Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834780 nr. 6

34 780 Wijziging van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied in verband met de implementatie van richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten

Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 14 november 2017

1. Inleiding

Graag wil ik de leden van de vaste commissie voor Economische Zaken danken voor hun vragen over de Wijziging van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied in verband met de implementatie van richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten.

Op de gestelde vragen ga ik, in overeenstemming met de Minister van Defensie, hieronder in. Daarbij wordt in de beantwoording de volgorde van het verslag aangehouden.

2. Richtlijn 2014/55/EU

De leden van de CDA-fractie vroegen nader in te gaan op het effect van het wetsvoorstel op de verkorting van de betalingstermijnen en het sneller betalen van facturen.

Zoals in de memorie van toelichting is aangegeven, creëert elektronisch factureren (e-factureren) alleen de mogelijkheid om betaaltermijnen te verkorten en/of facturen sneller te betalen. Of daarvan daadwerkelijk sprake zal zijn, is afhankelijk van de wijze waarop verzendende en ontvangende organisaties e-factureren hebben geïmplementeerd in hun werkprocessen en hoe deze organisaties in de praktijk omgaan met de nieuwe mogelijkheden die e-factureren biedt voor verkorting van betaaltermijnen en het sneller betalen van facturen. Het nader specificeren van de effecten is vanwege de vele specifieke omstandigheden van organisaties niet mogelijk. Hierbij is het belangrijk om te vermelden dat betaaltermijnen onderdeel zijn van de contractonderhandelingen tussen klant en leverancier en daar zal e-factureren naar verwachting geen directe invloed op hebben.

De leden van de CDA-fractie vroegen of de leveranciers van aanbestedende diensten en speciale sectorbedrijven makkelijk kunnen voldoen aan een (eventueel) in de overeenkomst opgenomen verplichting tussen de leverancier en de aanbestedende dienst of speciale sectorbedrijf om e-facturen aan te leveren.

De verwachting is dat alle leveranciers van aanbestedende diensten en speciale sectorbedrijven makkelijk aan deze eis kunnen voldoen. Voor alle typen leveranciers zijn er voldoende laagdrempelige instrumenten/oplossingen beschikbaar. Dit is reeds vastgesteld door Capgemini Consulting in 2014 in het rapport «Quick scan laagdrempelige e-factuuroplossingen voor het MKB»1. Sindsdien zijn nog veel meer innovatieve en gebruiksvriendelijke instrumenten/oplossingen op de markt gekomen en dat aantal blijft verder groeien. De ervaring van de overheden bij een overgang naar e-facturen is dat sommige leveranciers nog wel moeten wennen aan de nieuwe werkwijze. De verwachting is dat vooral voor leveranciers die gebruik (gaan) maken van de samenwerkende softwarepakketten en serviceproviders die onderdeel uit maken van het open afsprakenstelsel «Simplerinvoicing»2 een overgang relatief makkelijk is.

De leden van de SP-fractie vroegen hoeveel aanbestedende diensten en door hen gecontracteerde bedrijven reeds in staat zijn om e-facturen te gebruiken en of bedrijven die factureringssystemen aanbieden de systematiek reeds verwerkt hebben in door hen geleverde softwarepakketten.

Er is op dit moment niet bekend hoeveel aanbestedende diensten en door hen gecontracteerde bedrijven in staat zijn om e-factureren te gebruiken. In principe kunnen alle aanbestedende diensten en door hen gecontracteerde bedrijven nu al e-facturen gebruiken, omdat daarvoor al veel oplossingen in de markt beschikbaar zijn en er steeds meer bijkomen. De voortgang van e-factureren door aanbestedende diensten wordt alleen in algemene zin gemonitord bij de overheden (Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen). Alle 58 Rijksdiensten die vallen onder de ministeries zijn sinds 1 januari 2017 in staat om e-facturen te gebruiken. Een overzicht van medeoverheden die in staat zijn om e-facturen te gebruiken is terug te vinden in de implementatiemonitor van PIANOo3. Deze monitor wordt continu bijgewerkt op basis van door medeoverheden aangeleverde informatie. Volgens die informatie zijn er momenteel 16 medeoverheden in staat om e-facturen te gebruiken, 26 medeoverheden zijn het gebruik van e-facturen aan het implementeren en 99 medeoverheden zijn zich aan het voorbereiden op een implementatie. De overige medeoverheden zijn zich vooral nog aan het oriënteren of hebben nog geen informatie aangeleverd.

De e-factuursystematiek zit veelal reeds in of kan gebruikt worden met de meeste door het bedrijfsleven en overheden gebruikte administratieve software. De belangrijkste aanbieders van factuuroplossingen maken onderdeel uit van het Simplerinvoicing open afsprakenstelsel. De verwachting is dat de implementatie van de Europese norm in de Nederlandse factureringssystemen goed zal verlopen, omdat de in Nederland veel gebruikte nationale normen (zoals nu binnen de rijksoverheid en Simplerinvoicing gebruikt worden) en de Europese norm goed op elkaar aansluiten. De aanbieders van factureringsystemen die onderdeel uitmaken van Simplerinvoicing hebben aangegeven de Europese norm snel te gaan gebruiken in hun oplossingen.

3. Bedrijfseffecten en regeldruk

De leden van de CDA-fractie vroegen of het klopt dat in het wetsvoorstel is gekozen om het ontvangen en verwerken van e-facturen niet verplicht te stellen voor opdrachten onder de Europese drempelwaarde, en zo ja, wat hiervoor de reden is en of het juridisch mogelijk is om een dergelijke verplichting ook op te leggen voor opdrachten onder de drempelwaarde.

Het klopt dat in het wetsvoorstel aanbestedende diensten en speciale sector bedrijven niet verplicht worden om bij opdrachten onder de Europese drempelwaarden e-facturen te kunnen ontvangen en verwerken. De reden hiervoor is dat de Europese richtlijn uitgaat van het toepassingsgebied van de aanbestedingsrichtlijnen en dus alleen gaat over opdrachten boven de Europese drempelbedragen. Een verplichting opnemen voor aanbestedende diensten om ook onder de drempelbedragen e-facturen te kunnen ontvangen en verwerken zou weliswaar juridisch mogelijk zijn, maar volgt dus niet rechtstreeks uit de Europese richtlijn. Nationaal beleid is erop gericht om zo efficiënt mogelijk aan de Europese eisen te voldoen en dus om zo min mogelijk nationale koppen op Europese regels te hebben. Vooralsnog lijken ook andere Europese lidstaten niet voor het invoeren van een dergelijke verplichting te kiezen, omdat de verwachting is dat als aanbestedende diensten hun systemen hebben ingericht voor e-facturen bij opdrachten boven de drempelwaarde zij dat zullen willen gebruiken voor al hun facturen, ook onder de drempelwaarde. Een verplichting lijkt dus niet nodig. Overigens wordt aanbestedende diensten door het programmabureau e-factureren bij PIANOo aangeraden om een clausule over e-facturen standaard op te nemen in alle inkoopovereenkomsten die zij sluiten, dus ook overeenkomsten onder de drempelwaarden. Deze aanpak is in 2015 tussen vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en overheden afgesproken als praktische werkwijze. Sinds 1 januari 2017 past de rijksoverheid deze werkwijze toe bij nieuwe opdrachten en dat lijkt goed te werken.

De leden van de SP-fractie vroegen naar de actualiteit van de besparingscijfers en hoeveel het totale bedrag is dat betrekking heeft op het versturen van facturen aan de overheid.

De cijfers van de maatschappelijke kosten- en baten analyse zijn opgesteld op basis van conservatieve schattingen en gemaakt toen de Europese richtlijn werd gepubliceerd. De besparing van ruim één miljard, op basis van ruim één miljard in- en verkoop facturen jaarlijks in Nederland, vormt nog steeds een goed uitgangspunt. Het bedrag dat jaarlijks bespaard kan worden met het versturen van facturen aan de overheid is circa € 30 miljoen, uitgaande van circa 12 miljoen inkoopfacturen per jaar voor overheden.

4. Inwerkingtreding

De leden van de CDA-fractie vroegen of de wet geëvalueerd gaat worden.

Het wetsvoorstel betreft een een-op-een implementatie van de Europese richtlijn. De richtlijn zal Europees geëvalueerd worden. In artikel 12 van de richtlijn is namelijk de verplichting voor de Europese Commissie opgenomen om binnen drie jaar na de uiterste implementatiedatum een onderzoek uit te voeren naar de gevolgen van de richtlijn voor de interne markt en voor de invoering van elektronische facturering bij overheidsopdrachten. Het opnemen van een evaluatiebepaling in dit wetsvoorstel wordt daarom niet nodig geacht.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer