De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen. Het
verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng
is geleverd.
Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende
zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel
van wet voldoende voorbereid.
Inleiding
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben
hier geen vragen over.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben
hier geen vragen over.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben
hier geen vragen over.
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de voorgestelde
wetswijziging. In dat kader willen deze leden de regering nog een vraag voorleggen.
De leden van de GroenLinks-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij
hebben hier enkele opmerkingen en bedenkingen bij.
Algemeen
De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat klimaatverandering een enorme bedreiging
voor mens en milieu is, zelfs de grootste uitdaging voor de mensheid sinds mensenheugenis.
Zij zijn van mening dat er alles aan moet worden gedaan om verdere opwarming van de
aarde te voorkomen. Maar «alles doen» richt zich in dit geval op het voorkomen van
de uitstoot van gassen die schadelijk zijn voor het klimaat, op het voorkomen van
het verder vernietigen van ecosystemen en de kracht van de natuur om zichzelf te herstellen.
Ingrijpen, met grove maatregelen in de kwetsbare balans van het zeemilieu, is in de
ogen van deze leden geen optie.
De leden van de GroenLinks-fractie vrezen dat marine geo-engineering grote en onherstelbare
schade aan het (zee)milieu tot gevolg kan hebben. De geschiedenis laat zien dat bedoeld
of onbedoeld ingrijpen in ecosystemen vrijwel altijd uitgeloopt op een ramp. Het gevolg
is meestal een groot verlies van biodiversiteit en ineenstorting van ecosystemen.
Dit moet absoluut worden voorkomen. Het nu voorliggende wetsvoorstel tot wijziging
van het verdrag is samen te vatten als een «nee, tenzij». De leden van de GroenLinks-fractie
kunnen zich makkelijk vinden in het «nee», maar maken zich zorgen over het «tenzij».
Wetenschap staat niet stil en een verbod op onderzoek is onwenselijk, omdat daarmee
de ontwikkeling van kennis stil zou komen te liggen. Dat is niet wat deze leden wensen.
De risico’s van geo-engineering zijn echter zeer hoog en de bedoelingen niet altijd
even zuiver. Onderzoek naar de effecten van «ocean fertilisation» zouden beperkt moeten
blijven tot laboratoriumproeven en kunnen niet zonder meer worden uitgevoerd in het
vrije milieu. Zeker als de gevolgen het risico van een runaway-effect met zich meebrengen
of onherstelbaar zijn. Aangezien beoogde klimaateffecten in kleinschalige open proeven
nooit kunnen worden aangetoond, zijn de risico’s altijd groter dan de mogelijke baten.
De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat de verdragswijziging ook zal gaan
gelden voor de Rijksdelen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Zoals bekend zijn tropische
koraalriffen zeer kwetsbare ecosystemen en gelden de eerder geuite risico’s en bezwaren
zo mogelijk nog meer voor de zee in het Caribisch gebied. Bovendien vragen deze leden
of deze landen in staat zijn om mogelijke experimenten en de bijbehorende risico’s
goed te vergunnen, begeleiden, monitoren en zo nodig in te grijpen en schade te herstellen.
Mocht de verdragswijziging worden goedgekeurd en mocht de situatie zich voordoen,
wordt Nederland dan betrokken bij mogelijke vormen van marine geo-engineering in de
Caribische Rijksdelen? Wordt Nederland betrokken bij toetsing, vergunningverlening
en monitoring?
De leden van de GroenLinks-fractie hebben waardering voor de pogingen die met het
het verdrag worden ondernomen om mogelijke experimenten goed in te kleden met voorwaarden
en voorzorgen, om zo ongewenste effecten te voorkomen. Toch geldt hier wat de leden
van de GroenLinks-fractie betreft in dit geval een «nee» en geen «nee, tenzij».
Wijziging van de Wet maritiem beheer BES
De leden van de D66-fractie lezen dat bijlagen 4 en 5 van het Protocol (Trb. 1998, 134) bepalen dat oceaanbemestigingsactiviteiten zijn verboden, tenzij sprake is van oceaanbemestiging
in het kader van legitiem wetenschappelijk onderzoek. In dat geval kan een vergunning
worden aangevraagd. Deze leden vragen of de regering inzicht kan geven in de concrete
vertaling van deze bepaling naar de situatie in het Koninkrijk der Nederlanden. Welke
instanties zouden dergelijk wetenschappelijk onderzoek kunnen uitvoeren? En welke
instantie(s) gaat/gaan toetsen of dergelijk wetenschappelijk onderzoek legitiem is?
De fungerend Voorzitter van de commissie, Van Veldhoven
Adjunct-griffier van de commissie, Koerselman