34 725 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2016

Nr. 6 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 20 juni 2017

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 24 mei 2017 voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij brief van 19 juni 2017 zijn ze door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De fungerend voorzitter van de commissie, Lodders

De griffier van de commissie, Post

Vraag 1

Waarom is voor het aangaan van verplichtingen van het CAK in 2016 het verplichtingenbudget overgeheveld van 2017 naar 2016? En wat betekent dit voor het beschikbare budget in 2017?

Antwoord 1:

De CAK-begroting 2017 is aan het einde van het jaar 2016 goedgekeurd door VWS. Die goedkeuring is vastgelegd in een brief aan het CAK d.d. 20-12-2016 (kenmerk 1056110-158850 BPZ) en daarmee werd eind 2016 ook de verplichting aangegaan voor betaling in 2017.

De ruimte voor het vastleggen van deze verplichting was in de administratie niet aanwezig en met het oog daarop is verplichtingenruimte 2017 overgeheveld naar 2016. Dit betreft een louter administratieve aanpassing van het verplichtingenbudget, voor het kasbudget 2017 heeft dit geen gevolg.

Vraag 2

Hoe valt de overschrijding van 0,7 miljard te verklaren, mede gezien het feit dat de nominale zorgpremie lager is vastgesteld dan geraamd en sprake was van een lagere zorgtoeslag?

Antwoord 2:

De uitgavenbijstelling van € 0,7 miljard in het jaarverslag is het gevolg van de begrotingssystematiek. Deze bijstelling wordt verklaard doordat de uitgavenraming van de zorgtoeslag tot en met de tweede suppletoire wet een netto-raming van de zorgtoeslaguitgaven betreft (gebaseerd op ramingen van het Centraal Planbureau) en de in de slotwet opgenomen realisatie de bruto uitgaven betreft (gegevens afkomstig van de Belastingdienst/Toeslagen). Indien de bij de slotwet gepresenteerde ontvangsten ook worden meegenomen zijn de netto-uitgaven aan de zorgtoeslag per saldo € 4,2 miljoen lager uitgekomen dan geraamd in de tweede suppletoire wet 2016. Zie voor verdere toelichting pagina 106 van het Jaarverslag VWS 2016 (TK 17 34 725 XVI).

Naar boven