Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201934714 nr. H

34 714 EU-voorstel: Commissiemededeling EU-wetgeving: betere resultaten door betere toepassing C(2016)86001

H BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2019

Bij brief van 7 februari 2019 reageerde u op mijn brief van 28 november 2018 over het aangescherpte boetebeleid van de Europese Commissie bij te late implementatie van richtlijnen.

In uw brief vraagt u mij de mogelijkheden te verkennen om adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State over een voorgehangen algemene maatregel van bestuur (hierna: amvb) in een eerder stadium onder de aandacht van uw Kamer te brengen, zodat dit advies betrokken kan worden bij de beoordeling van voorgehangen algemene maatregelen van bestuur. Uit uw brief begrijp ik dat uw wens niet specifiek betrekking heeft op voorhangprocedures met betrekking tot implementatieregelgeving, maar meer in algemene zin geldt.

Namens het kabinet zeg ik u gaarne toe dat, wanneer een vastgestelde amvb voorgehangen wordt nadat daarover advies is uitgebracht door de Afdeling advisering van de Raad van State, voortaan ook dit advies en het nader rapport zal worden meegezonden.

Ik merk daarbij echter tevens op dat dit slechts mogelijk is in gevallen waarin sprake is van voorwaardelijke delegatie, ook wel nahang genoemd.2 In het normaliter als voorhang aangeduide geval van gecontroleerde delegatie3 wordt een ontwerp-amvb voorgehangen die pas voor advies aan de Afdeling advisering wordt voorgelegd ten vervolge op de voorhangprocedure. Deze voorhangvariant is in de praktijk de meest gebruikte omdat hierin maximale flexibiliteit bestaat om rekening te houden met opmerkingen vanuit het parlement.4 Het verwerken van opmerkingen vanuit het parlement in een nagehangen amvb zou immers een wijziging van een reeds vastgestelde amvb vereisen en, indien de wijzigingen van ingrijpende aard zijn, tot een hernieuwde adviesaanvraag moeten leiden.

Het niet voorleggen van een advies van de Afdeling over het ontwerp houdt in deze gevallen dus geen verband met de voorschriften over de openbaarmaking daarvan, maar komt voort uit de door de wetgever gemaakte keuze over de vorm waarin de parlementaire betrokkenheid tot uitdrukking komt. Het is daarom feitelijk niet mogelijk om daarin verandering te brengen door middel van een toezegging of algemene voorziening.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Zie dossier E170008 op www.europapoort.nl.

X Noot
2

Aanwijzingen voor de regelgeving nr. 2.37.

X Noot
3

Aanwijzingen voor de regelgeving nr. 2.36.

X Noot
4

Het aantal wetten met voorhangbepalingen is grofweg twee maal zo groot als het aantal wetten met een nahangbepaling.