Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202034641 nr. 14

34 641 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de rechtmatige uitoefening van hun taak en een strafbaarstelling van schending van de geweldsinstructie en wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het opnemen van een grondslag voor het doen van strafrechtelijk onderzoek naar geweldgebruik door opsporingsambtenaren (geweldsaanwending opsporingsambtenaar)

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DAM

Ontvangen 14 oktober 2019

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel C, wordt artikel 372 als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien een feit onder verwijzing naar de strafbepaling, bedoeld in het eerste lid, ten laste wordt gelegd, kan in de dagvaarding hetzelfde feit niet tevens onder verwijzing naar een andere strafbepaling ten laste worden gelegd.

Toelichting

Het nieuwe artikel 372 Wetboek van Strafrecht heeft tot doel geweld gepleegd door opsporingsambtenaren in strafrechtelijke zin te beoordelen langs een nieuwe meetlat. Niet langer wordt getoetst of de betrokken opsporingsambtenaar een strafbaar feit zoals doodslag of zware mishandeling heeft gepleegd, maar of betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het niet overeenkomstig de ambtsinstructie toepassen van geweld.

Het is de intentie van indiener om wettelijk vast te leggen dat dit nieuwe strafbare feit een zelfstandige functie moet hebben in de beoordeling van politiegeweld. Dit om te voorkomen dat in de rechtspraktijk toch nog primair een delict als moord of doodslag ten laste wordt gelegd, met daar als (meer) subsidiair feit onder dit nieuwe strafbare feit. Middels dit amendement wordt de officier van Justitie voor een duidelijke keuze gesteld, maar ook wordt het gerechtshof in een artikel 12 Wetboek van Strafvordering-procedure een helderder toetsingskader gegeven bij de beoordeling van klaagschriften bij het niet-vervolgen van politiegeweld.

Weliswaar behoudt de officier van justitie, maar ook de rechter, de mogelijkheid om bij afzonderlijke dagvaarding een ander feitencomplex ten laste te leggen, dan wel meerdere tenlasteleggingen op zitting te voegen, maar de bepaling van artikel 68 Wetboek van Strafrecht (ne bis in idem) in combinatie met regels rond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zullen bijdragen aan de verplichting van het Openbaar Ministerie om een duidelijke keuze te maken.

De bijzondere en specifieke status van het nieuwe artikel 372 Wetboek van Strafrecht rechtvaardigt dat met dit amendement een element van formeel procesrecht geïntroduceerd wordt in het Wetboek van Strafrecht. De bepaling over de wijze waarop dit feit gedagvaard kan worden houdt immers dusdanig nauw verband met (enkel) het nieuw te introduceren artikel 372 Wetboek van Strafrecht, dat dit direct onder het nieuw te introduceren strafbare feit geplaatst dient te worden.

Van Dam