Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834786 nr. 15

34 786 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2018)

Nr. 15 AMENDEMENT VAN HET LID OMTZIGT

Ontvangen 22 november 2017

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel III, onderdeel B, vervalt.

II

Artikel III, onderdeel C, vervalt.

III

Artikel III, onderdeel D, komt te luiden:

D

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de juiste en volledige gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben op inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen.

IV

Artikel XX, onderdeel A, komt te luiden:

A

Aan artikel 67n wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de juiste en volledige aangifte, dan wel de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft, onderscheidenlijk hebben, op inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen.

V

Artikel XX, onderdeel B, komt te luiden:

B

Aan artikel 69, derde lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: In afwijking van de eerste volzin vervalt het recht tot strafvervolging op de voet van dit artikel niet voor zover de schuldige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt die betrekking heeft, onderscheidenlijk hebben, op inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen.

VI

Artikel XX, onderdeel C, vervalt.

Toelichting

Dit amendement bewerkstelligt dat de inkeerregeling niet geheel wordt afgeschaft maar alleen voor zwartspaarders. Indiener acht het zeer wenselijk dat de regering een signaal wil afgeven aan zwartspaarders dat het niet aangeven van buitenlands vermogen niet onbestraft kan blijven.

Tegelijkertijd is indiener van mening dat de inkeerregeling een belangrijke functie vervult als veilige haven voor belastingplichtigen die vrijwillig hun aangifte verbeteren. Deze veilige haven is niet onbeperkt, want de boete vervalt alleen volledig bij vrijwillige verbetering binnen twee jaar na de onjuiste aangifte, naar aanleiding van het amendement Tang c.s. (31 301, nr. 21). De regeling is daarmee evenwichtig vormgegeven.

Belastingplichtigen weten vanwege de inkeerregeling honderd procent zeker dat die vrijwillige verbetering binnen twee jaar niet bestraft zal worden. Indiener vreest dat belastingplichtigen zonder inkeerregeling minder snel vrijwillig zullen verbeteren. Mogelijk zijn belastingplichtigen niet op de hoogte van de beperking dat een vergrijpboete alleen worden opgelegd bij opzet of grove schuld. Ook kan de belastingplichtige vrezen dat hij de schijn tegen heeft of dat de inspecteur van mening zal zijn dat er opzet in het spel is.

Indiener merkt hierbij op dat bij grove schuld de belastingplichtige het feit niet gewild heeft en dat aan grove schuld ook voldaan is bij onachtzaam om lichtvaardig handelen en laakbare slordigheid.

Dit amendement beoogt daarmee te voorkomen dat minder belastingplichtigen fouten in de aangifte zullen herstellen uit vrees voor het opleggen van een boete.

Daartoe regelt het amendement dat de inkeerregeling uitsluitend wordt afgeschaft ter zake van verzwegen inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen. Hiertoe wordt voor de toeslagen en fiscaliteit bepaald dat inkeer niet mogelijk is voor inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen. Ook wordt bepaald dat strafvervolging wel mogelijk wordt bij inkeer betreffende gegevens en inlichtingen met betrekking tot inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen.

Omtzigt