Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-202134641 nr. N

34 641 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de rechtmatige uitoefening van hun taak en een strafbaarstelling van schending van de geweldsinstructie en wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het opnemen van een grondslag voor het doen van strafrechtelijk onderzoek naar geweldgebruik door opsporingsambtenaren (geweldsaanwending opsporingsambtenaar)

N MOTIE VAN HET LID NICOLAÏ C.S.

Voorgesteld 20 april 2021

De Kamer,

gehoord de beraadslagingen,

overwegende dat, zoals de regering erkent, gebruik van geweld door de overheid streng dient te worden genormeerd;

constaterende dat het wetsontwerp Geweldsaanwending opsporingsambtenaar slechts voorziet in het strafbaar stellen van schending van de geweldsinstructie indien die lichamelijk letsel of de dood ten gevolge heeft;

overwegende dat slachtoffers van politiegeweld waarbij de geweldinstructie is overtreden, dienen te worden beschermd, ook als de overtreding niet geleid heeft tot lichamelijk letsel of de dood maar tot ander leed;

overwegende dat zulke slachtoffers, anders dan slachtoffers die lichamelijk letsel hebben opgelopen, niet om strafvervolging kunnen vragen en geen beroep op een rechter kunnen doen als er wordt geweigerd sancties te treffen tegen de politieman die de geweldsinstructie heeft overtreden, waarbij ander leed dan lichamelijk letsel is toegebracht;

overwegende dat het van belang is dat zulke slachtoffers een beroep op een rechter kunnen doen als wordt geweigerd sancties te treffen tegen de politieman die hen met overtreding van de geweldsinstructie leed heeft berokkend;

verzoekt de regering maatregelen te treffen waarmee aan dat belang wordt tegemoetgekomen,

en gaat over tot de orde van de dag

Nicolaï

Veldhoen

Dittrich

Janssen