34 775 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2018

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

De begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2018 komt te luiden:

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het jaar 2018 (Bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

31.922.422

31.989.648

1.885.541

         

1

Arbeidsmarkt

508.873

509.873

24.000

2

Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

6.694.658

6.754.743

2.572

3

Arbeidsongeschiktheid

824

824

0

4

Jonggehandicapten

3.298.349

3.298.349

0

5

Werkloosheid

152.392

156.490

0

6

Ziekte en Zwangerschap

8.118

8.118

0

7

Kinderopvang

2.853.198

2.853.198

1.548.224

8

Oudedagsvoorziening

24.447

24.447

0

9

Nabestaanden

1.348

1.348

0

10

Tegemoetkoming ouders

5.604.200

5.604.200

272.478

11

Uitvoering

468.574

468.574

0

12

Rijksbijdragen

11.596.718

11.596.718

0

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

317.108

317.108

1.200

96

Apparaatsuitgaven kerndepartement

295.856

295.856

36.655

98

Algemeen

29.041

31.084

412

99

Nominaal en onvoorzien

68.718

68.718

0

De (sub-)totaaltellingen in de begrotingsstaat worden met deze wijzigingen in overeenstemming gebracht.

TOELICHTING

Algemeen

De maatregelen die in het regeerakkoord van het kabinet Rutte-III zijn opgenomen met betrekking tot het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn zoveel mogelijk in deze nota van wijziging verwerkt. Voor zover dat nog niet het geval is, zal dat gebeuren door middel van een nota van wijziging of suppletoire begroting.

In onderdeel A wordt aangegeven welke wijzigingen in de departementale begrotingsstaat zijn doorgevoerd als gevolg van de in het regeerakkoord opgenomen maatregelen of de Koninklijke besluiten. Het betreft ombuigingen en beleidsintensiveringen uit het regeerakkoord.

De voorliggende wetswijziging bevat enkel de aanpassingen voor de begroting van SZW (Tweede Kamer, 2017–2018, 34 775 XV, nr.1) voor het jaar 2018. Specifiek veranderen in dat jaar de verplichtingen en uitgaven op artikel 2, 7, 10 en 12. De toelichting beschrijft ook de begrotingseffecten van het regeerakkoord voor de jaren 2019–2022, en daarna de effecten op de premie-uitgaven voor 2018–2022 (begrotingshoofdstuk XL).

Naast de maatregelen in deze nota van wijziging, staan nog enkele andere maatregelen op het SZW-domein in het regeerakkoord. Het gaat om:

  • I80. Meer face-to-face UWV voor Werkloosheid

  • I81. Meer face-to-face UWV voor Arbeidsongeschiktheid

  • I82. Pilot scholing WGA (voor mensen waarvoor onvoldoende functies te duiden zijn)

  • I86. Collectiviseren Transitievergoeding MKB

  • I89. Extra budget voor Inspectie SZW: intensivering handhaving en fraudebestrijding

  • I92. Bestrijden van schulden en armoede bij gezinnen met kinderen

  • I93. Taalles bij integratie

Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen en meerjarige doorwerking

In de onderstaande tabellen worden per artikel de standen ontwerpbegroting 2018 vóór nota van wijziging, de mutaties in het kader van het regeerakkoord en de standen ontwerpbegroting 2018 na nota van wijziging meerjarig opgenomen. Daaronder worden de mutaties per artikel voorzien van een toelichting.

Meerjarige doorwerking verplichtingen

(Bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

         
             

1

Arbeidsmarkt

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

508.873

950.123

905.525

905.525

905.525

 

Maatregel regeerakkoord nr. I91

0

629

1.762

2.895

3.902

 

Stand na nota van wijziging

508.873

950.752

907.287

908.420

909.427

2

Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

6.750.803

6.925.566

7.219.656

7.418.596

7.554.707

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I77

0

0

0

0

– 2.000

 

nr. I79

0

0

0

1.000

1.000

 

nr. I83

0

0

0

1.000

1.000

 

nr. I84

0

0

0

6.000

8.000

 

nr. I90

0

– 10.000

– 25.000

– 40.000

– 55.000

 

nr. I91

0

9.021

25.259

41.496

55.930

 

nr. I94

0

3.000

11.000

17.000

22.000

 

nr. M139

0

1.930

4.638

7.659

8.622

 

Macro-economisch effect

– 56.145

– 198.801

– 270.412

– 229.829

– 139.680

 

Stand na nota van wijziging

6.694.658

6.730.716

6.965.141

7.222.922

7.454.579

3

Arbeidsongeschiktheid

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

824

847

883

918

953

 

Stand na nota van wijziging

824

847

883

918

953

4

Jonggehandicapten

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

3.298.349

3.346.584

3.393.928

3.430.587

3.409.460

 

Stand na nota van wijziging

3.298.349

3.346.584

3.393.928

3.430.587

3.409.460

5

Werkloosheid

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

152.392

101.511

114.223

142.783

137.636

 

Maatregel regeerakkoord nr. I77

0

0

0

0

17.500

 

Stand na nota van wijziging

152.392

101.511

114.223

142.783

155.136

6

Ziekte en Zwangerschap

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

8.118

8.221

8.374

8.527

8.682

 

Stand na nota van wijziging

8.118

8.221

8.374

8.527

8.682

7

Kinderopvang

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

2.831.198

2.842.597

2.856.384

2.868.078

2.881.306

 

Maatregel regeerakkoord nr. M137

22.000

225.000

240.000

250.000

250.000

 

Stand na nota van wijziging

2.853.198

3.067.597

3.096.384

3.118.078

3.131.306

8

Oudedagsvoorziening

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

24.447

25.304

25.276

26.312

27.135

 

Stand na nota van wijziging

24.447

25.304

25.276

26.312

27.135

9

Nabestaanden

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

 

Stand na nota van wijziging

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

10

Tegemoetkoming ouders

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

5.599.200

5.547.681

5.500.656

5.458.760

5.429.108

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. M136

0

48.000

494.000

496.000

485.000

 

nr. M138

0

250.000

250.000

250.000

250.000

 

nr. M143

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Stand na nota van wijziging

5.604.200

5.850.681

6.249.656

6.209.760

6.169.108

11

Uitvoering

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

468.574

388.492

371.349

373.190

371.452

 

Maatregel regeerakkoord nr. I77

0

0

0

0

900

 

Stand na nota van wijziging

468.574

388.492

371.349

373.190

372.352

12

Rijksbijdragen

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

11.668.318

11.704.249

11.562.136

11.509.415

11.612.307

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I88

0

– 59.311

– 60.103

– 60.873

– 61.688

 

Macro-economisch effect

– 71.600

– 47.400

– 142.800

– 187.900

– 233.600

 

Stand na nota van wijziging

11.596.718

11.597.538

11.359.233

11.260.642

11.317.019

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

317.108

269.597

232.264

208.665

192.090

 

Stand na nota van wijziging

317.108

269.597

232.264

208.665

192.090

96

Apparaatsuitgaven kerndepartement

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

295.856

313.923

312.417

311.339

309.550

 

Stand na nota van wijziging

295.856

313.923

312.417

311.339

309.550

98

Algemeen

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

29.041

30.465

24.657

24.677

24.614

 

Stand na nota van wijziging

29.041

30.465

24.657

24.677

24.614

99

Nominaal en onvoorzien

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

68.718

65.689

64.061

68.347

85.161

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I77

0

0

0

0

– 400

 

nr. I84

0

0

0

201.000

270.000

 

nr. I94

0

0

1.000

2.000

3.000

 

Stand na nota van wijziging

68.718

65.689

65.061

271.347

357.761

Totaal

 

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

32.023.167

32.522.233

32.593.228

32.757.212

32.951.235

 

Effect regeerakkoord

– 100.745

227.068

534.344

762.448

889.486

 

Stand na nota van wijziging

31.922.422

32.749.301

33.127.572

33.519.660

33.840.721

Meerjarige doorwerking uitgaven

(Bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

         
             

1

Arbeidsmarkt

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

509.873

950.123

905.525

905.525

905.525

 

Maatregel regeerakkoord nr. I91

0

629

1.762

2.895

3.902

 

Stand na nota van wijziging

509.873

950.752

907.287

908.420

909.427

2

Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

6.810.888

6.977.917

7.229.656

7.420.596

7.554.707

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I77

0

0

0

0

– 2.000

 

nr. I79

0

0

0

1.000

1.000

 

nr. I83

0

0

0

1.000

1.000

 

nr. I84

0

0

0

6.000

8.000

 

nr. I90

0

– 10.000

– 25.000

– 40.000

– 55.000

 

nr. I91

0

9.021

25.259

41.496

55.930

 

nr. I94

0

3.000

11.000

17.000

22.000

 

nr. M139

0

1.930

4.638

7.659

8.622

 

Macro-economisch effect

– 56.145

– 198.801

– 270.412

– 229.829

– 139.680

 

Stand na nota van wijziging

6.754.743

6.783.067

6.975.141

7.224.922

7.454.579

3

Arbeidsongeschiktheid

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

824

847

883

918

953

 

Stand na nota van wijziging

824

847

883

918

953

4

Jonggehandicapten

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

3.298.349

3.346.584

3.393.928

3.430.587

3.409.460

 

Stand na nota van wijziging

3.298.349

3.346.584

3.393.928

3.430.587

3.409.460

5

Werkloosheid

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

156.490

103.119

114.267

143.183

137.636

 

Maatregel regeerakkoord nr. I77

0

0

0

0

17.500

 

Stand na nota van wijziging

156.490

103.119

114.267

143.183

155.136

6

Ziekte en Zwangerschap

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

8.118

8.221

8.374

8.527

8.682

 

Stand na nota van wijziging

8.118

8.221

8.374

8.527

8.682

7

Kinderopvang

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

2.831.198

2.842.597

2.856.384

2.868.078

2.881.306

 

Maatregel regeerakkoord nr. M137

22.000

225.000

240.000

250.000

250.000

 

Stand na nota van wijziging

2.853.198

3.067.597

3.096.384

3.118.078

3.131.306

8

Oudedagsvoorziening

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

24.447

25.304

25.276

26.312

27.135

 

Stand na nota van wijziging

24.447

25.304

25.276

26.312

27.135

9

Nabestaanden

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

 

Stand na nota van wijziging

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

10

Tegemoetkoming ouders

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

5.599.200

5.547.681

5.500.656

5.458.760

5.429.108

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. M136

0

48.000

494.000

496.000

485.000

 

nr. M138

0

250.000

250.000

250.000

250.000

 

nr. M143

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Stand na nota van wijziging

5.604.200

5.850.681

6.249.656

6.209.760

6.169.108

11

Uitvoering

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

468.574

388.492

371.349

373.190

371.452

 

Maatregel regeerakkoord nr. I77

0

0

0

0

900

 

Stand na nota van wijziging

468.574

388.492

371.349

373.190

372.352

12

Rijksbijdragen

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

11.668.318

11.704.249

11.562.136

11.509.415

11.612.307

 

Maatregel regeerakkoord nr. I88

0

– 59.311

– 60.103

– 60.873

– 61.688

 

Macro-economisch effect

– 71.600

– 47.400

– 142.800

– 187.900

– 233.600

 

Stand na nota van wijziging

11.596.718

11.597.538

11.359.233

11.260.642

11.317.019

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

317.108

269.597

232.264

208.665

192.090

 

Stand na nota van wijziging

317.108

269.597

232.264

208.665

192.090

96

Apparaatsuitgaven kerndepartement

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

295.856

313.923

312.417

311.339

309.550

 

Stand na nota van wijziging

295.856

313.923

312.417

311.339

309.550

98

Algemeen

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

31.084

31.460

24.657

24.677

24.614

 

Stand na nota van wijziging

31.084

31.460

24.657

24.677

24.614

99

Nominaal en onvoorzien

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

68.718

65.689

64.061

68.347

85.161

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I77

0

0

0

0

– 400

 

nr. I84

0

0

0

201.000

270.000

 

nr. I94

0

0

1.000

2.000

3.000

 

Stand na nota van wijziging

68.718

65.689

65.061

271.347

357.761

Totaal

Uitgaven

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging

32.090.393

32.577.187

32.603.272

32.759.612

32.951.235

 

Effect regeerakkoord

– 100.745

227.068

534.344

762.448

889.486

 

Stand na nota van wijziging

31.989.648

32.804.255

33.137.616

33.522.060

33.840.721

De ontvangsten veranderen niet en er zijn geen negatieve bijstellingen op reeds aangegane verplichtingen. Ook heeft het kabinet niet besloten tot herverkaveling op het terrein van SZW.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Arbeidsmarkt

I91. 20.000 Extra beschutte werkplekken

Het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie wordt verhoogd, waarmee voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. Dit leidt ertoe dat meer mensen met een beperking betaald werk kunnen verrichten omdat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om meer beschutte werkplekken te organiseren, maatwerk te bieden richting werk of werkgevers te «ontzorgen». Een deel van de nieuwe beschutte werkplekken wordt ingevuld door werknemers die vallen onder de LIV-doelgroep. De uitgaven aan het LIV nemen dus toe.

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

I77. IOW verlengen met 4 jaar en leeftijdsgrens met AOW-leeftijd mee laten lopen

Met deze maatregel wordt de IOW met vier jaar verlengd. Als gevolg van de verlenging is er ook vanaf 2022 sprake van nieuwe instroom in de IOW. De IOW wordt hiernaast versoberd door de leeftijdsgrens om voor de regeling in aanmerking te komen vanaf 2020 mee te laten stijgen met de AOW-leeftijd. Door deze maatregel zullen meer IOW'ers een beroep doen op de Toeslagenwet en neemt het beroep op de bijstand af. Per saldo dalen de uitgaven op artikel 2.

I79. WGA 35–80 wordt WGA 35–99 voor nieuwe instroom

De maatregel houdt (conform IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt) in dat voor mensen in de WGA 80–100 met restverdiencapaciteit (1–20%) hetzelfde uitkeringsregime gaat gelden als nu al geldt in de WGA 35–80. De WGA 35–80 wordt daarmee in feite de WGA 35–99. Deze maatregel heeft tot gevolg dat de uitgaven in het kader van de Toeslagenwet toenemen.

I83. Toerekening WGA-lasten werkgever inkorten naar 5 jaar (nieuwe gevallen)

De maatregel houdt (conform IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt) in dat de periode waarin WGA-lasten die aan individuele werkgevers worden toegerekend wordt ingekort van tien naar vijf jaar. De WGA-lasten worden vanaf het zesde jaar gefinancierd uit een collectieve premie. De maatregel gaat in per 1-1-2019 voor nieuwe arbeidsongeschiktheidsgevallen. Deze maatregel heeft tot gevolg dat de uitgaven in het kader van de Toeslagenwet toenemen.

I84. Loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers (tot 25 werknemers) voor nieuwe ziektegevallen ingaande 1-1-2020

Door deze maatregel worden aan kleine werkgevers (tot 25 werknemers) de wettelijke lasten aan loondoorbetaling (70% van het laatst verdiende loon) in het tweede ziektejaar vergoed via een verplichte publieke verzekering. Kleine werkgevers dragen hier een lastendekkende collectieve premie voor af. Ook houdt de maatregel in dat een aantal re-integratieverplichtingen voor kleine werkgevers in het tweede jaar worden overgeheveld naar het UWV. De ontslagbescherming van twee jaar blijft in stand. Invoering van deze maatregel geschiedt per 1-1-2020 en alleen voor nieuwe ziektegevallen. Deze maatregel heeft tot gevolg dat de uitgaven in het kader van de Toeslagenwet toenemen.

I90. Loondispensatie i.p.v. loonkostensubsidie (nieuwe gevallen)

Onder de Participatiewet verstrekken gemeenten loonkostensubsidies (LKS) aan werkgevers ter compensatie van de lagere arbeidsproductiviteit van arbeidsgehandicapte werknemers. Dit instrument wordt vervangen door de mogelijkheid tot loondispensatie. Werkgevers kunnen daarmee onder het wettelijk minimumloon betalen, al naar gelang de verdiencapaciteit van de persoon in kwestie. De gemeente vult het inkomen aan. Er is van uitgegaan dat alleen nieuwe gevallen onder loondispensatie vallen. Door de maatregel is er minder budget nodig voor participatiewetuitkeringen door gemeenten.

I91. 20.000 Extra beschutte werkplekken

Het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie wordt verhoogd, waarmee voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. Dit leidt ertoe dat meer mensen met een beperking betaald werk kunnen verrichten omdat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om meer beschutte werkplekken te organiseren, maatwerk te bieden richting werk of werkgevers te «ontzorgen». De budgettaire gevolgen van deze maatregel betreffen de middelen voor de loonaanvulling vanuit het macrobudget participatiewetuitkeringen.

I94. Aanscherpen schattingsbesluit WIA van 3x3 naar 9 banen ingaande 1-1-2019

Bij de vaststelling van iemands arbeidsongeschiktheidspercentage wordt op dit moment gekeken of er drie functies te vinden zijn die hij/zij nog zou kunnen vervullen. Deze functies moeten ieder ten minste drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen. Wanneer er geen drie functies geduid kunnen worden die minimaal drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen is men volledig arbeidsongeschikt. Door de eis aan te passen naar negen arbeidsplaatsen ongeacht functiegroepen, zullen minder mensen volledig arbeidsongeschikt worden verklaard. De maatregel vergt aanpassing van het Schattingsbesluit en kan ingevoerd worden per 1-1-2019 voor nieuwe gevallen. Deze maatregel doet de uitgaven aan de Toeslagenwet en de bijstand toenemen.

M139. Beperken jaarlijkse afbouw AHK bijstand

De jaarlijkse afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon voor de bijstand wordt verlaagd van 5%-punt naar 3,75%-punt in de jaren 2019 tot en met 2021. Dit zorgt ervoor dat bijstandsgerechtigden een hogere uitkering ontvangen, met als neveneffect dat zij minder snel uitstromen uit de bijstand. De toename aan bijstandsuitgaven die in de tabel staat, gaat enkel over deze volumemutatie.

Macro-economisch effect

Uit de doorrekening van het CPB blijkt dat het regeerakkoord een gunstig effect heeft op de macro-economie. Hierdoor daalt de werkloze beroepsbevolking en zullen naar verwachting minder mensen een beroep hoeven doen op de bijstand. Dit resulteert in een daling van het macrobudget participatiewetuitkeringen voor gemeenten. Ook het beroep op de Toeslagenwet daalt naar verwachting.

Artikel 5 Werkloosheid

I77. IOW verlengen met 4 jaar en leeftijdsgrens met AOW-leeftijd mee laten lopen

Met deze maatregel wordt de IOW met vier jaar verlengd. Als gevolg van de verlenging is er ook vanaf 2022 sprake van nieuwe instroom in de IOW, waardoor de IOW-uitgaven stijgen. De IOW wordt hiernaast versoberd door de leeftijdsgrens om voor de regeling in aanmerking te komen vanaf 2020 mee te laten stijgen met de AOW-leeftijd.

Artikel 7 Kinderopvang

M137. Verhoging kinderopvangtoeslag

De kinderopvangtoeslag wordt vanaf 2019 geïntensiveerd, met een bedrag dat oploopt tot structureel € 250 miljoen. De intensivering leidt naar verwachting tot 2021 tot een geleidelijke toename van het gebruik van kinderopvangtoeslag. De kinderopvangtoeslag voor januari 2019 wordt in december 2018 betaald, dit leidt in 2018 tot € 22 miljoen uitgaven.

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

M136. Kindgebonden budget later afbouwen voor paren

Het punt waarop de inkomensafhankelijke afbouw van het kindgebonden budget voor paren begint, wordt verhoogd met ca. € 16.500. Hierdoor stijgen de uitgaven aan het kindgebonden budget.

M138. Verhogen kinderbijslag

De kinderbijslag wordt verhoogd. Het gaat om circa € 85 per jaar voor een kind tussen de 12 en 18 jaar.

M143. Doorwerking aanpassing box 3 naar toeslagen

De verhoging van het heffingvrije vermogen in box 3 heeft een doorwerking naar hogere toeslagen doordat meer huishoudens binnen het vrijgestelde vermogen zullen vallen. Hierdoor stijgen de uitgaven aan het kindgebonden budget.

Artikel 11 Uitvoering

I77. IOW verlengen met 4 jaar en leeftijdsgrens met AOW-leeftijd mee laten lopen

Met deze maatregel wordt de IOW met vier jaar verlengd. Als gevolg van de verlenging is er ook vanaf 2022 sprake van nieuwe instroom in de IOW, waardoor de IOW-uitgaven stijgen. De IOW wordt hiernaast versoberd door de leeftijdsgrens om voor de regeling in aanmerking te komen vanaf 2020 mee te laten stijgen met de AOW-leeftijd. Dit alles leidt tot hogere uitvoeringskosten voor de IOW in 2022.

Artikel 12 Rijksbijdragen

I88. Intrekken wetsvoorstel uitbreiding kraamverlof van 2 naar 5 dagen betaald door de overheid

Het huidige wetsvoorstel «uitbreiding kraamverlof», dat eerder controversieel verklaard is, wordt ingetrokken. Dit wetsvoorstel voorzag in drie dagen extra kraamverlof betaald door de overheid. De Rijksbijdrage die was gereserveerd voor het kraamverlof, hoeft dus niet meer naar het betreffende sociale fonds te worden overgemaakt. Het ingetrokken wetsvoorstel wordt vervangen door maatregel I87 uit het regeerakkoord (zie artikel 6).

Macro-economisch effect

Op basis van de doorrekening van het regeerakkoord door het CPB zijn twee rijksbijdragen naar beneden bijgesteld. Het gaat om de Rijksbijdrage in kosten heffingskortingen AOW (BIKK) en de Rijksbijdrage vermogenstekort Ouderdomsfonds.

Artikel 99 Nominaal en onvoorzien

I77. IOW verlengen met 4 jaar en leeftijdsgrens met AOW-leeftijd mee laten lopen

Met deze maatregel wordt de IOW met vier jaar verlengd. De IOW wordt hiernaast versoberd door de leeftijdsgrens om voor de regeling in aanmerking te komen mee te laten stijgen met de AOW-leeftijd. Door de verlenging neemt het beroep op de bijstand af. Het negatieve bedrag van € 0,4 miljoen betreft een verlaging van de uitvoeringskosten voor gemeenten, welke zal worden verrekend met het Gemeentefonds.

I84. Loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers (tot 25 werknemers) voor nieuwe ziektegevallen ingaande 1-1-2020

Door deze maatregel worden aan kleine werkgevers (tot 25 werknemers) de wettelijke lasten aan loondoorbetaling (70% van het laatst verdiende loon) in het tweede ziektejaar vergoed via een verplichte publieke verzekering. Kleine werkgevers dragen hier een lastendekkende collectieve premie voor af. Ook houdt de maatregel in dat een aantal re-integratieverplichtingen voor kleine werkgevers in het tweede jaar worden overgeheveld naar het UWV. De ontslagbescherming van twee jaar blijft in stand. Invoering van deze maatregel geschiedt per 1-1-2020 en alleen voor nieuwe ziektegevallen. De bedragen in de tabel betreffen het geld dat het UWV gaat uitkeren. In een later stadium valt het besluit op welk beleidsartikel deze gelden komen.

I94. Aanscherpen schattingsbesluit WIA van 3x3 naar 9 banen ingaande 1-1-2019

Bij de vaststelling van iemands arbeidsongeschiktheidspercentage wordt op dit moment gekeken of er drie functies te vinden zijn die hij/zij nog zou kunnen vervullen. Deze functies moeten ieder ten minste drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen. Wanneer er geen drie functies geduid kunnen worden die minimaal drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen is men volledig arbeidsongeschikt. Door de eis aan te passen naar negen arbeidsplaatsen ongeacht functiegroepen, zullen minder mensen volledig arbeidsongeschikt worden verklaard. De maatregel vergt aanpassing van het Schattingsbesluit en kan ingevoerd worden per 1-1-2019 voor nieuwe gevallen. Dit voorstel leidt tot meer beroep op de bijstand. De bedragen betreffen een verhoging van de uitvoeringskosten voor gemeenten, welke zal worden verrekend met het Gemeentefonds.

Meerjarige doorwerking op premie-uitgaven

In de onderstaande tabellen worden per artikel de standen ontwerpbegroting 2018 vóór nota van wijziging, de mutaties in het kader van het regeerakkoord en de standen ontwerpbegroting 2018 na nota van wijziging meerjarig opgenomen voor wat betreft de premie-uitgaven. Daaronder worden de mutaties per artikel voorzien van een toelichting.

Meerjarige doorwerking premie-uitgaven

(Bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

         
             

3

Arbeidsongeschiktheid

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging totaal

9.843.383

10.209.079

10.625.037

11.041.507

11.478.297

             
 

Stand voor nota van wijziging reëel

9.663.112

9.793.590

9.943.110

10.076.477

10.212.224

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I78

0

0

4.000

7.000

11.000

 

nr. I79

0

0

– 2.000

– 6.000

– 9.000

 

nr. I83

0

6.000

16.000

26.000

36.000

 

nr. I84

0

0

0

0

5.000

 

nr. I85

0

0

3.000

10.000

16.000

 

nr. I94

0

– 12.000

– 40.000

– 64.000

– 85.000

 

Stand na nota van wijziging reëel

9.663.112

9.787.590

9.924.110

10.049.477

10.186.224

             
 

Stand voor nota van wijziging nominaal

180.271

415.489

681.927

965.030

1.266.073

 

Effect regeerakkoord

6.906

100.218

208.486

295.199

382.425

 

Stand na nota van wijziging nominaal

187.177

515.707

890.413

1.260.229

1.648.498

             
 

Stand na nota van wijziging totaal

9.850.289

10.303.297

10.814.523

11.309.706

11.834.722

5

Werkloosheid

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging totaal

4.525.384

4.259.150

4.197.265

4.290.931

4.484.643

             
 

Stand voor nota van wijziging reëel

4.383.375

3.999.624

3.821.062

3.786.926

3.836.672

 

Macro-economisch volume-effect regeerakkoord

– 152.407

– 394.545

– 517.319

– 441.960

– 277.027

 

Stand na nota van wijziging reëel

4.230.968

3.605.079

3.303.743

3.344.966

3.559.645

             
 

Stand voor nota van wijziging nominaal

142.009

259.526

376.203

504.005

647.971

 

Effect regeerakkoord

6.272

27.259

33.786

54.514

105.450

 

Stand na nota van wijziging nominaal

148.281

286.785

409.989

558.519

753.421

             
 

Stand na nota van wijziging totaal

4.379.249

3.891.864

3.713.732

3.903.485

4.313.066

6

Ziekte en Zwangerschap

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging totaal

2.806.355

3.537.150

3.748.812

3.387.958

3.500.320

             
 

Stand voor nota van wijziging reëel

2.717.956

3.320.126

3.410.387

2.987.629

2.991.789

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I87

0

1.000

82.000

163.000

163.000

 

nr. I88

0

– 59.311

– 60.103

– 60.873

– 61.688

 

Stand na nota van wijziging reëel

2.717.956

3.261.815

3.432.284

3.089.756

3.093.101

             
 

Stand voor nota van wijziging nominaal

88.399

217.024

338.425

400.329

508.531

 

Effect regeerakkoord

7.463

44.679

91.760

120.590

152.090

 

Stand na nota van wijziging nominaal

95.862

261.703

430.185

520.919

660.621

             
 

Stand na nota van wijziging totaal

2.813.818

3.523.518

3.862.469

3.610.675

3.753.722

8

Oudedagsvoorziening

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging totaal

38.265.435

39.124.794

40.093.223

41.037.056

42.181.696

             
 

Stand voor nota van wijziging reëel

37.635.424

37.719.900

37.754.638

37.793.619

37.981.353

 

Stand na nota van wijziging reëel

37.635.424

37.719.900

37.754.638

37.793.619

37.981.353

             
 

Stand voor nota van wijziging nominaal

630.011

1.404.894

2.338.585

3.243.437

4.200.343

 

Effect regeerakkoord

35.404

620.205

1.153.741

1.707.851

1.966.385

 

Stand na nota van wijziging nominaal

665.415

2.025.099

3.492.326

4.951.288

6.166.728

             
 

Stand na nota van wijziging totaal

38.300.839

39.744.999

41.246.964

42.744.907

44.148.081

9

Nabestaanden

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging totaal

369.545

356.517

348.182

344.957

343.054

             
 

Stand voor nota van wijziging reëel

365.607

348.210

335.344

327.740

321.467

 

Stand na nota van wijziging reëel

365.607

348.210

335.344

327.740

321.467

             
 

Stand voor nota van wijziging nominaal

3.938

8.307

12.838

17.217

21.587

 

Effect regeerakkoord

346

4.907

9.123

12.789

14.907

 

Stand na nota van wijziging nominaal

4.284

13.214

21.961

30.006

36.494

             
 

Stand na nota van wijziging totaal

369.891

361.424

357.305

357.746

357.961

11

Uitvoering

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging totaal

1.476.729

1.553.557

1.601.797

1.638.780

1.690.567

             
 

Stand voor nota van wijziging reëel

1.444.738

1.482.966

1.491.709

1.489.955

1.499.219

 

Maatregelen regeerakkoord:

         
 

nr. I79

0

2.000

5.000

5.000

5.000

 

nr. I83

1.000

2.000

2.000

3.000

3.000

 

nr. I84

0

0

5.000

10.000

16.000

 

nr. I87

0

0

7.000

8.000

8.000

 

nr. I88

– 1.000

– 2.689

– 2.897

– 3.127

– 2.312

 

nr. I94

3.000

4.000

6.000

6.000

9.000

 

Macro-economisch effect

0

– 31.384

– 33.551

– 24.646

– 13.382

 

Stand na nota van wijziging reëel

1.447.738

1.456.893

1.480.261

1.494.182

1.524.525

             
 

Stand voor nota van wijziging nominaal

31.991

70.591

110.088

148.825

191.348

 

Effect regeerakkoord

5.122

17.074

33.113

43.480

57.916

 

Stand na nota van wijziging nominaal

37.113

87.665

143.201

192.305

249.264

             
 

Stand na nota van wijziging totaal

1.484.851

1.544.558

1.623.462

1.686.487

1.773.789

Totaal

 

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand voor nota van wijziging totaal

57.286.831

59.040.247

60.614.316

61.741.189

63.678.577

 

Effect regeerakkoord

– 87.894

329.413

1.004.139

1.871.817

2.502.764

 

Stand na nota van wijziging totaal

57.198.937

59.369.660

61.618.455

63.613.006

66.181.341

De ontvangsten veranderen niet. Ook heeft het kabinet niet besloten tot herverkaveling op het terrein van SZW-premies.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

I78. WIA: 5 jaar niet herzien verdienvermogen bij werk per 1-1-2020

Deze maatregel komt voort uit het IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt. Voor WGA- en IVA-gerechtigden die aan het werk gaan, zal UWV gedurende de eerste vijf jaar na werkhervatting niet nagaan of hun verdiencapaciteit is gewijzigd (tenzij op eigen verzoek). Arbeidsinkomen wordt net als nu verrekend met de uitkering. De maatregel leidt tot een hoger beroep op de WIA.

I79. WGA 35–80 wordt WGA 35–99 voor nieuwe instroom

De maatregel houdt (conform IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt) in dat voor mensen in de WGA 80–100 met restverdiencapaciteit (1–20%) hetzelfde uitkeringsregime gaat gelden als nu al geldt in de WGA 35–80. De WGA 35–80 wordt daarmee in feite de WGA 35–99. Dit leidt tot lagere WIA-uitgaven.

I83. Toerekening WGA-lasten werkgever inkorten naar 5 jaar (nieuwe gevallen)

De maatregel houdt (conform IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt) in dat de periode waarin WGA-lasten die aan individuele werkgevers worden toegerekend wordt ingekort van tien naar vijf jaar. De WGA-lasten worden vanaf het zesde jaar gefinancierd uit een collectieve premie. De maatregel gaat in per 1-1-2019 voor nieuwe arbeidsongeschiktheidsgevallen. De instroom in de WIA neemt toe, omdat werkgevers een minder sterke prikkel hebben om instroom te voorkomen.

I84. Loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers (tot 25 werknemers) voor nieuwe ziektegevallen ingaande 1-1-2020

Door deze maatregel worden aan kleine werkgevers (tot 25 werknemers) de wettelijke lasten aan loondoorbetaling (70% van het laatst verdiende loon) in het tweede ziektejaar vergoed via een verplichte publieke verzekering. Kleine werkgevers dragen hier een lastendekkende collectieve premie voor af. Ook houdt de maatregel in dat een aantal re-integratieverplichtingen voor kleine werkgevers in het tweede jaar worden overgeheveld naar het UWV. De ontslagbescherming van twee jaar blijft in stand. Invoering van deze maatregel geschiedt per 1-1-2020 en alleen voor nieuwe ziektegevallen. De instroom in de WIA neemt toe, omdat kleine werkgevers een minder sterke prikkel hebben om instroom te voorkomen.

I85. Loonsanctie voor re-integratie vervalt

De maatregel regelt voor eigenrisicodragers voor de WGA dat het UWV de re-integratie-inspanningen inhoudelijk niet meer zal toetsen. Daarnaast krijgen werkgevers die bij het UWV verzekerd zijn de mogelijkheid een tussentijds oordeel te vragen over de re-integratie van hun zieke werknemer. De kosten worden gedekt door een collectieve premie. De optie vergt wetswijziging (bestaand wetsvoorstel wijziging sanctioneringsbevoegdheden UWV in de loondoorbetalingsperiode). Invoeringsdatum 1-1-2020. De instroom in de WIA neemt toe, omdat eigenrisicodragers voor de WGA een minder sterke prikkel hebben om instroom te voorkomen.

I94. Aanscherpen schattingsbesluit WIA van 3x3 naar 9 banen ingaande 1-1-2019

Bij de vaststelling van iemands arbeidsongeschiktheidspercentage wordt op dit moment gekeken of er drie functies te vinden zijn die hij/zij nog zou kunnen vervullen. Deze functies moeten ieder ten minste drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen. Wanneer er geen drie functies geduid kunnen worden die minimaal drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen is men volledig arbeidsongeschikt. Door de eis aan te passen naar negen arbeidsplaatsen ongeacht functiegroepen, zullen minder mensen volledig arbeidsongeschikt worden verklaard. De instroom in de WIA daalt. De maatregel vergt aanpassing van het Schattingsbesluit en kan ingevoerd worden per 1-1-2019 voor nieuwe gevallen.

Nominaal

Nominale ontwikkeling als gevolg van mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de loon- en prijsontwikkeling

Artikel 5

Macro-economisch effect

Uit de doorrekening van het CPB blijkt dat het regeerakkoord een gunstig effect heeft op de macro-economie. Hierdoor daalt de werkloze beroepsbevolking en zullen minder mensen een beroep hoeven te doen op de werkloosheidswet.

Nominaal

Nominale ontwikkeling als gevolg van mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 6 Ziekte en Zwangerschap

I87. Kraamverlof verlengen naar 5 dagen en adoptieverlof verlengen naar 6 weken ingaande 1-1-2019, 5 weken partnerverlof tegen 70% loon ingaande 1-7-2020

Per 2019 betalen werkgevers vijf dagen kraamverlof. Daar bovenop krijgen partners (werknemers) per 1-7-2020 een aanvullend kraamverlof van vijf weken. Dit verlof moet in het eerste half jaar na geboorte opgenomen worden. Tijdens dit verlof krijgen partners een uitkering van het UWV van 70% van het dagloon (gemaximeerd tot het maximum dagloon). Tevens wordt de huidige regeling voor adoptieverlof verruimd met twee weken naar zes weken (inclusief pleegouders).

I88. Intrekken wetsvoorstel uitbreiding kraamverlof van 2 naar 5 dagen betaald door de overheid

Het huidige wetsvoorstel «uitbreiding kraamverlof», dat eerder controversieel verklaard is, wordt ingetrokken. Dit wetsvoorstel voorzag in drie dagen extra kraamverlof betaald door de overheid.

Nominaal

Nominale ontwikkeling als gevolg van mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Nominaal

Nominale ontwikkeling als gevolg van aanpassingen van de loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 9 Nabestaanden

Nominaal

Nominale ontwikkeling als gevolg van aanpassingen van de loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 11 Uitvoering

De onderstaande maatregelen leiden tot meer uitvoeringsinspanning van het UWV. Hierdoor stijgen de uitvoeringskosten. Maatregel I88 doet de uitvoeringskosten dalen, omdat het UWV niet langer verantwoordelijk is voor de uitbetaling van het extra kraamverlof.

I79. WGA 35–80 wordt WGA 35–99 voor nieuwe instroom

De maatregel houdt (conform IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt) in dat voor mensen in de WGA 80–100 met restverdiencapaciteit (1–20%) hetzelfde uitkeringsregime gaat gelden als nu al geldt in de WGA 35–80. De WGA 35–80 wordt daarmee in feite de WGA 35–99.

I83. Toerekening WGA-lasten werkgever inkorten naar 5 jaar (nieuwe gevallen)

De maatregel houdt (conform IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt) in dat de periode waarin WGA-lasten die aan individuele werkgevers worden toegerekend wordt ingekort van tien naar vijf jaar. De WGA-lasten worden vanaf het zesde jaar gefinancierd uit een collectieve premie. De maatregel gaat in per 1-1-2019 voor nieuwe arbeidsongeschiktheidsgevallen.

I84. Loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers (tot 25 werknemers) voor nieuwe ziektegevallen ingaande 1-1-2020

Door deze maatregel worden aan kleine werkgevers (tot 25 werknemers) de wettelijke lasten aan loondoorbetaling (70% van het laatst verdiende loon) in het tweede ziektejaar vergoed via een verplichte publieke verzekering. Kleine werkgevers dragen hier een lastendekkende collectieve premie voor af. Ook houdt de maatregel in dat een aantal re-integratieverplichtingen voor kleine werkgevers in het tweede jaar worden overgeheveld naar het UWV. De ontslagbescherming van twee jaar blijft in stand. Invoering van deze maatregel geschiedt per 1-1-2020 en alleen voor nieuwe ziektegevallen.

I87. Kraamverlof verlengen naar 5 dagen en adoptieverlof verlengen naar 6 weken ingaande 1-1-2019, 5 weken partnerverlof tegen 70% loon ingaande 1-7-2020

Per 2019 betalen werkgevers vijf dagen kraamverlof. Daar bovenop krijgen partners (werknemers) per 1-7-2020 een aanvullend kraamverlof van vijf weken. Dit verlof moet in het eerste half jaar na geboorte opgenomen worden. Tijdens dit verlof krijgen partners een uitkering van het UWV van 70% van het dagloon (gemaximeerd tot het maximum dagloon). Tevens wordt de huidige regeling voor adoptieverlof verruimd met twee weken naar zes weken (inclusief pleegouders).

I88. Intrekken wetsvoorstel uitbreiding kraamverlof van 2 naar 5 dagen betaald door de overheid

Het huidige wetsvoorstel «uitbreiding kraamverlof», dat eerder controversieel verklaard is, wordt ingetrokken. Dit wetsvoorstel voorzag in drie dagen extra kraamverlof betaald door de overheid.

I94. Aanscherpen schattingsbesluit WIA van 3x3 naar 9 banen ingaande 1-1-2019

Bij de vaststelling van iemands arbeidsongeschiktheidspercentage wordt op dit moment gekeken of er drie functies te vinden zijn die hij/zij nog zou kunnen vervullen. Deze functies moeten ieder ten minste drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen. Wanneer er geen drie functies geduid kunnen worden die minimaal drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen is men volledig arbeidsongeschikt. Door de eis aan te passen naar negen arbeidsplaatsen ongeacht functiegroepen, zullen minder mensen volledig arbeidsongeschikt worden verklaard. De maatregel vergt aanpassing van het Schattingsbesluit en kan ingevoerd worden per 1-1-2019 voor nieuwe gevallen.

Macro-economisch effect

Uit de doorrekening van het CPB blijkt dat het regeerakkoord een gunstig effect heeft op de macro-economie. Hierdoor daalt de werkloze beroepsbevolking en zullen minder mensen een beroep hoeven te doen op de werkloosheidswet. Als gevolg hiervan hoeft het UWV een minder grote uitvoeringsinspanning te leveren.

Nominaal

Nominale ontwikkeling als gevolg van mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de loon- en prijsontwikkeling.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Naar boven