Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734653 nr. A;1

34 653 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Volksrepubliek China; ’s-Gravenhage, 12 september 2016

A/ Nr. 1 TWEEDE HERDRUK1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 13 januari 2017.

De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 12 februari 2017.

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt (artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 januari 2017

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State gehoord, heb ik de eer u hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen het op 12 september 2016 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Volksrepubliek China inzake de sociale zekerheid (Trb. 2016, nr. 146).

Een toelichtende nota bij het verdrag treft u eveneens hierbij aan.

De goedkeuring wordt voor het Europese deel van Nederland gevraagd.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

TOELICHTENDE NOTA

1. Algemeen

Tussen Nederland en China bestaat thans geen verdragsrelatie op het terrein van sociale zekerheid. Als gevolg van gewijzigde socialezekerheidswetgeving in China zijn Nederlandse bedrijven sinds oktober 2011 verplicht om voor gedetacheerde werknemers (expats) in China premies af te dragen aan het Chinese socialezekerheidsstelsel. Qua dekking krijgt men hier naar Nederlandse maatstaven weinig voor terug. Daarom kiezen bedrijven en expats er doorgaans voor hun Nederlandse verzekering te behouden dan wel een particuliere verzekering af te sluiten. Het gevolg is dubbele premiebetaling. Dit kan voorkomen worden door het sluiten van een bilateraal socialezekerheidsverdrag. Hoewel in het verdrag de regeringen van beide staten als partijen worden genoemd, zal het gelden tussen de staten.

Nederland heeft China in april 2012 verzocht om een verdrag te sluiten ter voorkoming van dubbele premieafdracht op het terrein van sociale zekerheid. Een verdrag draagt bij aan de versterking van de relatie met China, dat de tweede economie van de wereld is. Nederland heeft een sterke economische relatie met China; Nederland is China’s tweede handelspartner binnen de Europese Unie. Het potentieel voor groei in de handel is aanzienlijk. Nederland geeft met het sluiten van het verdrag blijk van de wens de relatie te verdiepen op het terrein van de sociale zekerheid.

Het verdrag beoogt dubbele premieafdrachten te vermijden van Nederlandse werknemers die worden gedetacheerd naar China en van Chinese werknemers die worden gedetacheerd naar Nederland. Het verdrag ziet niet op de export van socialezekerheidsuitkeringen van Nederland naar China of vice versa.

Momenteel zijn er circa 1.100 Nederlandse bedrijven in China en werken er minimaal 1.100 Nederlandse expats. De meeste Nederlandse multinationals hebben een vestiging in China. Het verdrag met China draagt bij aan de verbetering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven; het verdrag drukt de premiekosten voor Nederlandse bedrijven met expats. Het verdrag raakt ook aan de verzekeringspositie van Chinese expats in Nederland. Momenteel zijn zij bij legaal verblijf in Nederland verzekerd. Met het onderhavige verdrag blijven Chinese expats voor die wetten waar het verdrag op ziet in China verzekerd. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen heeft in 2015 aan 2.029 personen met de Chinese nationaliteit een tewerkstellingsvergunning verleend. Hoeveel daarvan expats zijn is niet bekend. Tegelijk met Nederland hebben meerdere landen China verzocht om een verdrag te sluiten. Inmiddels hebben onder meer Denemarken, Finland en Zuid-Korea een soortgelijk bilateraal socialezekerheidsverdrag met China gesloten. Duitsland had al eerder een bilateraal socialezekerheidsverdrag met China.

Het onderhavige verdrag ziet op coördinatiebepalingen ten aanzien van werknemers die tijdelijk werkzaamheden verrichten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij. Inzet van Nederland was om slechts één wetgeving op de betrokken werknemer van toepassing te laten zijn. Voor China was dat op dit moment niet haalbaar omdat het socialezekerheidsstelsel daar nog in opbouw is. China wenst vooralsnog alleen afspraken te maken over de wetten die zien op ouderdomspensioen, werkloosheid en nabestaandenpensioen. Wel is in het onderhavige verdrag de afspraak gemaakt dat partijen binnen tien jaar na inwerkingtreding van het verdrag zullen bezien of het verdrag zodanig kan worden aangepast dat slechts één socialezekerheidswetgevingsregime op een gedetacheerde werknemer van toepassing zal zijn.

Omdat na inwerkingtreding van dit verdrag voor de wetten waarop het verdrag ziet geen dubbele socialezekerheidspremieheffing meer mogelijk is op het inkomen uit arbeid van tussen Nederland en China migrerende werknemers, is dit verdrag gunstig voor zowel Chinese investeerders in Nederland als voor Nederlandse investeerders in China.

De Sociale Verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen zijn betrokken geweest bij de verdragsonderhandelingen. Daarnaast heeft afstemming met de Belastingdienst plaatsgevonden in verband met de premie-inning in Nederland.

Het onderhavige verdrag heeft geen invloed op het bestaande bilaterale socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en de Speciale Administratieve Regio Hong Kong. Dit verdrag blijft onverkort van kracht.

2. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Dit artikel geeft een omschrijving van de belangrijkste begrippen uit het verdrag. In de definitiebepalingen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de terminologie in andere (bilaterale) verdragen op het gebied van sociale zekerheid.

Begrippen die voorkomen in het onderhavige verdrag en die niet zijn gedefinieerd, hebben de betekenis die de toepasselijke wetgeving er aan toekent.

Artikel 2

In dit artikel is de materiële werkingssfeer van het verdrag vastgelegd. Voor China betreft dit de basisouderdomsverzekering voor werknemers en werkloosheidsverzekering. Voor Nederland betreft dit ouderdom, werkloosheid en nabestaanden. Aan Nederlandse zijde is ervoor gekozen om ook nabestaandenpensioen onder de werkingssfeer te brengen. De reden hiervoor is dat de premie-inningen van de ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen in Nederland aan elkaar gekoppeld zijn. Splitsing van premie is mogelijk, maar zou een ingrijpende aanpassing van het aanslagsysteem vergen.

Het tweede lid van dit artikel regelt dat er geen sprake kan zijn van doorwerking van een sociale zekerheidsverdrag dat een van de verdragssluitende partijen heeft gesloten met een derde land en ook niet van doorwerking van de wetgeving ter uitvoering van zo’n verdrag.

Artikel 3

Dit artikel bepaalt dat het verdrag van toepassing is op alle personen op wie de onder de werkingssfeer van het verdrag vallende wetgeving van één van de partijen van toepassing is, alsmede op personen die rechten kunnen ontlenen aan deze personen.

Artikel 4

Dit artikel regelt de gelijkheid van behandeling van de personen beschreven onder artikel 3, waarmee ongelijkheid van behandeling van nationaliteit wordt voorkomen.

Artikel 5

Dit artikel bevat de hoofdregel voor de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Voor werknemers geldt als hoofdregel dat op hen de wetgeving van toepassing is van de verdragssluitende partij waar zij hun werkzaamheden uitoefenen, zelfs al wonen zij op het grondgebied van de andere partij (het zogenaamde werklandbeginsel).

Artikel 6

Dit artikel bevat een afwijkende regel op de hoofdregel voor gedetacheerde werknemers. Voor een gedetacheerde werknemer die tijdelijk op het grondgebied van het andere land werkt blijft de socialezekerheidswetgeving van toepassing van het land van waaruit ze worden gedetacheerd voor zover deze valt onder de materiële werkingssfeer zoals benoemd in artikel 2.

Teneinde schijnconstructies zoveel mogelijk te voorkomen is de eis gesteld, dat de gedetacheerde werknemer onmiddellijk voorafgaand aan de detachering tenminste één maand werkzaamheden moet hebben verricht in het uitzendende land voor de werkgever die hem detacheert. Deze werkgever dient in het uitzendende land een plaats van bedrijfsuitoefening (vestiging) te hebben en gewoonlijk activiteiten te verrichten op het grondgebied van het uitzendende land.

De maximale duur van detachering bedraagt 60 maanden. Opeenvolgende periodes van detachering binnen deze duur worden bij elkaar opgeteld voor zover ze niet worden onderbroken door een periode van minimaal 12 maanden.

Op de echtgeno(o)t(e) en kinderen die een gedetacheerde werknemer vergezellen blijft eveneens de socialezekerheidswetgeving van toepassing van het land van waaruit de werknemer wordt gedetacheerd, althans voor zover zij zelf geen werkzaamheden als werknemer of zelfstandige verrichten op het grondgebied van het land waarnaar de gedetacheerde werknemer is uitgezonden.

Het vierde lid van artikel 6 maakt doordetachering mogelijk. Daardoor wordt het voor werknemers die eerder in een ander verdragsland gedetacheerd waren en onder de socialzekerheidswetgeving van het uitzendende land bleven vallen, mogelijk om te blijven voldoen aan het vereisten uit het eerste lid.

Artikelen 7 en 8

In deze artikelen zijn specifieke bepalingen opgenomen voor werknemers die als zeevarende werken aan boord van een zeeschip dat vaart onder de Chinese of de Nederlandse vlag (artikel 7) en werknemers aan boord van een vliegtuig (artikel 8).

De hoofdregel is dat zeevarenden aan boord van schepen voor de socialezekerheidswetten genoemd in de materiële werkingssfeer van het verdrag zijn verzekerd in Nederland als het schip in Nederland is geregistreerd en onder Nederlandse vlag vaart en in China als het schip in China is geregistreerd en onder de Chinese vlag vaart.

Van deze hoofdregel wordt afgeweken wanneer de in Nederland wonende zeevarende werkt aan boord van een Chinees schip voor een in Nederland gevestigde werkgever, dan blijft de zeevarende voor ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en werkloosheid verzekerd in Nederland. Zo zal ook de Chinese zeevarende in dienst van een Chinese werkgever aan boord van een schip dat geregistreerd is in Nederland voor ouderdomspensioen en werkloosheid verzekerd zijn in China.

Nederland en China hebben beide het Maritiem Arbeidsverdrag goedgekeurd. Op grond van dit verdrag moeten verdragsstaten voor de zeevarenden, die werken aan boord van schepen waarvan zij de vlaggenstaat zijn, regelen dat de scheepsbeheerder van het schip tijdens hun werkzaamheden aansprakelijk is voor medische zorg (waaronder ook tandheelkundige zorg) aan de zeevarenden en voor uitkeringen bij overlijden of langdurige arbeidsongeschiktheid van de zeevarenden veroorzaakt door een arbeidsongeval, beroepsziekte of enig ander risico aan boord van het schip.

Een werknemer die werkzaam is als bemanningslid in een vliegtuig is onderworpen aan de in artikel 2 genoemde sociale zekerheidswetten van het land waar de werkgever voornamelijk zijn activiteiten uitoefent. Deze regel geldt niet wanneer de werknemer in een nevenvestiging van het betreffende bedrijf in het andere land werkzaam is of in de aldaar gevestigde statutaire zetel.

Artikel 9

Dit artikel bevat een specifieke bepaling voor personeel van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen. Op hen blijft de socialezekerheidswetgeving van toepassing van de staat van waaruit ze worden gezonden.

Voor gedetacheerde ambtenaren die tijdelijk op het grondgebied van het andere land werken, geldt dat de socialezekerheidswetgeving van toepassing blijft van het land van waaruit ze worden gedetacheerd voor zover deze valt onder de materiële werkingssfeer zoals benoemd in artikel 2. Hetzelfde geldt voor de echtgeno(o)t(e) en kinderen die de ambtenaar vergezellen voor zover zij zelf geen werkzaamheden als werknemer of zelfstandige verrichten op het grondgebied van het land waarheen betrokkene is uitgezonden.

Voor werknemers die lokaal zijn aangesteld bij diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen geldt dat de wetgeving van toepassing is van het land waar de vertegenwoordiging gevestigd is.

Artikel 10

Dit artikel biedt de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van beide verdragssluitende Partijen de mogelijkheid om in het belang van individuele personen of groepen van personen uitzonderingen overeen te komen op de artikelen 5 tot en met 8 en paragraaf 2, 3 en 4 van artikel 9.

Artikel 11

In dit artikel wordt een woonplaatsfictie gecreëerd voor personen die onderworpen zijn aan de wetgeving van één van beide verdragsluitende Partijen. Dit artikel is van belang voor de toepassing van de Nederlandse volksverzekeringen. Het artikel bepaalt dat indien de Nederlandse wetgeving als toepasselijke wetgeving is aanwezen als bedoeld in artikel 2, de desbetreffende persoon geacht wordt in Nederland te wonen.

Artikel 12

Dit artikel regelt de uitgifte van certificaten voor gedetacheerde personen. De bevoegde organen geven certificaten af waaruit blijkt welke wetgeving van toepassing is zoals bedoeld in artikel 2. Daar waar de Nederlandse wetgeving van toepassing is, zal de rechtspersoon in China waar de medewerker gedetacheerd is binnen zes maanden na start van de detachering het certificaat overleggen aan de bevoegde organen in China.

Artikelen 13, 14, 15 en 16

Deze artikelen bevatten bepalingen over het sluiten van een Memorandum van Overeenstemming ter uitvoering van het verdrag, een wederzijdse informatieplicht in het geval van gewijzigde nationale wetgeving die relevant is voor de uitvoering van dit verdrag (artikel 13), het wederzijds verstrekken van de noodzakelijke informatie en hulp in de uitvoering van de verschillende wetten (artikelen 14 en 15) en de wijze van beslechting van geschillen (artikel 16).

Artikel 17

Dit artikel regelt de bescherming van persoonsgegevens die in het kader van het verdrag worden uitgewisseld. Het eerste lid regelt dat alleen informatie wordt verstrekt voor zover deze informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van het verdrag. Daarnaast regelt dit lid dat bij verstrekking de wetten en regels van het verstrekkende land van toepassing zijn. Dat betekent dat bij verstrekken van gegevens door Nederland de regels van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in acht moeten worden genomen. Met deze wet is Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281) geïmplementeerd. Voor de uitvoering van dit verdrag voor wat betreft de gegevensverstrekking is artikel 77, lid 1, onderdeel c, Wbp van toepassing. Dat betekent dat verstrekking van gegevens

plaatsvindt wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van een verdrag, namelijk in casu om vast te stellen waar iemand verzekerd is.

In het tweede lid is geregeld dat – tenzij de wetten of regelingen van dat land anders voorschrijven – het ontvangende land de informatie over een individu alleen mag gebruiken met het doel om het onderhavige verdrag uit te voeren. Voor het ontvangende land gelden, met betrekking tot de over een individu ontvangen informatie, de eigen wetten en regelingen over de bescherming van persoonsgegevens.

Artikel 18

Dit artikel voorziet in overgangsrecht voor werknemers die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het verdrag reeds waren gedetacheerd.

Artikel 19

Aangezien het socialezekerheidsstelsel in China nog in opbouw is en het om deze reden voor China nog niet haalbaar is om de volledige socialezekerheidswetgeving van één partij – of meer onderdelen van de sociale zekerheidswetgeving van één partij – op een betrokken medewerker van toepassing te laten zijn, is in dit artikel afgesproken dat partijen binnen tien jaar na inwerkingtreding van het verdrag zullen bezien of het verdrag zodanig gewijzigd kan worden dat slechts één socialezekerheidswetgevingsregime op een gedetacheerde werknemer van toepassing zal zijn.

Artikelen 20 en 21

Deze artikelen handelen over de ingangsdatum en de duur van het verdrag. Het verdrag wordt voor onbepaalde tijd aangegaan en kan met inachtneming van een opzegtermijn worden opgezegd.

3. Memorandum van Overeenstemming

Voor de uitvoering van het verdrag is conform artikel 13, eerste lid, van het onderhavige verdrag een Memorandum van Overeenstemming overeengekomen. Hierin zijn afspraken opgenomen waarin de samenwerking tussen de bevoegde organen nader vorm wordt gegeven voor wat betreft de afgifte van certificaten van toepasselijke wetgeving voor gedetacheerde werknemers. Hoewel dit Memorandum van Overeenstemming geen onderdeel vormt van de goedkeuringsprocedure door het parlement is deze volledigheidshalve ter informatie toegevoegd2.

4. Koninkrijkspositie

Het verdrag zal, voor wat het Koninkrijk betreft, alleen voor het Europese deel van Nederland gelden. Zie ook artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het verdrag.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

De Minister van Buitenlandse Zaken A.G. Koenders


X Noot
1

I.v.m. het toevoegen van de Eerste Kamer referentie en een voetnoot.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.