Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202034641 nr. 23

34 641 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de rechtmatige uitoefening van hun taak en een strafbaarstelling van schending van de geweldsinstructie en wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het opnemen van een grondslag voor het doen van strafrechtelijk onderzoek naar geweldgebruik door opsporingsambtenaren (geweldsaanwending opsporingsambtenaar)

Nr. 23 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN GROOTHUIZEN EN DEN BOER TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 16

Voorgesteld 19 december 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de zinsnede «ter hand nemen van een vuurwapen» is geschrapt uit artikel 1, vierde lid, onder k, van de voorgestelde nieuwe ambtsinstructie;

constaterende dat in de voorgestelde nieuwe ambtsinstructie, in artikel 17, de meldingsplicht is gekoppeld aan het aanwenden van geweld, waardoor de meldingsplicht niet van toepassing is op het ter hand nemen van een vuurwapen;

overwegende dat deze zinsnede in het verleden juist was toegevoegd nadat uit onderzoek bleek dat 20% van de doden en 10% van de gewonden viel door politiekogels door ongewilde schoten, vooral uit dienstpistolen die slechts «ter hand» waren genomen;

overwegende dat na, onder andere, deze toevoeging er aanzienlijk minder slachtoffers door ongewilde schoten zijn gevallen;

verzoekt de regering, de zinsnede «ter hand nemen van een vuurwapen» weer toe te voegen aan artikel 1, vierde lid, onderdeel k, en aan de omschrijving van meldingsplichtig geweld in de ambtsinstructie, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor dienstonderdelen en eenheden die standaard een wapen ter hand (of schouder) hebben, zoals bijvoorbeeld het Arrestatieteam (AT) en de Dienst Speciale Interventies (DSI);

en gaat over tot de orde van de dag.

Groothuizen

Den Boer