Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834950-VIII nr. 10

34 950 VIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2017

Nr. 10 MOTIE VAN HET LID VAN MEENEN

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 25 juni 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote verschillen in kwaliteit tussen scholen in vergelijkbare omstandigheden zijn;

constaterende dat het geld voor onderwijs de afgelopen jaren in onvoldoende mate de leraar en de leerling in de klas heeft bereikt;

constaterende dat de Onderwijsraad en de onderwijsinspectie een sterkere rol van schoolleider en school ten opzichte van het bestuur bepleiten om de onderwijskwaliteit te verbeteren;

overwegende dat elke school in staat moet worden gesteld de keuzes voor de inzet van onderwijsgeld te maken zodat elke school het beste onderwijs kan bieden;

voorts overwegende dat scholen gebaat zijn bij coöperatieve vormen van samenwerking met behoud van hun bestuurlijke zeggenschap;

verzoekt de regering, een onderzoek te doen naar het direct bekostigen van scholen in het basis- en voortgezet onderwijs en coöperatieve vormen van samenwerking, waarbij wordt betrokken hoe dit kan bijdragen aan een versterkte positie van schoolleiders en een betere verantwoording over het onderwijsgeld, en de Kamer hierover voor het eind van 2018 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Meenen