Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834872 nr. 5

34 872 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met maximering van het aantal regionale publieke media-instellingen

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 5 februari 2018

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

   

Algemeen

1

Inleiding

2

Huidige regels aanwijzing

2

Voorstel

2

Artikelsgewijs deel

2

Artikel I (artikel 2.62)

2

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de maximering van het aantal rpmi’s1. Graag willen deze leden enkele opmerkingen maken en een paar vragen stellen. De leden willen hierbij benadrukken dat zij de insteek van het wetsvoorstel – wat beoogt versnippering van het beperkt beschikbare budget te voorkomen zodat de regionale publieke omroep efficiënter en effectiever is ingericht – van harte ondersteunen. Het doet deze leden deugd dat de RPO2 heeft laten weten zich te kunnen vinden in het voorstel.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging van de Mediawet 2008 in verband met maximering van het aantal rpmi’s.

De leden van de GroenLinks-fractie kunnen zich vinden in de voorgestelde wetswijziging. Zij onderschrijven het belang van een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod. Zij hebben nog enkele vragen en opmerkingen.

Inleiding

De leden van de CDA-fractie missen een onderbouwing waarom het noodzakelijk is om nu – en met terugwerkende kracht – het aantal rpmi’s per provincie te maximeren. Deze leden vragen de regering wat de reden hiertoe is. Zijn er concrete aanwijzingen dat er aanvragen zijn om een rpmi te vormen? Zo ja, in welke provincie(s) zijn hiertoe initiatieven genomen, zo vragen zij.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of de regering in de toekomst ruimte ziet voor meer budget voor de versterking van regionale omroepen. Regionale omroepen zijn van grote waarde voor de democratische controle en nieuwsvoorziening in de betreffende regio, dus zou het, volgens deze leden, van belang zijn hen uit te rusten met voldoende budget. Zij vragen de regering hier een nadere onderbouwing bij.

Huidige regels aanwijzing

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of er in de huidige praktijk signalen zijn dat er een situatie ontstaat dat er in meerdere regio’s verschillende regionale mediaomroepen meedingen naar subsidie.

Voorstel

De leden van de CDA-fractie vragen waarom eerder wel in de wet is opgenomen dat er per gemeente maar één publieke media-instelling kan worden aangewezen, maar dat destijds de rpmi’s daarin niet zijn meegenomen.

De leden vragen een nadere toelichting op de procedure die het Commissariaat voor de Media hanteert op het moment dat er in een provincie meer dan één aanvraag voor een rpmi aan de eisen voldoet. Is tegen een besluit van het Commissariaat voor de Media beroep of bezwaar mogelijk, zo vragen de genoemde leden.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het huidige Commissariaat voor de Media voldoende is uitgerust om een transparante en non-discriminatoire procedure te starten indien het geval zich voordoet dat (met uitzondering van Zuid-Holland) er meer dan één kandidaat-rpmi is. Tevens vragen zij waarom is gekozen voor de termijn van vijf jaar, en wat de gevolgen van deze termijn zijn voor de continuïteit van omroepen. De leden vragen wat de consequenties inhouden als een rpmi tussentijds moet stoppen. Graag ontvangen de leden hierbij een toelichting.

Artikelsgewijs deel

Artikel I (artikel 2.62)

De leden van de VVD-fractie merken op dat de regering met deze wetswijziging een stevige regionale mediadienst, met een hoogwaardig media-aanbod, waarvan onafhankelijke journalistiek een essentieel onderdeel uitmaakt, beoogt. De leden onderschrijven deze eigenschappen voor de regionale publieke omroepen maar vragen of de kwaliteit van het media-aanbod hoog blijft wanneer er geen concurrenten zijn. Graag ontvangen zij een toelichting van de regering.

De leden vragen de regering nader in te gaan op de situatie waarin in een provincie meer dan één rmpi voldoet aan de eisen voor aanwijzing. De regering schrijft dat in dat geval moet worden bevorderd dat de betreffende instellingen samengaan en indien dit niet haalbaar blijkt te zijn, een keuze gemaakt moet worden door het Commissariaat voor de Media over welke instelling wordt aangewezen. Wat zou dit betekenen voor de instelling die niet wordt aangewezen? Zou deze een private media-instelling kunnen worden, die verantwoordelijk is voor de eigen inkomsten?

Ook zouden de leden graag horen of de allocatie van vijf jaar betekent dat een andere instelling na deze vijf jaar de accreditatie als rpmi zou kunnen overnemen. Graag ontvangen de leden een toelichting van de regering.

De voorzitter van de commissie, Tellegen

De adjunct-griffier van de commissie, Bošnjaković


X Noot
1

rpmi: regionale publieke media-instellingen

X Noot
2

RPO: Stichting Regionale Publieke Omroep