34 775 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2018

Nr. 129 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 april 2018

Hierbij bied ik u het jaarverslag 2017 van het College voor Toetsen en Examens aan (hierna: het CvTE)1. Dit verslag wordt aan u gestuurd conform artikel 18 van de Kaderwet Zelfstandige Bestuursorganen. In het verslag blikt het CvTE terug op de taakuitoefening en het gevoerde beleid. Tevens beschrijft het CvTE hoe omgegaan is met de drie aandachtsgebieden die zijn voortgekomen uit het evaluatieonderzoek College voor Examens 2009–2014.2 Dit betreft de thema's ketenregie, de kwaliteitszorg en transparantie.

Daarnaast wil ik u in deze brief informeren over de uitvoering van de motie van het lid Van Meenen c.s. over de vaardigheden van scholieren.3 Deze motie vraagt om te onderzoeken hoe representatief de examenresultaten zijn voor de stijging in vaardigheidsniveau van leerlingen en in hoeverre de N-term deze representatie beïnvloedt, constaterende de discrepantie tussen Pisa resultaten (dalend) en nationale examenresultaten (stabiel/stijgend).

Voor de begeleiding van het onderzoek stel ik een onafhankelijke commissie in, bestaande uit wetenschappers en experts. Het onderzoek zelf wordt uitgevoerd door Cito in nauwe samenwerking met het CvTE. Met de keuze voor deze rolverdeling kom ik zowel tegemoet aan de wens van uw Kamer om de onafhankelijkheid in dit onderzoek te waarborgen, als aan mijn vraag om gebruik te maken van de kennis en expertise binnen de examenketen.

Ik streef er naar uw Kamer eind 2018 te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 34 000 VIII, nr. 94

X Noot
3

Kamerstuk 31 289, nr. 359

Naar boven