Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 november 2017
Met deze brief leg ik met toepassing van artikel 24a, vierde lid, van de Comptabiliteitswet
2001 het ontwerp van een wijziging van een aantal subsidieregelingen aan uw Kamer
voor1. Het betreft de Subsidieregeling Stichting VSO 2013, de Subsidieregeling SVO 2015,
de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013 en de Subsidieregeling Stichting A
en O-fonds Rijk. Deze regelingen vervallen met ingang van 1 januari 2018. Voorgesteld
wordt deze regelingen met één jaar te verlengen. Hieronder wordt dit per regeling
gemotiveerd.
Subsidieregeling Stichting VSO 2013 en Subsidieregeling SVO 2015
In de Stichting Verbond Sectorwerkgevers (VSO) en de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen
(SVO) zijn respectievelijk de overheidswerkgevers en de vakorganisaties van overheidswerknemers
verenigd. Met de Subsidieregeling Stichting VSO 2013 en de Subsidieregeling SVO 2015
wordt aan beide stichtingen subsidie verleend ten behoeve van het in stand houden
van een adequaat overlegstelsel inzake arbeidsmarktbeleid. De evaluaties van deze
subsidieregelingen zijn op 28 augustus 2017 aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstuk
34 550 VIII, nr. 144). De uitkomsten van deze evaluaties worden meegenomen in de besluitvorming over de
toekomstige subsidiëring van de stichting VSO en de SVO. In afwachting van deze besluitvorming
worden beide subsidieregelingen met een jaar verlengd. De activiteiten die worden
gesubsidieerd en de criteria waaronder die subsidiëring plaatsvindt, blijven ongewijzigd.
Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt aan de Oorlogsgravenstichting
een subsidie met het oog op de vijf doelen die in de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting
2013 worden genoemd. Het gaat hierbij om het aanleggen en in stand houden van de in
de subsidieregeling bedoelde graven en erevelden, bezoeken van nabestaanden aan graven
en erevelden die zich buiten Nederland bevinden, het verstrekken van informatie en
geven van voorlichting, het doen van necrologisch onderzoek en het verzorgen van bloemleggingen
op Nederlandse oorlogsgraven en bij de door de stichting in stand gehouden gedenkstenen
van Nederlandse oorlogsslachtoffers. In 2016 is de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting
2013 geëvalueerd. De gesprekken met de Oorlogsgravenstichting over de verwerking van
de evaluatieresultaten lopen nog. Om de continuïteit van de subsidieverlening ook
in 2018 te waarborgen wordt de subsidieregeling met een jaar ongewijzigd verlengd.
Subsidieregeling Stichting A en O-fonds Rijk
De Stichting A en O-fonds Rijk is op 6 april 1994 opgericht voor onbepaalde tijd.
Het vermogen van de stichting wordt overwegend gevormd door bijdragen voortvloeiend
uit afspraken gemaakt in het Sectoroverleg Rijk (SOR). Deze bijdragen zijn geformaliseerd
in de Bijdragebeschikking Stichting Arbeids- en Opleidingsfonds Rijk van 1 februari
2008. De subsidieregeling is afgeleid van dit besluit.
Op 24 september 2015 hebben de onderhandelaars in het SOR een uitvoeringsakkoord afgesloten,
waarin is herbevestigd dat het A en O-fonds Rijk een belangrijke bijdrage levert aan
de uitvoering van het personeelsbeleid van het Rijk op het gebied van de arbeidsmarkt,
werkgelegenheid en scholingsbeleid. Voor het uitvoeren van haar taken ontvangt het
A en O-fonds jaarlijks een bedrag via de begroting van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties in de vorm van een subsidie. Partijen hebben vastgesteld
dat deze bijdrage in het verleden expliciet uit de arbeidsvoorwaardenruimte beschikbaar
is gesteld en dat daar een paritair besluit aan ten grondslag lag. Zonder overeenstemming
met de partijen in het sectoroverleg is een wijziging van de hoogte van de bijdrage
niet mogelijk. Bovendien is in artikel 2, derde lid, van de subsidieregeling bepaald
dat bij een besluit om de subsidie niet meer te verstrekken een termijn van drie jaar
in acht moet worden genomen.
In 2017 is gestart met de evaluatie van de subsidieregeling. In afwachting van de
uitkomsten van deze evaluatie wordt de subsidieregeling met een jaar ongewijzigd verlengd.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren