34 673 Wijziging van de Wet afbreking zwangerschap houdende het mogelijk maken van de medicamenteuze zwangerschapsafbreking bij de huisarts

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is zwangerschapsafbreking door de huisarts bij vroege zwangerschap mogelijk te maken in de Wet afbreking zwangerschap en dientengevolge het Wetboek van Strafrecht te wijzigen en dat het voorts wenselijk is de overtijdbehandeling onder de Wet afbreking zwangerschap te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet afbreking zwangerschap wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne» vervangen door: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

2. Onder vervanging van de punt aan het einde van het eerste lid door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

duur van de zwangerschap:

tijd die een zwangerschap bedraagt, uitgedrukt in het aantal dagen of weken dat de amenorroe duurt.

B

In artikel 2 wordt na «een arts in een ziekenhuis of kliniek, waaraan» ingevoegd: , onderscheidenlijk een huisarts, aan wie.

C

Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

Een arts in een ziekenhuis of kliniek, onderscheidenlijk een huisarts als bedoeld in artikel 2 draagt ervoor zorg dat de duur van de zwangerschap wordt vastgesteld.

D

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «een ziekenhuis of kliniek» vervangen door «een ziekenhuis, kliniek of huisarts» en wordt «die arts heeft bezocht» vervangen door «de eerstgenoemde arts heeft bezocht».

2. Na het vijfde lid wordt een artikellid toegevoegd, luidende:

  • 6. Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing indien de duur van de zwangerschap nog geen 45 dagen bedraagt op het moment van zwangerschapsafbreking. In dat geval wordt een zwangerschap niet eerder afgebroken dan nadat een arts in een ziekenhuis of kliniek, onderscheidenlijk een huisarts als bedoeld in artikel 2 zich ervan heeft vergewist dat aan de bij of krachtens artikel 5 gestelde eisen is voldaan.

E

In artikel 4, eerste lid, vervalt de laatste volzin.

F

Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a

  • 1. De vergunning als bedoeld in artikel 2, kan, uitsluitend voor de medicamenteuze zwangerschapsafbreking, tevens door een huisarts worden aangevraagd. Over de maximale duur van de zwangerschap waarbij de medicamenteuze zwangerschapafbreking kan worden toegepast en de bij de aanvraag in te dienen gegevens worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld.

  • 2. Onze Minister beslist binnen zeven maanden na de ontvangst van de aanvraag.

  • 3. Een huisarts als bedoeld in het eerste lid verkrijgt de vergunning indien aannemelijk is gemaakt dat aan de in de artikelen 5, eerste lid, en 6a bedoelde eisen zal worden voldaan.

G

Artikel 6, eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van onderdelen e en f tot d en e.

H

Na artikel 6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a

De vergunning wordt ten aanzien van een huisarts overigens slechts verleend indien:

  • a. de huisarts ten aanzien van de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend geen winst nastreeft;

  • b. wordt voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen omtrent de organisatie, werkwijze en uitrusting van de praktijk van de huisarts, voor zover dit de handelingen onder voornoemde vergunning betreft, opdat gewaarborgd is dat de behandeling voldoet aan de eisen die daaraan uit medisch oogpunt behoren te worden gesteld;

  • c. de huisarts bij de behandeling van de afbreking van zwangerschappen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels samenwerkt met een of meer ziekenhuizen of klinieken.

I

In artikel 7 wordt na «een inrichting» ingevoegd: «of een praktijk van een huisarts als bedoeld in artikel 2» en «de artikelen 5 en 6» vervangen door: de artikelen 5, 6 of 6a.

J

In artikel 10, eerste lid, wordt na «in de inrichting» ingevoegd: of door een huisarts als bedoeld in artikel 2.

K

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «eens per drie maanden» vervangen door: eens per jaar.

2. Er wordt een artikellid toegevoegd, luidende:

  • 7. Dit artikel is niet van toepassing op een huisarts aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 2 is verleend.

L

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a

  • 1. Een huisarts als bedoeld in artikel 2 doet ten minste eens per jaar de in artikel 11, eerste lid, bedoelde gegevens aan de inspecteur toekomen in zodanige vorm dat zij niet tot individuele patiënten herleidbaar zijn. Hij draagt er zorg voor dat deze gegevens ten minste vijf jaar worden bewaard.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de tijdstippen en wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens moeten worden verstrekt. Bij deze opgaven wordt de anonimiteit van de behandelde vrouwen gewaarborgd.

  • 3. De verkregen gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt:

    • a. voor statistische doeleinden, en

    • b. ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde.

  • 4. Een huisarts als bedoeld in artikel 2 draagt er tevens zorg voor, dat vóór of zo spoedig mogelijk na de behandeling aantekening wordt gemaakt van de bevindingen die ertoe hebben geleid de behandeling te geven. Hij is verplicht deze aantekeningen gedurende ten minste vijf jaar te bewaren en de daarin vervatte gegevens, mits niet herleidbaar tot individuele patiënten, op verzoek ter beschikking te stellen van de inspecteur.

  • 5. Dit artikel is niet van toepassing op een arts werkzaam in een ziekenhuis of kliniek waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2 is verleend.

M

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een huisarts aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 2 is verleend.

N

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

De voordracht voor een krachtens artikel 4, eerste lid, 4a, eerste lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, onder b, c, 6a, onder b, c, 11, vierde lid of 11a, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.

O

In artikel 17 wordt na «het in artikel 10, eerste lid, bedoelde bevel,» ingevoegd: of een huisarts die handelt in strijd met deze artikelen,.

P

In artikel 18 wordt na «artikel 11, eerste of zesde lid,» ingevoegd: of 11a, eerste of vierde lid,.

Q

In artikel 19a wordt na «vierde of zesde lid» ingevoegd: , of artikel 11a, eerste, tweede of vierde lid.

ARTIKEL II

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 296, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht door een komma, wordt aan dat lid toegevoegd: of door een huisarts als bedoeld in artikel 2 van die wet.

ARTIKEL III

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 312a, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES door een komma, wordt aan dat lid toegevoegd: of door een huisarts als bedoeld in artikel 2 van die wet.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Naar boven