Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834775-VI nr. 111

34 775 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2018

Nr. 111 MOTIE VAN HET LID HIDDEMA

Voorgesteld 27 juni 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Minister zich heeft geconformeerd aan het oordeel van het OM dat de heer Fawaz Jneid niet strafrechtelijk kan worden vervolgd vanwege zijn haatuitingen tegen burgemeester Aboutaleb;

constaterende dat gemeld oordeel van het OM niet is gestoeld op een feitelijk juiste en volledige weergave van de context waarin deze uitingen zijn gedaan, immers:

  • onbeschouwd blijven eerdere om dood en pijniging van medemensen smekende oproepen van de imam;

  • de imam heeft zich wel degelijk schuldig gemaakt aan het aanzetten tot haat tegen meer dan één persoon;

  • de extra gevaarzetting van zijn uitspraken vanwege zijn naar religieus geweld neigende volgelingen is niet meegewogen;

  • minst genomen kan van een impliciete oproep tot het plegen van geweld of andere strafbare feiten zeker sprake zijn als een religieuze autoriteit een moslimbestuursfunctionaris beschuldigt van afvalligheid en het voeren van jihad tegen moslims;

overwegende dat bij een juiste toetsing van de kansen op een trefzekere vervolging van imam Fawaz Jneid 137 WvSr de Minister zeker soelaas kan bieden, waarvoor ik u een uitvoerige juridische onderbouwing heb doen toekomen;

verzoekt de Minister, te bewerkstelligen dat imam Fawaz Jneid met toepassing van artikel 127 Wet RO strafrechtelijk zal worden vervolgd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hiddema