34 775 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2018

Nr. 81 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 mei 2018

In reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 6 april 2018 informeren wij u over de noodzaak van vertrouwelijkheid van het Memorandum of Understanding (MoU) met Saoedi-Arabië.

Het kabinet informeert uw Kamer over internationale ontwikkelingen door inhoudelijke informatie te verstrekken en doorgaans niet door middel van het verstrekken van de onderliggende communicatie in haar originele vorm. Het zou de internationale betrekkingen van Nederland schaden wanneer er vanuit moet worden gegaan dat deze communicatie in Nederland openbaar gemaakt zal worden.1 Instemming van de afzender is een belangrijke factor voor het eventueel bij uitzondering vertrouwelijk of openbaar verstrekken van documenten.

Naar aanleiding van de toezegging van Minister Kaag om het met Saoedi-Arabië afgesloten MoU ter informatie naar uw Kamer te sturen, heb ik contact opgenomen met Saoedi-Arabië, waarbij Saoedi-Arabië heeft aangegeven geen bezwaar te hebben met het vertrouwelijk delen van het MoU met uw Kamer. Op 22 maart 2018 heb ik het Memorandum of Understanding on Political Consultations met Saoedi-Arabië daarom ter vertrouwelijke inzage met u gedeeld (Kamerstuk 34 775 V, nr. 67).

Conform het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 6 april jl. heeft het Ministerie andermaal het Saoedische Ministerie van Buitenlandse Zaken bevraagd betreffende openbaarmaking van het MoU. Saoedi-Arabië heeft aangegeven vast te willen houden aan de oorspronkelijke lijn dat het MoU alleen vertrouwelijk gedeeld wordt. Ik respecteer de keuze van Saoedi-Arabië en maak om deze reden het Memorandum niet openbaar.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok


X Noot
1

Kamerstuk 28 362, nr. 8

Naar boven