kamer te doen toekomen. Zij vernemen daarbij graag eveneens wat de Nederlandse positie hierin is. In uw brief aan de Kamer d.d. 22 januari 2018 (zie verslag schriftelijk overleg gepubliceerd onder kamerstuknummer 34 215, AC) en tevens tijdens het debat over de Begrotingsstaten Justitie en Veiligheid 2018 dat plaatsvond op 20 februari 20183 heeft u reeds toegezegd dit te zullen doen.

Daarnaast heeft ook de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens een informeel kennismakingsgesprek met de commissies BDO en EUZA, dat plaatsvond op 13 maart 2018, toegezegd deze informatie naar de Kamer te sturen. Deze brief wordt daarom ook in afschrift naar de voornoemde Minister gestuurd.

De leden van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag binnen twee weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad R.G.J. Dercksen

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juni 2018

De leden van de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad van de Eerste Kamer hebben om een toelichting verzocht m.b.t. de formele standpunten van de EU en het kabinet in relatie tot de onderhandelingen inzake de VN Vluchtelingencompact (GCR) en de Compact voor veilige, geordende en reguliere migratie (GCM). Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kom ik hierbij tegemoet aan dit verzoek.

Op 19 september 2016 is tijdens een VN-top en marge van de Algemene Vergadering van de VN de New York Verklaring over vluchtelingen en migranten overeengekomen. De Verklaring was een reactie van de VN op het ongekend grote aantal mensen, zowel vluchtelingen als (reguliere en irreguliere) migranten, dat op dat moment in beweging was. In de Verklaring zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de consultaties en onderhandelingen over de twee genoemde compacts.

Vooropgesteld zij het geen wetgevingstrajecten betreft. Beide compacts zullen geen juridisch, bindend of dwingend karakter hebben, maar betreffen politieke verklaringen. In het kader van de compacts worden gemeenschappelijke uitgangspunten geformuleerd om de internationale samenwerking en verantwoordelijkheidsverdeling op deze belangrijke onderwerpen beter te organiseren.

De basis voor het GCR vormt het zogenaamde Comprehensive Refugee Response Framework (CRRF) dat al onderdeel uitmaakte van de New York Verklaring in 2016. In het CRRF staan belangrijke afspraken over wat er in grootschalige vluchtelingensituaties nodig is. Het CRRF wordt nu in specifieke vluchtelingensituaties door UNHCR in de praktijk gebracht. UNHCR zal het CRRF aanvullen met een «Global Programme of Action». Samen vormen zij de GCR.

Onder leiding van UNHCR zijn begin dit jaar formele consultaties gestart. Naar verwachting zal het eindproduct van deze consultaties formeel worden aangenomen via de jaarlijkse Omnibus resolutie die in het najaar tijdens de AVVN te New York zal worden aangenomen.

In het geval van de GCM is er wel sprake van intergouvernementele onderhandelingen, hoewel er geen sprake is van een juridisch bindende tekst. De onderhandelingen eindigen eind juli en in december 2018 zal de GCM in Marokko worden aangenomen tijdens een high-level intergouvernementele conferentie.

Het uitgangspunt van de Nederlandse inzet voor beide compacts is een geïntegreerde en gebalanceerde aanpak, waarbij zowel aandacht is voor de aanpak van grondoorzaken van (irreguliere) migratie, voor bescherming, respect voor mensenrechten, adequate opvang en integratie, als voor (gedwongen) terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en irreguliere migranten, grensbewaking, grensmanagement en veiligheidsaspecten die samenhangen met migratie.

Voor wat betreft de GCR is de Nederlandse inzet er op gericht dat er een betere verantwoordelijkheidsverdeling moet plaatsvinden tussen landen van herkomst, transit en bestemming voor de opvang van vluchtelingen, maar ook dat landen die nu nog grotendeels afzijdig blijven meer bijdragen, bijvoorbeeld door middel van noodhulp of hervestigingsprogramma’s. De totstandkoming van een GCR en een daarbij behorende verbeterde werkwijze voor de opvang van vluchtelingen kan een belangrijke impuls zijn om de opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio substantieel te verbeteren. Landen die grote aantallen vluchtelingen opvangen, verdienen meer en meer zekere steun van de gehele internationale gemeenschap. De Nederlandse regering vindt het belangrijk dat de zelfredzaamheid en het toekomstperspectief van vluchtelingen en hun gastgemeenschappen worden versterkt en heeft als prioriteiten daarbij het investeren in onderwijs voor vluchtelingen en het bevorderen van werkgelegenheid. Ook acht de Nederlandse regering het van belang om aandacht te besteden aan de meest kwetsbare groepen onder vluchtelingen, waaronder vrouwen en kinderen, en om naar de stem van vluchtelingen zelf te luisteren.

Ten aanzien van de GCM kan het kabinet zich vinden in de aanbevelingen van de SGVN en deelt het zijn analyse dat verreweg het merendeel van migratie al op een veilige, geordende en reguliere manier plaatsvindt en erkent het dat reguliere, gewenste migratie moet worden bevorderd. Tegelijkertijd is het zaak dat internationale samenwerking tussen landen en regio’s wordt versterkt om reguliere migratie beter te faciliteren en te beheersen. Daarvoor is het ook van belang dat landen beter meewerken aan de terugkeer van eigen onderdanen. Duidelijk is dat lidstaten zelf moeten blijven bepalen wie ze toelaten tot hun grondgebied. De GCM moet lidstaten oproepen om mensenrechten centraal te stellen in de uitvoering van migratiebeleid, in het bijzonder waar het kwetsbare groepen aangaat zoals alleenstaande minderjarige migranten. Ook de aanpak van mensensmokkel- en handel zijn belangrijk, evenals het tegengaan van uitbuiting van arbeidsmigranten. Nederland is voorstander van een centrale rol voor de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) bij de opvolging, review en implementatie van het toekomstige Compact.

Tijdens de formele consultaties t.b.v. de GCR vertolkt de delegatie van de Europese Unie de gecoördineerde inbreng namens de EU- lidstaten. Deze komt overeen met de hierboven geschetste inzet van het kabinet.

Hoewel beide compacts politieke en geen bindende juridische instrumenten zijn, concludeerden de VS voorafgaand aan de onderhandelingen dat aspecten van het GCM indruisten tegen nationale wetgeving en trok het zich terug uit het proces. Door de huidige opstelling van Hongarije, dat op migratie op enkele punten tegen het EU-acquis ingaat, is het in GCM verband niet mogelijk om een gezamenlijk standpunt in te brengen namens de EU. Als gevolg hiervan spreekt Oostenrijk namens de andere 27 lidstaten. Deze inbreng wordt tussen de EU-27 afgestemd en is eveneens in lijn met de Nederlandse inzet zoals hierboven beschreven.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers


X Noot
1

Zie dossier E180019 op www.europapoort.nl

X Noot
2

Samenstelling:

Engels (D66), Nagel (50plus), Van Bijsterveld (CDA), Duthler (VVD), Ten Hoeve (OSF), Schaap (VVD), Strik (GL) (vicevoorzitter), Knip (VVD, Faber-van de Klashorst (PVV), Schouwenaar (VVD), Gerkens (SP), Bredenoord (D66), Dercksen (PVV) (voorzitter), D.J.H. van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Knapen (CDA), Nooren (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Stienen (D66), Teunissen (PvdD), Wezel (SP), Bikker (CU), Overbeek (SP), Van Zandbrink (PvdA), Fiers (PvdA)

X Noot
3

T02538 – Toezegging Informeren inzet kabinet bij de onderhandelingen over de definitieve compact vluchtelingen (34 775 VI).

Naar boven