Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 mei 2018
Met deze brief kom ik terug op de toezeggingen die ik aan uw Kamer heb gedaan tijdens
de plenaire behandeling op 19 april 2018 (Handelingen II 2017/18, nr. 76, debat over
de Wijziging van de Wet BIG) van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de beroepen
in de individuele gezondheidszorg in verband met de verbeteringen die worden doorgevoerd
in het tuchtrecht alsmede verbeteringen ten aanzien van het functioneren van de wet
(Kamerstuk 34 629).
Titelgebruik: plastisch chirurg
Het lid Agema (PVV) heeft de vraag gesteld of de huidige praktijk is dat iemand die
in het algemeen is opgeleid tot chirurg, zich niet zomaar kan uitgeven als plastische
chirurg. Sinds augustus 2003 is «plastisch chirurg» een wettelijk erkend specialisme.
Deze titel mag alleen gebruikt worden door artsen die de specialistische opleiding
tot plastisch chirurg succesvol hebben afgerond en staan ingeschreven in het BIG-register
en in het specialistenregister van plastisch chirurgen. De inspectie ziet hierop toe.
Voorbehouden handelingen: onderwijsassistenten
Het lid Van den Berg (CDA) heeft de vraag gesteld of er geen toezicht van en afstemming
met een arts nodig is als onderwijspersoneel een voorbehouden handeling, zoals insuline
injecteren, verricht bij een leerling op verzoek van de ouders.
Alleen personen die op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
(Wet BIG) bevoegd zijn, zijn zelfstandig bevoegd tot het beroepsmatig verrichten van
voorbehouden handelingen, zoals injecteren. Onderwijspersoneel is niet zelfstandig
bevoegd om beroepsmatig deze handelingen te verrichten. Zij mogen wel beroepsmatig
in opdracht en onder toezicht van een zelfstandig bevoegde, zoals een arts, injecteren
als zij daartoe bekwaam zijn. Of sprake is van beroepsmatig handelen, hangt af van
de omstandigheden: als de handelingen tot het takenpakket horen met bijbehorende vergoeding
is sprake van beroepsmatig handelen.
Ouders mogen bij hun kind insuline injecteren omdat dan niet sprake is van beroepsmatig
handelen. Als onderwijspersoneel, op verzoek van de ouders als privépersoon in plaats
van een van de ouders insuline injecteert bij een kind, is ook sprake van niet-beroepsmatig
handelen. Ook dan is instructie of scholing nodig om de handelingen goed te kunnen
uitvoeren. Relevant blijft hierbij wat is afgesproken met de zorgverantwoordelijke,
bijvoorbeeld de huisarts, over het door familie en anderen toedienen van insuline.
Als niet beroepsmatig wordt gehandeld, zoals hiervoor omschreven, is toezicht door
een arts niet vereist. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is het wel verstandig dat
de ouders met de behandelend arts afstemmen dat zij onderwijspersoneel als privépersoon
hebben gevraagd insuline te injecteren bij hun kind.
Op de website www.passendonderwijs.nl staat een door VWS en OCW opgestelde factsheet «Diabeteszorg in het primair onderwijs»
en een door OCW en betrokken organisaties opgesteld stappenplan «Diabeteszorg in het
primair onderwijs». Deze documenten bieden informatie voor betrokken personen en instanties
over het verlenen van diabeteszorg aan leerlingen in het primair onderwijs.
Artikel 34 beroepen
Het lid van den Berg (CDA) heeft tevens de vraag gesteld of er een verwijzing op de
website van het BIG-register mogelijk is naar beroepen die onder het lichte regime
vallen zoals een mondhygiëniste.
In de praktijk zijn er veel verschillende kwaliteitsregisters. Deze registers zijn
primair een particulier initiatief en beogen het lidmaatschap van een beroepsorganisatie
te koppelen aan de, binnen die beroepsgroep, te hanteren kwaliteitseisen. Ik vind
het een goede zaak dat beroepsgroepen investeren in hun eigen professionele ontwikkeling
en kwaliteit. De private registers zijn geen wettelijk verplichte registers zoals
het BIG-register. Wel staat op de website van het BIG-register de beroepen in het
lichte regime (zoal diëtist of mondhygiëniste) vermeld met een link naar de website
van de beroepsvereniging.
Capaciteit mondzorg
Graag kom ik in deze brief ook nog terug op een openstaand punt uit het algemeen overleg
van 1 februari 2018 over de mondzorg (Kamerstuk 29 689, nr. 890): waarom het onderzoek naar capaciteit in de mondzorg wordt gedaan door Panteia en
niet door het Capaciteitsorgaan. Het doel van het Capaciteitsorgaan is het opstellen
van ramingen voor de opleidingscapaciteit van de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen.
Het ramen van de opleidingscapaciteit voor de initiële opleiding mondzorgkunde of
tandheelkunde behoort daarmee niet tot de doelen van het Capaciteitsorgaan. Wel heeft
het Capaciteitsorgaaan in 2013 een «capaciteitsplan beroepen mondzorg» uitgebracht.
Het huidige onderzoekbureau is geselecteerd op basis van een meervoudige inkoopprocedure
van de Haagse Inkoop Samenwerking (HIS).
De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins