Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834766 nr. 11

34 766 Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2018)

Nr. 11 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET NADER VERSLAG

Ontvangen 10 oktober 2017

1. Derde nota van wijziging

De leden van de VVD-fractie vragen naar de wijziging van artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in de derde nota van wijziging. Deze wijziging sluit aan bij het amendement, dat het mogelijk maakt dat specifieke werkzaamheden door de Minister worden aangewezen, waardoor de werknemer beloond mag worden aan de hand van de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de te verrichten arbeid gemoeid is. Deze norm wordt door sociale partners vastgesteld, of door een werkgeversorganisatie na beoordeling door de toetsingscommisie. Bij het vaststellen van deze norm wordt inderdaad rekening gehouden met de gemiddeld productieve werknemer. Een individuele werknemer wordt dan beloond op basis van deze norm. De werknemer wordt derhalve beloond op basis van zijn productie berekend aan de hand van de stukloonnorm en niet op basis van de gewerkte uren die hij hieraan heeft besteed. De Inspectie SZW zal slechts controleren of de werknemer conform de stukloonnorm beloond is. Hiervoor is het noodzakelijk dat de Inspectie per werknemer inzicht heeft in de verrichte werkzaamheden en het betaalde loon zodat geverifieerd kan worden of overeenkomstig de vastgestelde stukloonnorm is beloond. Met de wijziging van artikel 18b, tweede lid, Wml wordt slechts beoogd dat de Inspectie dit inzicht ook kan verkrijgen. De wijziging doet dan ook op geen enkele wijze afbreuk aan het amendement waar deze leden naar verwijzen. Aangezien elke «norm» kan verschillen, en dit dus lastig op voorhand is te duiden, zal bij de aanwijzing van de Minister van de werkzaamheden waarvoor stukloon kan worden betaald, in de toelichting van de ministeriële regeling duidelijkheid worden verschaft hoe de werkgever inzicht kan geven in de beloning per werknemer aan de hand van de stukloonnorm.

2. Nota naar aanleiding van het verslag

Artikel XXI

De leden van de SGP vragen naar de wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag die in februari gepubliceerd is en per 1 januari 2018 in werking treedt, waardoor het niet meer mogelijk is dat overwerkvergoedingen op minimumloonniveau worden uitgeruild voor onbelaste onkostenvergoedingen voor arbeidsmigranten voor bijv. reiskosten naar het land van herkomst en huisvestingskosten in Nederland (de zogenoemde «ET-kosten»). Zoals reeds is aangegeven, kan het netto deel van het loon hoger zijn, maar is voor de werknemer tevens het loon voor de sociale zekerheid lager en wordt er bijvoorbeeld ook geen pensioen over dat deel van het loon opgebouwd. De uitruil was overigens al niet mogelijk voor alle gewerkte uren, maar alleen voor de uren die de werknemer overwerkte boven de volledige werkweek.

De bedoeling van de wet is dat de werknemer de volledige beschikking krijgt en houdt over het wettelijk minimumloon en dat het verstrekken van dergelijke onbelaste onkostenvergoedingen voor reiskosten naar het land van herkomst en huisvestingskosten in Nederland mogelijk blijft boven het wettelijk minimumloon. De werknemer heeft hierdoor de zekerheid dat hij het recht behoudt op zijn wettelijk minimumloon over zijn gewerkte uren, ook voor de overuren die hij heeft gemaakt. De werkgever behoudt de mogelijkheid om kosten die de werknemer maakt onbelast te vergoeden en het blijft nog steeds mogelijk loon boven het wettelijk minimumloon uit te ruilen (indien de cao dit toestaat) voor een onbelaste onkostenvergoeding. Het is niet bekend hoeveel werkgevers in de land- en tuinbouwsector momenteel onbelaste onkostenvergoedingen verstrekken voor bijvoorbeeld reiskosten naar het land van herkomst.

Artikel XXXII

De leden van de SGP-fractie vragen of de regering zich rekenschap heeft gegeven van de gevolgen voor private uitvoerders wanneer de door de Belastingdienst gedoogde situatie wordt beëindigd. Verder vraagt zij of de regering kennis heeft genomen van de zorgen dat de VCR-methode (Voortschrijdend Cumulatief Rekenen) onuitvoerbaar voor private uitvoerders zou zijn en of zij aangeven waarom deze bezwaren onvoldoende hout zouden snijden. De leden van de SGP-fractie vragen eveneens welke bezwaren er zouden zijn om in de Ziektewet een rol te regelen van degene die namens de eigenrisicodrager betaalt.

De systematiek van voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR) geldt sinds 2006 in de Wet financiering sociale verzekeringen voor alle werkgevers en daarmee ook voor partijen die namens de werkgever betalingen doen aan de werknemer. De Belastingdienst heeft partijen die namens de werkgever in zijn rol als eigenrisicodrager Ziektewet het ziekengeld betalen enkele jaren de gelegenheid geboden om hun administratie aan te passen. Dit komt erop neer dat deze partijen het loon dat de werkgever in het kalenderjaar heeft betaald voorafgaande aan het intreden van ziekte in hun administratie moeten opnemen. Vervolgens kunnen zij op basis van dat loon en het ziekengeld de methode van VCR toepassen. Dit is een extra handeling, maar niet gebleken is dat dit voor die partijen onmogelijk is. Het is niet wenselijk om wettelijk voor deze partijen die namens de werkgever ziekengeld betalen een andere regeling te treffen dan die geldt voor alle andere administratiekantoren die namens de werkgever betalingen doen aan de werknemers.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher