34 775 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2018

Nr. 103 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2018

In aanvulling op de beantwoording van de door de leden Sjoerdsma en Groothuizen (beiden D66) op 14 maart 2018 gestelde vragen aan mij en de Minister van Buitenlandse Zaken (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 2128), maak ik met deze brief van de gelegenheid gebruik om uw Kamer nader te informeren over enkele aspecten uit het dossier in de zaak Poch, zoals die mij op dit moment zijn gebleken uit het op het departement beschikbare dossier.

In september 2006 is het Openbaar Ministerie (OM) een oriënterend (opsporings)onderzoek gestart nadat bij de politie informatie was binnengekomen. Deze informatie zag op mogelijke betrokkenheid van de heer Poch bij ernstige strafbare feiten, namelijk bij de zogenaamde «dodenvluchten» in Argentinië in de periode 1976–1983.

Zoals ook gemeld in de beantwoording van 17 januari 2018 van de door de leden Sjoerdsma en Groothuizen aan de Minister voor Rechtsbescherming en de Minister van Buitenlandse Zaken gestelde vragen1 over de vrijspraak van Julio Poch, zijn de Argentijnse autoriteiten hun onderzoek begonnen naar aanleiding van een rechtshulpverzoek van het OM.

Begin 2009 verzochten de Argentijnse autoriteiten aan Nederland om de uitlevering van de heer Poch. Tussen Nederland en Argentinië geldt een bilateraal uitleveringsverdrag, doch dit verdrag biedt geen rechtsbasis voor de uitlevering van eigen onderdanen. De heer Poch beschikte immers zowel over de Argentijnse als de Nederlandse nationaliteit.

Naar aanleiding van de hiervoor geschetste juridische belemmering ter zake van de uitlevering heeft, teneinde mogelijke straffeloosheid met betrekking tot verdenking van zeer ernstige strafbare feiten te voorkomen, overleg plaatsgevonden met de Argentijnse judiciële autoriteiten teneinde een juridisch begaanbare weg te vinden. Dit heeft geleid tot een rechtshulpverzoek van de Argentijnse autoriteiten op basis waarvan – zoals uw Kamer ook eerder gemeld bij beantwoording van de hiervoor genoemde vragen van de leden Sjoerdsma en Groothuizen – Nederland informatie aan Argentinië en Spanje heeft verstrekt over de reisbewegingen van de heer Poch, waarna de heer Poch op 22 september 2009 in Spanje is aangehouden.

Nadat de door de heer Poch in 2009 aangespannen procedure tegen de Nederlandse Staat teneinde overlevering door Spanje aan Nederland te bewerkstelligen met als doel hem in Nederland te laten berechten, voor de heer Poch op niets was uitgelopen, heeft Spanje de heer Poch in mei 2010 aan Argentinië uitgeleverd.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen 2017/18, nr. 893.

Naar boven