34 775 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2018

Nr. 127 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 maart 2018

Op 15 maart vindt een algemeen overleg met uw Kamer plaats over een verzameling van onderwerpen met betrekking op de Wmo, mantelzorg, maatschappelijke opvang en hulpmiddelenbeleid.

In deze brief wil ik u voorafgaand op het algemeen overleg over een aantal zaken informeren.

Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2015

Ieder jaar doen gemeenten onderzoek naar de ervaringen van cliënten die gebruik hebben gemaakt van Wmo-maatwerkvoorzieningen. De resultaten van de onderzoeken naar de cliëntervaringen in 2016, zijn terug te vinden op www.waarstaatjegemeente.nl. Uit het landelijke beeld dat te zien is in onderstaande tabel, blijkt dat de tevredenheid van cliënten over de Wmo-ondersteuning is toegenomen ten opzichte van 2015.

Stelling

(percentage (helemaal) tevreden)

2016

n=369

2015

n=354

verschil

Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag

79

71

+8

Ik werd snel geholpen

72

69

+3

De medewerker nam mij serieus

84

80

+4

De medewerker en ik hebben in het gesprek samen naar oplossingen gezocht

74

70

+4

Ik vind de kwaliteit van de ondersteuning die ik krijg goed

81

79

+2

De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag

80

77

+3

Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil

76

74

+2

Door de ondersteuning die ik krijg kan ik mij beter redden

82

79

+3

Door de ondersteuning die ik krijg heb ik een betere kwaliteit van leven

76

73

+3

Wist u dat u gebruik kon maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner?

29

25

+4

Cliënten zijn gevraagd naar hun ervaringen met de toegang, de kwaliteit van de ondersteuning en het effect op hun zelfredzaamheid en participatie. Gemeenten kunnen de ervaringen van cliënten gebruiken om de ondersteuning aan mensen – volgens het model van een lerende praktijk – te optimaliseren. Doordat gemeenten de cliëntervaringen van hun eigen gemeente met andere gemeenten kunnen vergelijken, kunnen gemeenten daarbij ook van elkaar leren.

Onafhankelijke cliëntondersteuning

De bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning is nog steeds te beperkt. De VNG heeft het onderwerp bij gemeenten op de kaart gezet met het koplopersproject. Met het project zijn mooie resultaten geboekt maar extra aandacht voor de bekendheid van de functie cliëntondersteuning blijft evenwel nodig. Dit kabinet zet in op de versterking van deze functie. Hiervoor is deze kabinetsperiode € 55 miljoen extra beschikbaar. Ik bereid op dit moment voorstellen voor over de invulling daarvan. Tijdens de begrotingsbehandeling 2018 heb ik toegezegd uw Kamer in het eerste kwartaal van 2018 een brief te zullen sturen. Omdat ik het belangrijk vind dat die voorstellen op zoveel mogelijk draagvlak van alle partijen kan rekenen, zal ik uw Kamer voor de zomer van 2018 informeren over het pakket aan maatregelen voor cliëntondersteuning.

Abonnementstarief eigen bijdrage Wmo 2015

Ik heb uw Kamer eerder geïnformeerd over het kabinetsvoornemen om een vast tarief van € 17,50 in te stellen voor huishoudens die gebruik maken van Wmo-voorzieningen.1 Deze maatregel heeft als doel om de stapeling van eigen betalingen tegen te gaan; een zeer groot deel van de mensen die Wmo-ondersteuning ontvangt, maakt het eigen risico vol. Ik werk op dit moment, met nauwe betrokkenheid van gemeenten en CAK, deze maatregel uit. Ik ben daarnaast een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor de vaststelling en inning van de eigen bijdrage vanaf 2020 (uitvoering door gemeenten en/of CAK). Dit onderzoek biedt input om tot een realistische inschatting te komen ten aanzien van de haalbaarheid, implementatietijd en risico’s van de verschillende uitvoeringsvarianten. Ik informeer uw Kamer voor de zomer van 2018 over de inhoudelijke uitwerking van het abonnementstarief.

Analyse hulpmiddelen

Op 14 december 2017 is tijdens de begrotingsbehandeling van VWS (Handelingen II 2017/18, nr. 35, item 6) de motie van de leden Bergkamp en Geluk-Poortvliet2 aangenomen (Handelingen II 2017/18, nr. 36, item 4) waarin de regering wordt verzocht om een aantal specifieke punten in de analyse van hulpmiddelen en verhuizingen mee te nemen. De analyse wordt momenteel door een extern onderzoeksbureau uitgevoerd en de punten uit de motie van de leden Bergkamp en Geluk-Poortvliet worden expliciet in de analyse meegenomen.

Deze maand zullen cliëntentafels georganiseerd worden met als doel om gezamenlijk met cliënten en betrokken partijen oplossingsrichtingen te identificeren om knelpunten ten aanzien van hulpmiddelen op te lossen. Vervolgens zal een veranderagenda worden opgesteld die als basis kan dienen voor bestuurlijke afspraken. Het voornemen is om de veranderagenda begin april gereed te hebben.

Mantelzorg

In het kader van de evaluatie hervorming langdurige zorg publiceerde het SCP op 31 januari 2018 het deelrapport «De Wmo 2015 in praktijk, De lokale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning». Ook is door het SCP in december 2017 het rapport «Voor elkaar, stand van de informele hulp in 2016» gepubliceerd. Na het verschijnen van de eindrapportage evaluatie hervorming langdurige zorg in het najaar van 2018 zal ik op beide onderzoeken een inhoudelijke reactie geven. Wel licht ik hier uit beide onderzoeken alvast enkele punten uit met betrekking tot informele zorg en ondersteuning die aansluiten bij het programma Langer Thuis dat ik in mei van dit jaar aan uw Kamer zal aanbieden.

  • Het aandeel van 36% van de 16-plussers dat aangeeft informele hulp te geven aan iemand met gezondheidsbeperkingen, is tussen 2014 en 2016 gelukkig niet afgenomen maar gelijk gebleven.

  • Wel bevestigen beide onderzoeken dat er grenzen zijn aan het eigen netwerk bij het bieden van hulp.

  • Ik zie dat gemeenten hebben geïnvesteerd in mantelzorgondersteuning, maarteveel mantelzorgers kennen het aanbod van de gemeente nog onvoldoende. De toegang tot respijtzorg en het samenspel met professionele zorgverleners moet lokaal nog beter. Zo wordt bijvoorbeeld bij respijtzorg (bijv. dagbesteding of logeeropvang) ook gebruikt gemaakt van vrijwilligers die niet altijd voldoende zijn toegerust voor de begeleiding (o.a. bij mensen met dementie).

In het programma Langer Thuis, dat in mei aan uw Kamer wordt aangeboden, kom ik met een uitwerking van de genoemde knelpunten. Vanuit de lokale inbedding bij gemeenten en in aansluiting bij waar mantelzorgers behoefte aan hebben, moeten we mensen veel bewuster maken van wat het betekent om mantelzorger te zijn of te worden. Ook zal ik in het programma Langer Thuis uitwerking geven aan de in het Regeerakkoord opgenomen investering op vernieuwing en doorontwikkeling van respijtzorg en dagbesteding. De aangenomen motie van de leden Ellemeet en Slootweg3 tijdens begrotingsbehandeling van VWS zal daarin ook een plaats krijgen, namelijk hoe de samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren kan worden bevorderd in relatie tot de ondersteuning van mantelzorgers.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Kamerstuk 34 104, nr. 199.

X Noot
2

Kamerstuk 34 775, nr. 87.

X Noot
3

Kamerstuk 34 775 XVI, nr. 74; (Handelingen II 2016/17, nr. 36, item 14.

Naar boven